Jolien Klok, onderzoeker bij de vakgroep Rurale Sociologie, Wageningen Universiteit
Het publieke debat rondom ‘de kloof tussen stad en platteland’ lijkt even bedaard, terwijl we – de één rijkhalzender dan de ander – wachten tot het nieuwe kabinet zijn plannen uitwerkt en daarin kleur zal geven aan het Nederlandse platteland. Hoewel er vanuit de wetenschap geluiden klinken dat het al teveel herhalen van een veronderstelde ‘kloof’ haar reproductie alleen maar zal doen toenemen (Huijsmans & Miltenburg, 2023; Van den Berg, 2023), als een self-fulfillingprophecy, is het onmiskenbaar dat sociale ongelijkheid zich ruimtelijk manifesteert en met name op het platteland gevoeld wordt (Huijsmans, 2023; Van Vulpen, 2023).
In de discussie over dit thema gaat het dan vaak over politieke vertegenwoordiging en de verdeling van middelen en diensten. Waarbij zij op het platteland zich minder gehoord voelen door de politiek, en er qua ziekenhuizen, openbaar vervoer en andere faciliteiten meer bekaaid vanaf komen dan zij in de steden (lees: in de Randstad). Fraser (2009) onderscheidt drie dimensies van sociale en ruimtelijke rechtvaardigheid, waarbij de eerste, representation gaat over die politieke vertegenwoordiging, de tweede over verdeling van bronnen, namelijk distribution, en het derde over recognition: de mate waarin je je gerespecteerd voelt door anderen. Hierbij gaat het om de vraag: wiens mening, perspectief, habitat, doet ertoe? Deze laatste, meer culturele dimensie is in mijn ogen démanier waarop de afstand die gevoeld wordt door bewoners van het platteland zich in het dagelijks leven openbaart. Dezewordt wel eens benoemd in het publieke debat, maar veel verder dan het clichématige noaberschap – dat inmiddels wel tot iedereens vocabulaire lijkt te behoren – komt het zelden.

In deze bijdrage wil ik dieper ingaan op deze derde dimensie van sociale rechtvaardigheid: recognition, oftewel, ‘(h)erkenning’, en neem ik u mee naar het leven van jonge mannen op het platteland van Overijssel, Gelderland, Drenthe en … wie weet waar. Door een lens van ‘verbranding’ te gebruiken, probeer ik inzicht te geven in hoe ervaren afstand en miskenning zich uit in deze jonge levens – en by extensioneigenlijk in dat van heel veel plattelanders. De hier gepresenteerde analyse is gebaseerd op wetenschappelijke expertise in de rurale sociologie in combinatie met jarenlange eerstehands ervaring.
De barbecue
Niets zo mooi als de dag af te sluiten met een welverdiende barbecue. Vele jonge mannen (en vrouwen!) op het platteland zullen dit beamen (natuurlijk, ook in de stad houden mensen van een barbecue op zijn tijd, maar de ruimte is meer beperkt, en een grote tuin niet direct grenzend aan die van de buurman is meer uitnodigend dan het balkon of het park). Echter, de samenleving met bijbehorende verwachtingen en ideeën ten aanzien van gezondheid en duurzaamheid lijkt zijn neus op te trekken voor een barbecue met vijf stukken vlees per persoon, aangevuld met huzarensalade en fruitsalade uit blik, met een lekker pilsje. Gróenten moet je roosteren, vis misschien, hooguit één biologisch stuk vlees per persoon. Je drinkt er wijn bij, geen bier, of een IPA 0.0. De nieuwe trends rondom eetgewoonten – minder vlees, meer plantaardig, meer biologisch, meer lokaal – zijn lang niet aan alle inwoners van Nederland besteed, en zorgen voor een gevoel van miskenning en afwijzing.
De verbrandingsmotor
Tijdens vele van de dorpsfeesten op het platteland worden er races gehouden: met auto’s, met trekkers, met brommers en motoren. Jonge mannen van voornamelijk het platteland sleutelen een jaar aan een oude auto of brommer om die geschikt te maken voor één van de races, waar strikte veiligheidseisen aan verbonden zijn (de documentaire Brommers kiek’n van Geertjan Lassche is een warme aanbeveling als u meer wilt weten over dit culturele evenement (de dubbele betekenis van deze titel past de documentaire als een handschoen!)). Al deze voertuigen hebben één ding gemeen: ze hebben een verbrandingsmotor. En dat is ook precies het mooiste eraan: het geluid, de geur, hoe je eraan kan sleutelen om ‘em nog nét wat geschikter te maken. Ze hebben een broertje dood aan het minder gebruiken van de auto of schonere elektrische auto’s; omdat één van de meest markante en gevierde evenementen van het jaar (een sociale verbinder waar de stad nog een puntje aan kan zuigen) in het teken staat van die verbrandingsmotor. Maar ook omdat veel van hen werkzaam zijn in de sector: als monteur in de autobranche, de landbouwmechanisatie. Opgeleid als monteur van verbrandingsmotoren, niet als elektricien of IT’er – waar het werk als monteur in de toekomst steeds meer op zal gaan lijken als de mobiliteitstransitie verder doorzet.
De sigaret (de shag)
Toen ik onlangs nog eens een bovengenoemd evenement bijwoonde, viel het me op hoeveel van de aanwezigen rookt. Je denkt: het ontmoedigen van roken is zover gevorderd (recent nog het verbannen van sigaretten uit de supermarkt), dat zal wel eens zijn vruchten gaan afwerpen. Bezoek een willekeurige autorodeo en je ziet: het grote gros rookt. Dat er op zoveel plekken niet meer gerookt mag worden, wat leidt tot het voelen van een paria in de winkelstraat, op het station of andere publieke plaatsen, maakt dat de plattelander zich miskent voelt. Immers, op de autorodeo, de feesttent, het café of waar ze elkaar ook maar treffen, daar wordt roken vaak nog als normaal gezien. Of in elk geval een stuk meer geaccepteerd dan elders.
Het paasvuur
In het kader van ‘verbranding’ mag hij hier zeker niet ontbreken: het paasvuur, en als we dan toch bezig zijn: carbid schieten. Net als de races gelden ze als sociale hoogtepunten in het jaar van met name jonge mannen, hoewel in hun kielzog vele plattelanders van allerlei pluimage zich laten zien op dergelijke happenings (hetzelfde geldt overigens voor de race-evenementen – vaak het kloppende hart van een dorpsfeest). Snoeiafval wordt het hele jaar opgespaard om tijdens Pasen te verbranden en voor het carbid schieten worden professionele feesttenten gehuurd om de vele bezoekers te kunnen voorzien van een dak boven hun hoofd en de hapjes en drankjes wat te kunnen reguleren. Stikstof en fijnstof lijken roet in het eten te gooien. Gelukkig voor hen is een algemeen verbod nog ver weg, maar de maatschappelijke discussie erover draagt bij aan een gevoel van onderwaardering voor de plattelandsbewoneren haar gebruiken.
Conclusie
Natuurlijk, als socioloog weet ik dat niet altijd, iedereen, overal op het platteland het bovenstaande zo ervaart. Dat plattelanders soortgelijke ervaringen delen met bewoners van volksbuurten in steden. Tegelijkertijd hoop ik dat dezekenschets via verbranding een inkijkje geeft voor degenen die zo ver af staan van deze cultuur – maar die wel vaak politieke keuzes maken, beleid bepalen, daartoe onderzoek doen (nogmaals, Brommers kiek’n is een warme aanbeveling als u zich meer wilt verhouden tot hoe een deel van de Nederlandse jeugd volwassen wordt)… Bovenstaande is waar recognition, erkenning, respect, over gaat – waar vele jonge mannen (en in hun kielzog hele generaties) in dit land mee te maken hebben, maar waarvan ze voelen dat het niet de norm is, dat er op wordt neergekeken, laatdunkend over wordt gedaan.
En natuurlijk, voor veel van bovenstaande geldt dat er voor de keerzijde zeker wat te zeggen valt: voor de publieke gezondheid, behoud van natuur, biodiversiteit, en het tegengaan van klimaatverandering zijn sommige gewoonten meer schadelijk dan anderen. Maar bovenstaande typering iswel realiteit voor een groot deel van onze mede-Nederlanders, hun culturele identiteit, hun gevoel van thuis voelen, hun manier van sociale interactie. Daar oog voor hebben, daar respect voor opbrengen en daar waarde aan hechten is essentieel om de sociale cohesie te bewaren en sociale rechtvaardigheid te verbeteren. Ik roep u op deze zomer daar eens bij stil te staan. En niet louter instrumenteel, als een vluchtige realisering dat er mensen buiten uw eigen bubbel bestaan, en hoe die mee te krijgen in de transitie die u voor ogen heeft, maar een oprecht, en met gevoel voor de importantie ervan, “mee-leven” (mooi woord eigenlijk!) met deze mede-Nederlander. Opdat we sámen het Nederland van de toekomst vormgeven – ultiem sociaal rechtvaardig!
Referenties
Huijsmans, T. (2023). Geografische verschillen in maatschappelijk onbehangen. In: Geurkink, B., & Miltenburg, E. (Eds.). Somber over de samenleving? Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Huijsmans, T. & Miltenburg, E. (2023.) Nuance in debat over ‘de kloof’ tussen stad en platteland nodig. StukRoodVlees. https://stukroodvlees.nl/nuance-in-debat-over-de-kloof-tussen-stad-en-platteland-nodig/
Fraser, N. (2009.) Scales of justice: reimagining political space in a globalizing world. New York: Columbia University Press.
Van den Berg, 2023, in: Ockhuijsen, R. Een kloof tussen stad en platteland? Dat hangt ervan af aan wie je het vraagt. NOS.https://nos.nl/nieuwsuur/collectie/13923/artikel/2467280-een-kloof-tussen-stad-en-platteland-dat-hangt-ervan-af-aan-wie-je-het-vraagt
Van Vulpen, 2023, in: Milikowski, F. Een geografie van de onvrede. De Groene Amsterdammer, nummer 42-43