Henk van Milligen
Het was niet per se mijn bedoeling. Maar, als iemand die queer is en van het platteland komt (een kippenboerderij om precies te zijn) was het misschien altijd zo bedoeld. Wat ik bedoel is de focus van mijn onderzoeksstage, die ik (met veel dankbaarheid) heb kunnen doen bij RSO. Ik had het voorrecht om gesprekken te mogen hebben met queer farmers in Nederland. Hiermee probeerde ik te begrijpen wat ze doen en waarom ze het doen; wat hen helpt te doen wat ze willen doen en wat hen belemmert; de manieren waarop ze zich beperkt voelen door wie ze zijn en waar ze wonen en werken; en hoe hun omgeving en hun praktijken hen in staat stellen zich vrij te voelen en soms juist datgene te vieren wat hen maakt tot wie ze zijn.
Het begin van de stage voelde aan als een baan bij een call center: het versturen van tientallen e-mails om in contact te komen met organisaties en individuen die iets deden op het gebied van, of geïnteresseerd waren in het doen van iets op het gebied van, queer agricultuur. Dan kwamen de telefoontjes, het maken van afspraken, het verzetten van afspraken om ontelbare redenen, en soms was er dan de eerste kennismaking. Ik had het genoegen om mensen te ontmoeten waar ze zich op hun gemak voelden. De een op de boerderij, waar hij mij trots een rondleiding gaf en verhalen vertelde over welke koe weer eens niet wilde luisteren en welke koe juist oh zo braaf was. Bijvoorbeeld op hun boerderijen, waar de een me vol trots rondleidden en verhalen vertelde over welke koe weer eens niet wilde luisteren en welke koe juist oh zo braaf was. Of op het veld, waar de ander me vertelden over het volgende gewas dat geplant zou worden en het volgende dat geoogst zou worden, oh, en hoe hun zelf-oogsters van de smaak van hun broccoli hielden omdat, nou ja, ze het met zorg hadden gemaakt, en dat kon je proeven.
Daarna werd ik ook toegelaten in de meest persoonlijke innerlijke werelden. We spraken over opgroeien, “coming out” (een veelbesproken term onder iedereen), uitvinden wie je bent en hoe ongelooflijk ingewikkeld en soms uitzonderlijk eenvoudig dit kan zijn. Het laatste stukje van de puzzel was het combineren van deze de agriculturele wereld met de queer wereld, om daarbij te beargumenteren dat ze misschien altijd al met elkaar verweven zijn geweest.

Door de visies op queerness en op conventionele en niet-conventionele landbouw te combineren, vielen me een paar dingen op. Ten eerste, de sterke overeenkomst tussen de conventionele en niet-conventionele boeren met wie ik heb gesproken: mensen laten zijn wie ze zijn en hen de vrijheid toewensen om dat te doen is iets wat belangrijk is voor hen allemaal. Het is alleen juist de manier waarop ze dit proberen te doen, die erg verschilt. Ten tweede werd het me duidelijk dat ze geïnteresseerd waren in elkaars verhalen. Het creëren van een gemeenschap van queer farmers en het delen van inzichten, worstelingen en overwinningen is iets waar ze allemaal naar op zoek waren, of op hun eigen manier probeerden te creëren. Ten derde werd het duidelijk dat, vooral met betrekking tot de conventionele landbouw, de acceptatie van non-binaire en trans* identiteiten op het platteland iets is waar dringend iets aan gedaan moet worden, bijvoorbeeld door het creëren van gemeenschappen tussen mensen van verschillende landbouwpraktijken en achtergronden. Tot slot werd het me duidelijk dat de strijd om een ‘identiteit’ een voortdurende strijd is. Of het nu te maken heeft met wie wel of niet als ‘boer’ wordt beschouwd, wat ‘queer’ zijn betekent en wie zichzelf (niet) zo zou moeten noemen en zelfs hoe ruimtes die gewoonlijk als homofoob worden beschouwd (zoals het platteland) ook ruimtes van acceptatie en vrijheid kunnen zijn.
De inzichten uit deze onderzoeksstage blijven mij fascineren en inspireren, en vandaar heb ik besloten mijn reis voort te zetten naar het onderzoeken van de voorwaarden, barrières en mogelijkheiden voor queer farming in de Nederlandse context. Dus voor nu is dit geen afscheid, maar een tot ziens.
Bedankt voor het lezen, en voor vragen kun je altijd contact met me opnemen via:
Het volledige rapport (in het Engels) is te vinden via: doi.org/10.13140/RG.2.2.20843.86564