Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling

Binnenkort verschijnt het LEI-rapport  ‘Kennis maken met regionale kennisarrangementen: de werkvloer van een Kennisnetwerk Vitaal Platteland’.

Het doet verslag van een leerzame tocht van de landelijke werkgroep Kennisnetwerk Vitaal Platteland langs beloftevolle kennisarrangementen in de Veenkolonien (Werkplaats), Eemland (Regionaal Innovatie Centrum en Plattelandsacademie) en Westerkwartier (Countryside Exchange). Een werkbezoek aan het Kennisloket in Kempenland werd afgelast, maar het Kennisloket is wel meegenomen in de analyse. De gezamelijke bevindingen zijn omgezet in aanbevelingen richting opdrachtgever Directie Platteland van LNV hoe gebiedsontwikkeling vanuit onderwijs en onderzoek op structurele kan worden ondersteund met raad en daad. Aangezien het rapport is goedgekeurd en de aanbevelingen inmiddels ter hand worden genomen, wil ik als een van de samenstellers van het rapport de Samenvatting alvast breed delen.

Overigens was hier al eerder een artikel (‘Kennis in de regio’) over verschenen in het tijdschrift Landwerk van Ina Horlings, werkzaam bij Telos, die ook aan de werkbezoeken heeft meegedaan en samen met Eelke Wielinga (LEI) en mij het eindrapport heeft samengesteld.

Hieronder volgen vijf passages uit de Samenvatting:

Gebiedspecifieke vraagstukken en een gebiedspecifieke aanpak vraagt om specifieke kennis en expertise en om ondersteuning van partijen bij gebiedsontwikkeling, bij het leren doen. Onderwijs, onderzoek en advies hebben hier een belangrijke taak te vervullen. Maar de (publieke) kennisinstellingen zijn daar nu onvoldoende op ingesteld en toe uitgerust. In het algemeen worden een drietal afstemmingsproblemen onderkend:

1) Onvoldoende wisselwerking tussen (wetenschappelijk gefundeerde) kennis en kunde en de kennis en kunde zoals die al doende en lerende in (gebieds)praktijken wordt ontwikkeld – de opgave is het verknopen van verschillende vormen van kennisproductie door interactief (of actie) leren;

2) De programmering van onderwijs en onderzoek is onvoldoende geënt op gebied(overstijgende)vraagstukken waardoor de ontwikkelde kennis en expertise onvoldoende aansluit bij de behoefte – de opgave is om onderwijs en onderzoek beter te verankeren in gebied(overstijgende)vraagstukken;

3) De ontwikkeling van kennis en expertise in onderwijs en onderzoek verloopt via allerlei tussenstappen en deelvragen wat tot een versnippering van kennis en expertise leidt  – de opgave is bestaande kennis en expertise beter te integreren bij het  ondersteunen van gebiedsontwikkeling.

Het structureel inzetten van onderwijs, onderzoek en advies ter ondersteuning van gebiedsontwikkeling vraagt nieuwe kennisarrangementen (KA), d.w.z. (formele) afspraken tussen kennisinstellingen en bij gebiedsontwikkeling betrokken partijen als overheden, bedrijfsleven, burgers en maatschappelijke organisaties. Die nieuwe KA zijn de bouwstenen of radarwerken van een meer op duurzame gebiedsontwikkeling toegesneden kennisinfrastructuur. Er zijn tal van initiatieven, organisaties, onderzoekprogramma’s en netwerken die hier op de een of andere manier aan bij moeten dragen (zoals Netwerk Platteland,  GKC, de Taskforce Multifunctionele landbouw, Transforum) en die voor deze taak door de overheid worden ondersteund.

Tegelijk is op meerdere plaatsen het initiatief genomen tot kennisarrangementen die zich specifiek op een gebied richten; een regionaal KA. Hierbij maken gebiedspartijen (bestuur, burgers, ondernemers) afspraken over het  structureel inzetten van capaciteit om gebiedsontwikkeling te ondersteunen. Dit goed sluit aan bij het  LNV Programma ‘Agenda Vitaal Platteland’ en het idee voor een Kennisnetwerk Vitaal Platteland (KNVP).

De bezochte kennisarrangementen verschillen nogal van elkaar qua aanleiding en initiatiefnemers, ontwikkelingsstadium, reikwijdte qua activiteiten en betrokkenheid van diverse actoren. In hoofdstuk 3 worden ze beschreven, samen met de parels en puzzels. De vier KA geven geen compleet beeld, maar door de onderlinge verschillen ontstaat wel een goed beeld van wat een KA zoals kan inhouden, zoals:

  • Met alle gebiedspartijen identificeren van gebiedsopgaven (programma) en kennisbehoefte;
  • Uitvoeren van projecten door studenten in opdracht van gebiedspartijen;
  • Een netwerkaanpak waarbij de 5 O’s worden verbonden: Ondernemers, Overheden, Onderwijs, Onderzoek en Omgeving (inclusief burgers);
  • Een methodische verankering in het onderwijs via Plattelandsacademie (Eemland), Werkplaats (Veenkoloniën) of Kennisloket (Brabant);
  • Systematisch inbedden in opzet en programmering van onderwijs en onderzoek;
  • Koppelen van verschillende soorten kennis en expertises, zoals inhoudelijk en procesmatig wetenschappelijke kennis en praktijkkennis, specifieke en integrale kennis;
  • Ontwikkelen van competenties en vaardigheden (on the job);
  • Aansluiten bij regionale en landelijke thema’s in overheidsbeleid (financiering).

Cruciale ondersteunende taken en rollen

Er zijn een vijftal cruciale ondersteunende taken en rollen geïdentificeerd die vanuit een KNVP (deels) zijn te faciliteren en met elkaar verbonden kunnen worden:

1) Het creëren van beweging en betrokkenheid en bij elkaar brengen van partijen in gebieden om tot afspraken (GA) te komen door het inzetten van gebiedsanimator/makelaarsen het makelen door een kennismakelaartussen kennisvragen van gebiedspartijen en op basis van afspraken (KA) structureel bij het gebied betrokken onderwijs- en onderzoekinstellingen;

2) Het bundelen van en schakelen tussen gebied(overstijgende)vraagstukken en landelijke beleidsthema’s en programmering van onderwijs en onderzoek door kennismanagersals onderdeel van en landelijk KA;

3) Het creëren van bestuurlijke ruimte bij overheden en kennisinstellingen om tot GA en KA te komen (kwartiermakers);

4) Het faciliteren van het elkaar leren doen door uitwisseling en ontmoeting in lerende gemeenschappen (hechter verband) of netwerken (losser verband);

5) Een professionalisering van intermediairs (persoonlijke competenties en vaardigheden) en in te zetten methodieken vanuit onderwijs en onderzoek ( bijv. leren doen door interactieve of reflexieve monitoring en evaluatie);

 Bij deze taken en rollen zijn vele, maar wisselende partijen betrokken met uiteenlopende ambities en verantwoordelijkheden. De meerwaarde van een KNVP ligt vooral in het verbinden bovengenoemde taken en rollen als alle partijen (bestuurders, ondernemers, burgers, kenniswerkers en alle organisaties en instellingen waarvoor zij werken) de verantwoording nemen voor het vervullen van hun taken en rollen.

Aanbevolen vervolgstappen in kader van een KNVP

Aanbevolen wordt om elk van de cruciale taken en rollen samen met direct verantwoordelijke partijen op te pakken en uit te werken tot projectvoorstellen op onderdelen waarin samenwerkende partijen, ambities, doelen, taken en benodigde menskracht en wijze van financiering worden beschreven. Om dit in gang te zetten en het geheel te bespoedigen wordt voorgesteld om:

  • Te starten met een beperkt aantal gebieden die voorop willen lopen en bereid zijn te investeren, waarbij het voorwerk vanuit het GKC-programma Regiotransitie een flinke basis biedt (voldoende heterogeniteit waarborgen) , en alvast zitting willen nemen in een (voorlopige) gebiedenraad;
  • Een budget voor gebiedsoverstijgende activiteiten vrij te maken ( zoals voor een kennismanager en het faciliteren van een lerende gemeenschap van gebieden en een lerend netwerk VP);
  • Een budget ter (voor)financiering van voorbereidend werk rond het opzetten van GA en KA voor zover dat nog in gang gezet moet worden in de betrokken gebieden;
  • Een budget om de inzet van kennismakelaars tijdelijk uit (voor) te financieren;
  • Dit landelijk te laten coördineren vanuit een taakgroep KNVP, als opvolger van de werkgroep KNVP, met de middelen om het benodigde werk te kunnen verrichten.

Aan de aanbevelingen wordt nu gevolg gegeven met het vormen van een Netwerk van Lerende Gebieden met de nodige faciliteiten.

2 thoughts on “Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling

  1. Ha Dirk, Ina, allen,
    interessant, en leuk dat we al iets kunnen lezen hierover. Ik kijk uit naar het volledige rapport. Eén vraag die steeds weer bij me opkomt bij het lezen van artikel en samenvatting: welke rol kan Internet hierbij spelen?

    Bij mij komt op:
    Het gebruik van kaarten voor verzamelen en weergeven van data en kennis, het crowdsourcen van kennis en vragen uit het gebied, wellicht het ‘herbergen’ van kennis manage en -makelaars functies in een lokaal netwerk dat via een interactieve website functies als lokale krant, buurthuis, café, feestvereniging ondersteunt en verenigt?

  2. Pingback: Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling II – verslag vanuit de gebieden « Rural Sociology Group Wageningen (Weblog)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s