Landbouw als oplossing voor illegale stroperij? Naïef en tegenstrijdig

Vandaag verscheen er een opiniestuk in de Trouw, geschreven door Paul Hebinck en Bram Büscher, collega’s van de Sociology of Development and Change Group, over de jacht op illegale stroperij:


16 oktober 2015 | door: Paul Hebinck en Bram Büscher, wetenschappelijk medewerkers Wageningen Universiteit

Internationale jacht op stropers vanuit Den Haag naïef en tegenstrijdig

Staatssecretaris Dijksma van EZ heeft financiële steun toegezegd aan de door WNF opgezette Wildlife Justice Commission om stroperij in Afrika en Azië te helpen bestrijden. De plannen zijn echter onrealistisch en naïef.

Ten eerste is het idee dat landbouw de ruggengraat is van de (rurale) economie en zodoende op korte termijn een (legale) alternatief inkomstenbron kan vormen onrealistisch. Boeren keren zich al decennia in toenemende mate van de landbouw af omdat  inkomsten uit landbouw al jaren weinig soelaas biedt voor kleine boerenfamilies om een redelijk bestaan op te bouwen. Migratie naar de stad, maar ook illegale handel in houtskool, drank en wild zijn welkome aanvullingen op een vaak mager bestaan. De staatssecretaris doet er goed aan om samen met collega Ploumen initiatieven te ontwikkelen om van landbouw een aantrekkelijke(re) bron van bestaan te maken. Onderhandelingen over een zgn. vrije wereldmarkt en de exponentiële landroof voor de productie van gewassen voor de wereldmarkt of de productie van hop voor Heineken waar premier Rutte over repte in de recente algemene vergadering van de VN werken dit echter al jaren tegen. Laat de staatssecretaris zich daar maar druk over maken en collega Ploumen overtuigen boeren te ondersteunen in hun strijd om land en redelijke prijzen voor hun waar. Zolang Ploumen echter vrijhandel belangrijker blijft vinden dan lokale boerenrealiteiten in Afrika zal agrarische ontwikkeling niet echt een alternatief bieden voor stroperij. 

Ten tweede, en ondanks de expliciete nadruk op rijke illegale jachtnetwerken, is de impliciete veronderstelling nog steeds dat armoede en onwetendheid aan de basis liggen van stroperij. Dit is een bijzonder naïeve veronderstelling. Recent onderzoek van o.a. Wageningen Universiteit toont aan dat de nadruk op armoede helemaal niet zo belangrijk is en dat alternatieve inkomstenbronnen voor individuele ‘arme’ stropers geen verschil zullen maken. Stroperij is onderdeel van complexe sociale veranderingen in Afrikaanse rurale gebieden; deze veranderingen zullen eerst begrepen moeten worden voordat een verschil gemaakt kan worden. De eerste signalen van de Wildlife Justice Commission laten nog niet zien dat men oog voor heeft. Wie nu uiteindelijk bepaalt wat recht en rechtmatig is, blijft vooralsnog in het midden. Het is niet onbelangrijk dit aspect met oog voor de complexe context waarin zich dit alles afspeelt uit- en in te bouwen in het fundament van het werk van de Commission.

Ten slotte moet Dijksma af van de nadruk op ‘iconische’ dieren die ‘wij’ in het Westen nog moeten ‘kunnen zien’. Veel zwarte Afrikanen hebben al heel lang het gevoel dat westerse blanken uiteindelijk ‘iconische dieren’ belangrijker vinden dan (zwarte) mensen, een gevoel dat versterkt werd toen de Amerikaanse tandarts die Cecil de leeuw dood schoot oneindig meer (blanke) aandacht kreeg dan zwarte slachtoffers van politiegeweld. Deze tegenstrijdigheid, en de geschiedenis waaruit deze voortkomt, wordt echter vaak te makkelijk weggewuifd, maar in een steeds mondiger wordend (zwart) Afrika is dit niet meer op zijn plaats.

Paul Hebinck en Bram Büscher, wetenschappelijk medewerkers Wageningen Universiteit

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s