75th Anniversary: 12) Engaging in Agri-Environmental Cooperativism

The Netherlands witnessed in the 1990s the emergence of novel expressions of collective action among farmers. Building upon a rich tradition of agricultural cooperativism as well as outcomes of regional farming style research (see blog 10), these novel forms of collective action aimed initially especially for more farmer-friendly agri-environmental and nature policy measures. Continue reading

75th Anniversary: 7) Rural Sociology and Resistance of the Third Kind

Women farmers in Rojava (2015)

Introduction

When it comes to the agrarian question, academia has been deeply divided. At the risk of caricature, there is one school of thought that considers the process of capitalist development a force that moves history progressively forward and another that takes the creative agency of people as the primary force of development. Historically, the Rural Sociology Group belongs to the latter school. The work on farming styles, meaningful diversity, new peasantries and foodscapes gave expression to the idea of this creative agency (Hofstee 1982, Ploeg 2008, Wiskerke 2009). In this blog, I will explore the importance of the agency concept through Van der Ploeg’s concept of resistance. Continue reading

Landbouwbedrijven hebben steeds meer bronnen van inkomsten

Steeds meer agrarische bedrijven halen hun inkomen uit andere dan pure landbouwactiviteiten. Slechts een derde van de Nederlandse agrarische bedrijven legt zich toe op de primaire productie van bijvoorbeeld melk of varkensvlees en richt zich op de wereldmarkt. Zij proberen tegen zo laag mogelijke kosten te produceren. De overige bedrijven hanteren een veelzijdiger strategie om inkomsten te genereren.

Dat blijkt uit een enquête-onderzoek naar bedrijfsstrategie en toekomstperspectief van uitgeverij Agrio en de leerstoelgroep Rurale Sociologie van Wageningen University & Research. De enquête die deze zomer werd gehouden onder ruim 1200 agrarische bedrijven laat een aanzienlijke verbreding van inkomstenbronnen zien ten opzichte van het laatste grootschalig onderzoek midden jaren negentig naar bedrijfsstrategieën in de landbouw. In 1995 combineerde 22% van de bedrijven landbouw met andere bedrijfsactiviteiten, nu is dat 50%.

Agrarische bedrijven hanteren diverse strategieën om inkomen uit hun activiteiten te genereren. De meest oorspronkelijke route is die van de primaire productie van akkerbouwgewassen, zoals tarwe, en veeteelt, met melk, vlees of eieren als producten. In de afgelopen decennia hebben agrariërs naast akkerbouw en veehouderij ook andere inkomstenbronnen gegenereerd. Tegenwoordig is er een heel scala aan activiteiten zoals agro-toerisme, agrarisch natuurbeheer, een zorgboerderij en activiteiten die geen specifieke agrarische link hebben, zoals energieproductie met zonnepanelen of windmolens. Puur en alleen landbouwproductie komt nog maar bij de helft van de bedrijven voor, terwijl dat in 1995 nog op 78% van de bedrijven het geval was.

Han Wiskerke, hoogleraar Rurale sociologie aan Wageningen University & Research, die het onderzoek begeleidde, noemt de toegenomen diversiteit van strategieën binnen de landbouw onderbelicht. „Het beeld in de media werd het afgelopen jaar vooral gedomineerd door de stroming die zich richt op specialisatie en schaalvergroting. Uit ons onderzoek blijkt dit slechts één van de vele stromingen te zijn.”

Arbeidsmarkt gunstig voor extra activiteiten

De bedrijven die zich richten op verbreding en toegevoegde waarde (zoals eigen productverwerking), genereren opmerkelijk meer arbeid. Daarmee leveren ze een bijdrage aan de werkgelegenheid en de leefbaarheid van het platteland. Volgens Wiskerke zou het goed zijn als overheden zich bewust zijn van het feit dat bepaalde vormen van landbouwontwikkeling ook veel werkgelegenheid creëren. „Ik heb de indruk dat beleid gericht op het behouden en creëren van werkgelegenheid op het platteland zich niet op landbouw maar op andere economische sectoren richt.” Wiskerke plaatst daarbij wel een kanttekening. “De activiteiten die potentieel veel werkgelegenheid creëren doen zich vooral voor nabij steden en in toeristische gebieden (met name langs de kust), omdat daar nu eenmaal de meeste mensen wonen of recreëren en daar dus de meeste consumenten en afnemers van die boerendiensten te vinden zijn.”

Ontevreden over inkomen uit landbouw

Uit het onderzoek blijkt dat boeren die zich richten op specialisatie en productie voor de wereldmarkt op veel fronten afwijken ten opzichte van boeren met een andere strategie. Dat neemt niet weg dat voor alle boeren geldt dat ze ontevreden zijn over de inkomsten uit agrarische activiteiten. Bijna de helft is erg ontevreden of behoorlijk ontevreden. Het minst tevreden over het inkomen uit de landbouw zijn boeren met een bedrijfsstrategie waarbij zij zgn. groenblauwe diensten leveren, zoals beheer van sloten, en verbreding, zoals zorglandbouw of agrotoerisme. Daarentegen zijn deze boeren wel het meest tevreden over hun bedrijfsinkomen. Maar ook voor de boeren die zich richten op specialisatie en productie voor de wereldmarkt is het moeilijk om met alleen landbouw rond te komen, constateert prof. Wiskerke. “Puur van landbouw rondkomen is moeilijk.”

Veranderende regelgeving als belemmering

Als grootste belemmering voor bedrijfsontwikkeling staat bij alle bedrijfsstrategieën met stip op één: steeds veranderende regelgeving. 63 procent van de deelnemers kruiste dit aan. Agrariërs hebben behoefte aan een duidelijke langjarige overheidsvisie. “Daarop kunnen zij hun bedrijfsstrategie, waarbij vaak investeringen gemoeid zijn, inrichten,” licht prof. Wiskerke toe.

Kwart van gezinsinkomen afhankelijk van landbouw

Uit het onderzoek blijkt dat van alle bedrijven in de enquête slechts een kwart voor het gezinsinkomen volledig afhankelijk is van de landbouw. Bij de overige 75 procent bestaat het gezinsinkomen uit landbouw plus andere bedrijfsactiviteiten, een baan buiten het bedrijf of een combinatie daarvan. “Dat kan een teken van bittere noodzaak zijn, omdat ondernemers het met alleen landbouw financieel niet redden”, zegt prof. Wiskerke. “Maar het kan ook een uiting zijn van veranderende opvattingen over wat goed of toekomstbestendig agrarisch ondernemerschap is.” Tien jaar geleden gaf 72 procent van de ondernemers van multifunctionele bedrijven aan dat direct contact met burgers en consumenten de belangrijkste drijfveer was voor verbreding. Ook financiële risicospreiding werd toen door de helft genoemd. “En het kan ook een teken zijn van een verdere emancipatie van de boerin / vrouw van de boer, waarbij de nadruk ligt op een eigen carrière en inkomen buiten het bedrijf of een eigen bedrijfsactiviteit voortkomend uit eigen expertise en interesse. Het zijn toch overwegend vrouwen, veelal met werkervaring buiten de landbouw, die de drijvende kracht zijn achter verbredingsactiviteiten.”

Verantwoording onderzoek

Het onderzoek naar agrarische bedrijfsontwikkeling is een initiatief van uitgeverij Agrio en is in samenwerking met de leerstoelgroep Rurale Sociologie van Wageningen University & Research opgezet. Eind juli en begin augustus voerde marktonderzoeksbureau Geelen Consultancy het onderzoek digitaal uit. Aan het onderzoek namen ruim 1200 boeren deel. Het aandeel biologische boeren (6 procent) en veebedrijven is licht oververtegenwoordigd en tuinbouwbedrijven zijn juist ondervertegenwoordigd.

Bron

Persbericht Wageningen University & Research, nr 101, 30 oktober 2020

Zie ook: Veehouders willen stikstofruimte inleveren

Onderzoek naar kansen en belemmeringen voor agrarische bedrijfsontwikkeling

Vandaag zijn we samen met Agrio een onderzoek gestart naar de factoren die van invloed zijn op de bedrijfsvoering en -ontwikkeling in de landbouw. Tevens proberen we zicht te krijgen op welke uiteenlopende bedrijfsstrategieën en bedrijfstypen er zijn en waar boeren en boerinnen belemmeringen en kansen zien voor een toekomstbestendig bedrijf. De eerste stap in dit onderzoek bestaat uit een korte enquête, die vandaag is verspreid onder ruim 15000 boeren en boerinnen. Dit deel van het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Geelen Consultancy. De uitkomsten van de enquête zullen in het najaar worden gepubliceerd in de vakbladen van Agrio. Later dit jaar willen we, mede op basis van de uitkomsten van deze enquête, een verdiepend onderzoek doen naar de huidige diversiteit in de Nederlandse landbouw, de kansen en belemmeringen voor bedrijfsontwikkeling en perspectieven voor verduurzaming.

Book Launch – Flourishing Foodscapes: Designing City Region Food Systems

On Thursday 27 September 2018 Valiz and the Amsterdam Academy of Architecture will host a programme dedicated to the launch of the book entitled ‘Flourishing Foodscapes – Designing City Region Food Systems’.

About Flourishing Foodscapes

Flourishing Foodscapes is a book about the the social and spatial organization of networks and systems of food provisioning. It explores, highlights and discusses strategies and designs for creating future-proof city region food systems by addressing the social, economic, and ecological vulnerabilities and sustainabilities of current and future foodscapes, as well as how the spatial qualities of the rural and urban landscape and its use need to adapt and change. A key argument in the book is that food not only has to do with nutrition, but that it links up with and influences a multitude of domains; from health to (eating) culture and from employment to climate change. It has a major impact on the city (especially on consumption and distribution, and, to a lesser extent, on production) and on rural areas (mainly production), but also the relations between city and countryside, close by as well as far apart. Thinking about food-related problems and challenges is becoming increasingly important. These issues influence our planet and way of life, but also our everyday existence.

Flourishing Foodscapes transcends the field of bottom-up initiatives and private projects. If we really want to design more sustainable food systems, we will have to think more structurally about changing food provisioning at different levels of scale. Flourishing Foodscapes links research, case studies and spatial design and takes a step towards a more comprehensive approach to food issues, building on inspiring practices, projects and designs from all over the world.

Programme Book Launch

The book presentation will take place on Thursday 27 September 2018, from 17.00 to 19.30 at the Academy of Architecture (Waterlooplein 211-213, Amsterdam). The programme is as follows:

  • 17:00–17:05 Opening by moderator Saskia van Stein (director Bureau Europa)
  • 17:05–17:10 Welcome by Madeleine Maaskant (director Academy of Architecture)
  • 17:10–17:30 Introduction to the book by the editors and main authors Han Wiskerke (Professor of Rural Sociology, Wageningen University) and Saline Verhoeven (landscape architect and researcher)
  • 17:30–18:00 Reactions tot the book by Froukje Idema (Programme Manager Food, municipality Ede); Martin Woestenburg (rural sociologist and journalist); Arnold van der Valk (Professor emeritus of Spatial Planning and co-founder of the Food Council of the Metropolitan Region of Amsterdam)
  • 18:00–18:25 Discussion led by Saskia van Stein
  • 18:25–18:30 Presentation of the first copy to Hanneke Kijne (Head of Landscape Architecture at the Academy)
  • 18:30–19:30 Snacks and drinks

This programme is free of charge, but if you plan to attend please register via avb-webredactie@ahk.nl

 

 

 

 

Organic Times – first edition of the MOAgazine

 

Recently students of the Master programme Organic Agriculture (MOA) of Wageningen University launched the first edition of the MOAgazine entitled ‘Organic Times’. The magazine (Organic times online) is written and edited by MOA students and provides some insights into the programme, study and student activities and a variety of issues linked to MOA, including book reviews and organic recipes. As chair of the MOA study programme committee I have enjoyed reading the Organic Times and am proud of the time and energy the students invested in developing this magazine. It reflects the enthusiasm and commitment of this great and dedicated group of international students as well as the interdisciplinary character of the MOA programme.

First generation Farmers: values, practices and relations – MSc-thesis by Laura Genello

Laura Genello, MSc-student Organic Agriculture, Wageningen University.

The average age of farmers is steadily rising across the United States and Europe, while the  proportion of young and beginning farmers declines. Challenging  economic conditions, coupled with agricultural consolidation and rising costs, have led to a decrease in farm successions. Simultaneously, the popular media has reported on increasing interest in agricultural careers among those from non-farming backgrounds.

This emerging population of first generation farmers has largely been ignored by the  academic literature, with only a handful of studies that suggest the ways in which these farmers differ from others. This study aims to characterize the values, practices and  supply chain relations of first generation, beginning farmers (FBFs). By incorporating concepts from research on farming styles, agricultural paradigm shifts and identity, I investigate to what extent FBFs represent change in agricultural attitudes and practice. To do so, I position their farming styles between the archetypes of the productionist and agroecological paradigms. These paradigms hold specialized, commoditized and production-centric traditions in agriculture on one side of a spectrum, and ecologically oriented, community embedded alternatives on the other. I took a comparative, exploratory approach, recruiting farmers who were both first generation (did not take over a family farm), and beginning (approximately less than 10 years experience) from two countries, the Netherlands and the U.S. state of Maryland. Data collection occurred in two phases: an online survey distributed using snowball sampling, followed by semi-structured interviews with 33 participants (15 in the Netherlands; 18 in the U.S.), selected strategically to represent a diversity of survey respondents. The survey yielded 95 responses that met the inclusion criteria: 38 from the Netherlands and 57 from the United States. Most FBFs were practicing small-scale, diversified agriculture, marketing direct to consumer, and using some level of unmapped organic methods. Interviews revealed FBFs to be motivated by a search for meaningful work, and generally have a strong environmental and community ethic. These principles were balanced with a high valuation of the business of farming. FBFs faced a variety of challenges, predominantly financial constraints, access to land and labor, lack of knowledge and regulatory barriers. Their farm practices and structure were the result of a negotiation between their values and business ethic as filtered through practical constraints. The solutions they employed included small scale, low-investment configurations, direct marketing, judicious application of web-based and small farm technology, strong online and in-person networks, and collaborations to access land, share knowledge and market products. While their practices, relations and values are heterogeneous, overall FBFs represent a shift towards the agroecological paradigm.

Key Words: beginning farmers, first generation farmers, new entrants, agroecology,
farming styles, farmer identity, alternative food networks.

The full thesis From Food Forest to Microfarm can be downloaded from the WUR-Library

Kick-off Horizon 2020 project ROBUST

Recently a Horizon 2020 grant of € 6 million was awarded for a project entitled ‘Rural-Urban Outlooks: Unlocking Synergies’ (ROBUST). ROBUST has started on the 1st of June 2017 and is coordinated by Han Wiskerke of the Rural Sociology Group.

The overall goal of ROBUST is to a) advance our understanding of the interactions and dependencies between rural, peri-urban and urban areas, and b) identify and promote policies, governance models and practices that foster mutually beneficial relations.

The project focusses on five domains of urban-rural relations & interdependencies: 1) New businesses and labour markets; 2) Public infrastructures and social services; 3) Sustainable food systems, 4) Cultural connections, and 5) Ecosystem services. These domains will be studied in 11 place-based living labs: Ede (Netherlands), Tukums (Latvia), Helsinki (Finland), Mid-Wales (UK), Gloucestershire (UK), Frankfurt-Rhein-Main metropole (Germany), Ljubljana Urban Region (Slovenia), Styria (Austria), Valencia (Spain), Province of Lucca (Italy) and Lisbon and Tagus Valley Region (Portugal). Each Living Labs will focus on three domains of urban-rural relations. Domain-specific lessons and experiences will be shared across Living Labs in thematic Communities of Practice (five in total, each covering one of the aforementioned domains of urban-rural relations).

In each Living Lab a research organisation (university, research institute or consultancy firm) will collaborate with a local or regional authority. For the Dutch case the Rural Sociology Group will collaborate with Ede Municipality. In total the ROBUST consortium consists of 24 partners: 11 research organisations, 11 local or regional authorities and two umbrella organisations: the Peri-Urban Regions Platform Europe (PURPLE) and the European Secretariat of the International Network of Local Governments for Sustainability (ICLEI Europe).

The kick-off meeting will take place on 7, 8 and 9 June in the Akoesticum in Ede. The website of the project is expected to be ready by September 2017. For more information about ROBUST, please contact one of the members of the RSO ROBUST team: Han Wiskerke, Henk Oostindie, Rudolf van Broekhuizen, Jessica Duncan and Bettina Bock.

What surprised a Polish researcher about Dutch care farms

By Ilona Matysiak, visiting guest of the Maria Grzegorzewska University in Warsaw, Poland

The idea is quite simple: to combine agricultural production with health and social services provided to people with different types of disabilities. However, it’s really hard to imagine or understand a care farm if you have never seen such a thing. One of the most important goals of my four-week research stay at the University of Wageningen was to unburden my imagination and see them for real. Continue reading

Boekpresentatie ‘Boeren in de Food Valley’

Voor het boek Boeren in de Food Valley sprak Janneke Blijdorp met vijftien agrariërs uit de Gelderse Vallei. Door schaalvergroting verdween de afgelopen decennia tachtig procent van de boerenbedrijven in dit gebied. De overgebleven boeren zetten in op de internationale voedselindustrie of juist op ambachtelijkheid en de lokale markt. De boeren vertellen in het boek over hun motivatie en toekomstverwachting. Vaak zijn zij al generaties lang met het gebied verbonden. Samen leveren de verhalen een verrassend divers beeld op van veerkrachtige ondernemers. Eric Veltink maakte fotoportretten van de boeren en hun bedrijf. U bent van harte welkom bij de presentatie van Boeren in de Food Valley op donderdagmiddag 24 November van 15.00 – 16.30 uur in De Schaapskooi op het erf van melkveehouder Cor den Hartog, Grote Veenderweg 10, 6741 MC Lunteren. Continue reading