In memoriam Henk Oostindie (Nederlandse versie)

Met veel verdriet delen wij u mee dat onze geliefde en zeer gewaardeerde collega, Henk Oostindie, is overleden op donderdag 21 mei, slechts zes weken na zijn pensionering bij de Leerstoelgroep Rurale Sociologie.

Henk was een Wageningse ruraal socioloog in hart en nieren. Afgestudeerd als agrarisch socioloog in Wageningen in 1990 is hij sindsdien eigenlijk altijd verbonden geweest aan de leerstoelgroep Rurale Sociologie. In de jaren ’90 begonnen als onderzoeker op diverse bedrijfstijlenprojecten en in het Europese CAMAR project, waarvoor hij ook twee jaar werkzaam en woonachtig was in Portugal. Vanaf de eeuwwisseling als onderzoeker (en later de facto als universitair docent) op voornamelijk Europese onderzoeksprojecten op het gebied van plattelandsontwikkeling, multifunctionele landbouw, korte voedselketens en stad-platteland relaties. Bij tijd en wijle werden die internationale projecten gecombineerd of afgewisseld met onderwijs en met landelijke projecten, zoals het door het Ministerie van LNV gefinancierde project ‘Dynamiek en Robuustheid van Multifunctionele Landbouw’.

We noemden Henk regelmatig ‘onze projectendiesel’, omdat hij ogenschijnlijk onvermoeibaar het ene project na het andere uitvoerde, het ene na het andere rapport opleverde en er altijd voor zorgde dat we onze projectverplichtingen nakwamen. Henk heeft in totaal aan 12 EU-gefinancierde projecten gewerkt – met de illustere acroniemen CAMAR, IMPACT, SUS-CHAIN, COFAMI, RUDI, ETUDE, GLAMUR, SUPURBFOOD, TRANSMANGO, BOND, ROBUST, en GRANULAR. Die projecten hebben geresulteerd in een grote hoeveelheid publicaties met Henk als hoofd- of co-auteur – rapporten, artikelen en boekhoofdstukken – en een omvangrijk Europees netwerk van onderzoekers en instellingen. Als groep bouwen we dankbaar voort op Henk’s output en netwerken voor nieuwe publicaties en projecten.

Henk was geen doorsnee academicus met een vooraf uitgestippelde wetenschappelijke carrière. Op de vraag waarom hij bij de leerstoelgroep Rurale Sociologie terecht was gekomen, antwoorde hij in een interview met hem in 2012 (opgenomen ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de leerstoelgroep) dat de thematiek van de groep hem aanspraak, hij onderzoek doen leuk vond, er projecten waren die hem de gelegenheid om aan die passie en interesse invulling te geven en dat hij “eigenlijk gewoon is blijven hangen”. Dat hij geen doorsnee academicus was, kwam ook naar voren in zijn aanvankelijke weerzin om te promoveren. Zoals hij in het dankwoord van zijn proefschrift schreef: “Lange tijd dacht ik dat er in de academische wereld wel plaats zou zijn voor mensen zoals ik, maar ik bleek het fout te hebben: ook ik moest me onderwerpen aan de academische regels als ik wilde blijven werken in een omgeving waar ik mijn belangrijkste professionele interesse kon nastreven: onderzoek naar dynamieken in de landbouw en op het platteland”. Maar die aanvankelijke weerzin maakte geleidelijk plaats voor enthousiasme, omdat het schrijven van zijn proefschrift hem in staat stelde te reflecteren op 20 jaar onderzoekdata en ervaringen en de contouren te schetsen voor zowel zijn eigen onderzoeksagenda als die van de groep. Dat leverde een manuscript op in de traditie van de Wageningse Rurale Sociologie, met aandacht voor diversiteit en veranderingen in tijd en ruimte en een analyse van hoe die dynamieken gevormd worden door verzet, herontwerp en veerkracht. Dit verbond hij aan opkomende (theoretische) ontwikkelingen in de sociale wetenschappen, zoals relationeel denken, sociaal-ruimtelijke analyse en de performativiteit van sociale wetenschappen.

Ondanks zijn ruime ervaring met EU-projecten, had Henk absoluut geen behoefte om een project te leiden. Ten eerste omdat zijn interesse lag bij de inhoudelijke kant van het werk: hij was toch het gelukkigst als hij het platteland op kon om mensen te interviewen. Ten tweede zou projectmanagement komen met administratieve verplichtingen, procedures en systemen, en als Henk ergens een grondige hekel aan had dan waren het wel administratieve systemen. Ten derde gaf hij aan niet graag op de voorgrond te willen staan, iets wat toch samengaat met projectleiderschap. Dat wil niet zeggen dat Henk onopgemerkt op de achtergrond bleef. Hij was zichtbaar en hoorbaar in tal van discussies en samenwerkingsverbanden en hij was een actief lid van de groep; Henk was altijd van de partij bij leerstoelgroep-bijeenkomsten en nagenoeg altijd aanwezig op kantoor. Bovendien, met zijn postuur kon je hem onmogelijk missen en anders was het wel zijn aanstekelijke lach en luide stem, die nog wel eens in de overdrive ging als hij een komische anekdote of ergerniswekkende ervaring verbaal kracht wilde bijzetten.

Het zal bij Rurale Sociologie stil zijn zonder Henk, maar dat geldt nog veel meer voor zijn geliefden. We wensen Cathe, Jureno en Lydia veel liefs en kracht toe in deze moeilijke tijd. Wij prijzen ons gelukkig dat hij zo lang onze collega heeft mogen zijn.

Namens de Leerstoelgroep Rurale Sociologie,

Han Wiskerke

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.