Grow, share or buy? PhD-thesis by Lucie Sovová

October 13 2020, at 13.30 am (CET) Lucie Sovová will defend her PhD-thesis ‘Grow, share of buy? Understanding the diverse food economies of urban gardeners‘. See the abstract below. After the defence the full thesis can be downloaded from WUR Library here. The ceremony will be live-streamed – click here – but is recorded and can be viewed later as well. Lucie Sovová is affiliated as PhD-candidate at the Rural Sociology Group of Wageningen University. 

Abstract
How do urban gardens work as sources of food? That is, in a nutshell, the central question of this thesis. Urban gardening and other food alternatives have received growing attention in relation to issues such as food quality and the environmental impacts of food production. However, we know little about how urban gardens actually provide food. In order to answer this question, I conducted an in-depth study of 27 gardening households in Brno, Czechia, exploring the long and lively tradition of gardening in Central and Eastern Europe. I investigated how much food gardeners produce in their plots, how they think of this practice and how it relates to other ways of obtaining food such as shopping. The results reveal that several practices facilitate food self-provisioning, such as food sharing or preserve making. I conclude that urban gardens play a central role in gardeners’ food supply, influencing eating as well as shopping habits in all four seasons.  

Outdoor psychology and coaching for adults with psychological complaints (three thesis topics)

Do you want to contribute to an ongoing Science Shop project focusing on outdoor psychology and coaching for adults with psychological complaints?

Evidence supporting the beneficial effects of nature on our health and wellbeing is accumulating. These insights are being used increasingly for the treatment of people with psychological problems, such as outdoor psychology and coaching. On the one hand, using nature as a ‘treatment room’ is suggested to be more effective than receiving treatment indoors, whereas, on the other hand, psychologists and coaches themselves report being more vital and healthy providing treatment outdoors. However, the use of nature in mainstream practices is far from accepted.

We offer three assignments:

  1. Understanding the experiences of clients who participate(d) in outdoor psychology interventions;
  2. Exploring the image of outdoor psychology among key stakeholders in the mainstream healthcare sector, and underlying motivations of outdoor psychologists;
  3. Exploring the motives and practices of outdoor coaches, perceived barriers and opportunities, and experiences of clients who participate(d) in outdoor coaching.

See the project page for more information and the first report based on an Academic Consultancy project: https://www.wur.nl/en/article/Nature-Assisted-Therapies-Nature-as-a-treatment-room-for-adults-with-psychological-complaints.htm

Interested or want to know more about the project? Contact Esther Veen (esther.veen@wur.nl)

Start Date: Fall 2020 or spring 2021

Neither Poor nor Cool: Practising Food Self-Provisioning in Allotment Gardens in the Netherlands and Czechia

A new open access article co-written by Lucie Sovová and Esther Veen compares urban gardening in Czechia and the Netherlands. The comparative case study concludes that despite diverging framings in the literature, allotment gardeners in both countries are ‘doing the same thing’.

Urban gardening is a shared interest of both authors. Esther wrote her PhD thesis about the role of Dutch community gardens in fostering social cohesion; her recent research deals with urban green infrastructure and urban food growing as prosumerism. Lucie studied Czech allotments in her MSc thesis, and she later expanded on the topic of food self-provisioning in her PhD project co-supervised by Esther at Rural Sociology. Together, Esther and Lucie supervised the MSc research of Kylie Totté, who looked at allotment gardens in Utrecht using the methodology previously designed for the Czech case study. The comparison of the two data sets facilitated a critical engagement with existing interpretations of urban gardening, which often frame this activity as an activist endeavour in the Western-European context, or as a reaction to economic need in Central and Eastern Europe. Below is the abstract of the paper, the full text is available here.

While urban gardening and food provisioning have become well-established subjects of academic inquiry, these practices are given different meanings depending on where they are performed. In this paper we scrutinize different framings used in the literature on food self-provisioning in Eastern and Western Europe. In the Western context, food self-provisioning is often mentioned alongside other alternative food networks and implicitly framed as an activist practice. In comparison, food self-provisioning in Central and Eastern Europe has until recently been portrayed as a coping strategy motivated by economic needs and underdeveloped markets. Our research uses two case studies of allotment gardening from both Western and Eastern Europe to investigate the legitimacy of the diverse framings these practices have received in the literature. Drawing on social practice theory, we examine the meanings of food self-provisioning for the allotment gardeners in Czechia and the Netherlands, as well as the material manifestations of this practice. We conclude that, despite minor differences, allotment gardeners in both countries are essentially ‘doing the same thing’. We thus argue that assuming differences based on different contexts is too simplistic, as are the binary categories of ‘activist alternative’ versus ‘economic need’. 

Thesis of stage boerderijeducatie

Effect van onderwijs op de boerderij voor leerlingen die (tijdelijk) uitvallen in het onderwijs

Er zijn te veel leerlingen die uitvallen in het onderwijs. Het aantal zogeheten ‘thuiszitters’ blijft de afgelopen schooljaren stijgen, in het schooljaar 2018-2019 naar 4790. Om deze leerlingen niet in de steek te laten zijn in het land initiatieven ontwikkeld om op een (zorg)boerderij onderwijs te krijgen. Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van het onderwijs op zorgboerderijen neemt toe. Er zijn momenteel ongeveer 50 onderwijsboerderijen. De eerste onderwijsboeren zijn gestart in het jaar 2000. Vanaf 2014 nam het aantal onderwijsboeren substantieel toe. Het afgelopen jaar zijn 409 leerlngen opgevangen op een boerderij. Bij veel van de boerderijen zijn alle leerlingen ingeschreven bij de school waar zij tijdelijk niet meer naartoe gaan. Er worden veel successen gemeld.

Er zijn verschillen in de wijze waarop het onderwijs op de boerderij wordt ingevuld en hoe er wordt omgegaan met de verschillende type leerlingen. Deze leerlingen gaan naar de boerderij omdat het op school niet goed gaat. Veel voorkomende diagnoses en problematieken zijn een Autisme Spectrum Stoornis, ADHD, gedragsproblemen, gescheiden ouders, verlies van een dierbare, gepest worden, hechtingsproblematiek, faalangst en trauma’s. De meeste leerlingen hebben een combinatie van bovengenoemde diagnoses en problemen. De leeftijd van de kinderen die les op de boerderij krijgen varieert van 4 tot en met 20 jaar.

Uit enquêtes en interviews die het afgelopen jaar zijn gehouden blijkt dat de ervaringen positief zijn. Bij meer dan 90% van de leerlingen leidt de plaatsing op de boerderij tot een positieve ontwikkeling. Het aantal leerlingen dat na enige tijd weer naar school gaat ligt boven de 50%.

Persoonlijke begeleiding en aandacht, afwisseling tussen onderwijs en andere activiteiten, de buitenomgeving en contact met dieren komen naar voren als succesvolle onderdelen. Daardoor kunnen leerlingen zich ontspannen, positieve ervaringen opdoen en weer tot leren komen.

Thesis/stage mogelijkheid

Bij een aantal boerderijen wordt de ontwikkeling van de leerlingen en de uitstroom goed gemonitord. Deze zorgboeren willen graag weten hoe het met de leerlingen gaat nadat zij zijn gestopt bij de boerderij en weer naar school gaan. Waar zij benieuwd naar zijn is: hoe hebben de leerlingen en de ouders de boerderijperiode ervaren, wat heeft deze periode voor hen betekend, wat hebben ze geleerd, hoe gaat het nu met de leerlingen en hoe zou het hen zijn vergaan als de boerderij er niet was geweest?

De student wordt gevraagd een aantal leerlingen en hun ouders te benaderen en hen te interviewen en een vragenlijst af te nemen. Meer inzicht in de effecten van onderwijs op de boerderij voor leerlingen die in het onderwijs uitvallen is belangrijk om deze nieuwe sector verder te kunnen ontwikkelen.

Meer informatie: Jan Hassink, Wageningen Plant Research: Jan.hassink@wur.nl (0317 480576)

Stage of afstuderen: Ontwikkeling Voedsellandschap en Moderne Marke Slijpbeek

  • Moderne Marke Slijpbeek – tussen Arnhem en Oosterbeek – is een samenwerkingsverband waarbij de korte keten van lokaal voedsel (van productie tot verwerking, distributie en afzet) het uitgangspunt is. Dit gebeurt in een bio-divers, cultuurhistorisch, hoogwaardig leef- en woongebied. Circulariteit (afvalstromen en mest) en fossielvrije mobiliteit liggen aan de basis en de beleving van de korte voedsel keten staat centraal. Het gebied functioneert als moderne Marke waar men met elkaar en vooral voor elkaar gewas en vee tot wasdom laat komen en waar de buitenruimte optimaal benut wordt om voedsel te produceren. De ruimte is verbonden door een padenstructuur die zowel distributie als beleving van voedsel mogelijk maakt. POP subsidie moet een bijdrage leveren aan het versterken van de samenwerking, de visie- en planvorming en de uitvoering van enkele voedselgebonden experimenten.

Doelstelling: Doel van het project is de consortiumpartners binnen het gebied rondom de Slijpbeek op professioneel niveau te laten samenwerken zodat er duurzame onderlinge relaties worden opgebouwd en er een duurzame voedselketen ontstaat. Het realiseren en innoveren van de duurzame korte voorzieningenketen gebeurt met een groep korte-keten-partners (niet alleen productie maar ook verwerking, distributie en afzet van lokaal voedsel) in ‘Slijpbeekpark’. De uit deze samenwerking voortkomende voedselproducten zijn met gesloten kringloop geproduceerd, emissievrij gedistribueerd en toereikend voor een zo groot mogelijk aantal afnemers in en om het gebied ‘Slijpbeekpark’. Bewoners van het gebied zijn ‘lid’ van hun eigen voedsellandschap.

Mogelijke opdrachten

Formuleren bedrijfsplan De partners hebben als doel samen te werken om een korte voedselketen te realiseren. De betrokken partijen willen de businesscase verbeteren, door meerwaarde toe te voegen aan de productie. Deze meerwaarde wordt bereikt door een gesloten grondstoffenkringloop en biologische en CO2-neutrale productie, waarbij de voedselproducten van het land zoveel mogelijk binnen het gebied en zonder verspilling worden verwerkt, gedistribueerd en afgezet voor en met bewoners en ondernemers.

Hiervoor wordt onderzocht: 1) Welke producten samen een interessant aanbod vormen als voedselpakket voor lokale bedrijven en bewoners, met oog voor technische eisen (landschappelijke ondergrond, mogelijkheden tot verwerking/houdbaarheid); 2) Hoe er tot een economisch haalbaar, kwalitatief product gekomen kan worden, met een overgang van intensief naar extensief beheer; 3) Welke innovatieve bewaar- en verwerkingsprocessen er zijn om jaarrond hoogwaardig voedsel aan te kunnen bieden en verspilling tegen te gaan; 4) Hoe en hoeveel (nieuwe) bewoners, bedrijven en belangstellenden het product kunnen en zouden willen afnemen (lid worden van een coöperatie, voedselpakketabonnement, etc).  

Formuleren voedsellandschapsplan Door middel van een voedsellandschapsplan krijgt de samenwerking van de korte-keten-partners ook fysiek in het landschap vorm. Hierin worden de locaties aangewezen waar natuur- en landschapsgericht wordt geboerd. In samenspraak met de gebiedseigenaren wordt onderzocht hoe en in hoeverre de korte-keten-partners het landschap kunnen beheren en bewerken ten behoeve van de lokale voedselproductie. 

Zichtbaar maken van lokaal voedsel Door de werkzaamheden in de voedselproductie, -verwerking, -distributie en -afzet beleefbaar te maken ontstaat er meer binding met het product en het landschap en meer bewustwording over voedsel in het algemeen. Hiervoor is behoefte aan een visie op beleving, educatie en burgerparticipatie met betrekking tot lokaal voedsel en een plan van aanpak hoe deze visie is toe te passen in de lokale zorg- en dagbesteding bij Hoeve Klein Mariëndaal en bij de beleving/ bewustwording van het lokale voedselsysteem door bewoners, lokale bedrijven en toeristen voor het gehele projectgebied.

Voor meer informatie: Jan Hassink, Wageningen Research: Jan.hassink@wur.nl en 0317 480576