75th anniversary: 28) RSO Education: on the value of lectures

Still diving into the archives of Wageningen University Library, I found a pamphlet by Hofstee on the value of lectures written in 1965.  It includes a short argumentation about the value of live lectures and contrast sharply with the current shift to online education. This is the second blog on RSO Education.

In 1965, Hofstee published a pamphlet called Heeft College Lopen Zin? (Is it useful to attend lectures?) in which he discusses the value of old-fashioned lecturing. He starts with the following sentences:

 “Attending lectures is an issue of which its usefulness is doubted upon by students – judging from the many absentees. They are probably not alone in this. It is likely that, from time to time, many academic lecturers too get the feeling that their monologues and discussions with students are of limited value and that it might be wise to let students independently study the syllabus instead” (translated from Hofstee, 1965).

Hofstee wanted to demonstrate the value of lectures by executing a small research on students from the course Introduction to Social Sciences followed by 61 students. This course includes a complete syllabus for students to study. The exam will test their knowledge on the syllabus. In principle, students should thus be able to pass the exam by only studying the syllabus. Consequently, the lectures are to aid the study progress and are not vital to the assessment outcome. But by looking at the relationship between the lecture attendance and the grade, Hofstee concludes that attending lectures is likely to have a positive effect on the grade.

That was 1965. Fast forward to now.

At Wageningen University, the printed out thick syllabi are replaced by digital articles. A course is constructed out of various teaching methods including not only lectures but also group discussions, tutorials, excursion and so on. Academic lecturers, as Hofstee called them, deploy a range of teaching skills and learning styles to capture the attention of students. Each course is evaluated after completion and each year teachers are asked to modify their teaching as they see fit. Yearly innovation funds stimulate teachers to think about new forms of teaching, always seeking to improve the quality of teaching.

Yet, lectures remain an important ingredient in the courses and so are the issues with lecture attendance. Lecture attendance is not just a discussion at the Wageningen University but very much a wider phenomenon. In 2014, Harvard University even went as far as secretly photographing students in lecture halls to study the attendance[1]. Besides this highly criticised experiment, more research has been done on lecture attendance, its presumed benefits and the reasons for not attending (see for example Doggrell, 2020; Fernandez et al, 2008; Horton et al, 2012; Meehan and McCallig, 2019; Poirier, 2017). Interestingly, the academics writing on this issue are not unanimously in favour of Hofstee’s conclusions. On one hand, Horton et al (2012) conclude that the correlation between assessment outcome and lecture attendance is “surprisingly weak”. Lectures can even lead to students’ boredom and decreased motivation (Blouin at al, 2008; Short and Martin, 2011).

On the other hand, academics indicate that lectures have great value. The interpersonal relation between students and lecturer, a demonstrated interest of the lecturer in the subject and the critical dialogue are factors that can make any lecture an inspiration and lecturing transformative. A good lecture makes student think (Poirier, 2017). On top of that, we are now experiencing a period without live lectures. The current COVID-19 pandemic pushed academics towards digital education. The shift to online education made us aware of the value of lecturing, the teaching in front of a classroom, the social element, the chats in the hallway, or the student that lingers after class as she has a few questions left. After a year of online education, students complain about the lack of interaction, the high amounts of screen time and declining motivation. They miss the classroom and probably also miss the lectures. These very current insights can lead to a revival of the live lectures on campus and, as Hofstee states:

…reinforce the feeling of usefulness among lecturers and stimulate students to honour us with their presence.” (translated from Hofstee, 1965)

References

Doggrell, S. A. (2020). No apparent association between lecture attendance or accessing lecture recordings and academic outcomes in a medical laboratory science course. BMC medical education, 20(1), 1-12.

Fernandes, L., Maley, M., & Cruickshank, C. (2008). The impact of online lecture recordings on learning outcomes in pharmacology. J Int Assoc Med Sci Educ18(2), 62-70.

Hofstee, E. W. (1965). Heeft college-lopen zin?.

Horton, D. M., Wiederman, S. D., & Saint, D. A. (2012). Assessment outcome is weakly correlated with lecture attendance: influence of learning style and use of alternative materials. Advances in physiology education36(2), 108-115.

Meehan, M., & McCallig, J. (2019). Effects on learning of time spent by university students attending lectures and/or watching online videos. Journal of Computer Assisted Learning35(2), 283-293.

Poirier, T. I. (2017). Is lecturing obsolete? Advocating for high value transformative lecturing. American journal of pharmaceutical education81(5).


Stage mogelijkheid voor studenten met agrarische affiniteit

Dirksen Management Support

Bij agrarisch adviesbureau Dirksen Management Support brengen we melkveehouders uit heel Nederland bij elkaar in agrarische studiegroepen. Het doel? Leren van elkaars ervaringen, vergelijken van bedrijfsresultaten en discussiëren over bedrijfsstijlen en keuzes. Om de meest leerzame en interessante gesprekken te creëren, maken wij onze groepsindelingen op basis van regio’s. Met als resultaat dat onze boeren kunnen sparren over problemen die voor hun van toepassing zijn. Daarnaast geeft deze indeling op een juiste manier weer hoe boeren presteren in relatie tot vergelijkbare andere bedrijven. Dit houdt je als melkveehouder scherp en geeft relevante inzichten. Zowel in onderdelen waar het bedrijf goed presteert of waar nog kansen liggen die benut kunnen worden. Ons motto luidt dan ook: “Alleen ben je sneller, samen kom je verder!”

Dirksen Management Support werkt al vanaf 1996 met gegevens vanaf het melkveebedrijf. Dit heeft geleid tot een enorme dosis ervaring en kennis op het gebied van verwerking van deze data. Naast studiegroep begeleiding werkt DMS voornamelijk veel samen in projecten voor de kringloopwijzer. De kringloopwijzer loopt als een rode draad door het melkveebedrijf heen. Op basis van kringloopwijzercijfers komt er veel informatie naar voren over oogst-, rantsoen-, en efficiëntie resultaten. Meer recentelijk zijn er ook samenwerkingen omtrent CO2, biodiversiteit, mestbeleid (BEP-pilot). Enkele hoofdonderwerpen die besproken worden zijn: Kringloopwijzer, Bodembeheer, Voermanagement en nog veel meer… Voor kringloopwijzers heeft DMS een geavanceerd systeem ontwikkeld waarmee de cijfers gecontroleerd en verwerkt worden tot analyses in compacte overzichten. Niet alleen het analyseren van data, maar ook het begeleiden van project groepen en het managen van projecten in het algemeen is een onderdeel binnen Dirksen Management Support.

Wanneer je stage loopt bij Dirksen Management Support krijg je de kans om een kijkje te nemen bij de brede taken van het bedrijf. Bij het deelnemen aan studiegroepen leer je veel van de sociale kanten en het overbrengen van kennis richting de boer. Onderzoek kan worden gedaan naar het innovatietraject richting kringlooplandbouw, het gebruik van nieuwe technologieën in de landbouw, acceptatie richting kringlooplandbouw voor zowel boer als consument, bewustwording van “the need to develop” voor de boer, communicatie strategieën voor boeren en consument, etc. Mocht je liever met het data bestand en cijfers werken voor een wat meer Bèta onderzoek kan dat natuurlijk ook! Ideeën voor onderwerpen zijn welkom!

Profiel kandidaat

We zijn op zoek naar een student met affiniteit voor de agrarische sector. Een student die gemakkelijk contact legt met zowel de boer als andere actoren in de sector. Om die rede zoeken we dan ook een student die goed Nederlands spreekt.

Nog steeds geïnteresseerd? Mail ons, inclusief je CV en interesse voor een stageonderwerp. Wat zijn jou skills die je graag zou willen toepassen bij DMS, of willen verbeteren? Wanneer zou je willen beginnen en hoe lang wil je stage lopen? We zijn benieuwd!

Contact

  • Kim Hahn, kimhahn@dmsadvies.nl
  • Hans Dirksen hansdirksen@dmsadvies.nl

Voor de aanvang van deze stage neem je contact op met Jessica de Koning (Thesis.RSO@wur.nl) voor een intake om begeleider en goedkeuring te krijgen voor de stage.

75th Anniversary: 23) On RSO education: 75 years teaching rural sociology

Diving into the archives of Wageningen University Library, I stumbled upon overviews and information on education. I was particularly interested in the teaching of rural sociology at the university. This is the first of a few blogs on RSO Education: the historical overview of sociology and specifically rural sociology at the Wageningen University timeline.

The pre-sociology era (1918-1956)

First students at the Landbouwhogeschool in 1879 (source: wur.nl)

In 1918, the Wageningen University was still called the Landbouwhogeschool (Agricultural College). Students could choose 5 study programmes: Dutch Agriculture, Dutch Horticulture, Dutch Forestry, Colonial Agriculture and Colonial Forestry. These remained the study programmes of the university for 24 years. It was not until 1945 that the university evolved into wider oriented institute. In 1946, sociology gained grounds through a new study programme on home economics. In his book chapter, Kooy (1971) calls this an “entrance in disguise” sociology was always marked with the adjective “agrarian”.  This marked the beginning of sociology in the educational programmes of the university. In 1956, The university added 11 new study programmes to the Wageningen university. Two of these additions were the study programmes Agrarian Sociology and Agrarian Sociology of Non-Western Areas. Continue reading

Thesis/Stage Transitie naar circulaire bedrijfsvoering Valleivarken

De Wetenschapswinkel is op zoek naar een student(e) die door middel van action research wil bijdragen aan de transitie naar een circulaire bedrijfsvoering van Valleivarken (organisatie van drie varkenshouders): samen met twee geïnteresseerde akkerbouwers en evt andere stakeholders wordt gewerkt aan de transitie naar een circulaire bedrijfsvoering.

Gevraagde expertise: vermogen om het gesprek tussen Valleivarken en de geinteresseerde akkerbouwers te faciliteren (action research). We zijn op zoek naar een student (thesis, internship of projectgroep) die zich uitgedaagd voelt om kennis van verschillende disciplines te overbruggen. Achtergrondkennis op één of meer van de volgende gebieden is gewenst:  akkerbouw, varkenshouderij, circulaire landbouw, bedrijfseconomie, of action research.

Lokatie: Gelderland.

Mogelijke activiteiten: interviews, action research met akkerbouwer(s) en varkenshouder, literatuur onderzoek, evt analyse bedrijfsgegevens, ontwerp bouwplan

Gevraagd: Nederlandstalige masterstudent (thesis of internship), maar ook studenten die extra verdieping willen aanbrengen of een groepsopdracht willen doen, komen in aanmerking.

Achtergrond: ValleiVarken is een samenwerkingsverband tussen drie varkenshouders (1 vermeerderaar en 2 mesters), een slachterij (Gosschalk, Epe) en retail (BONI supermarkten en cateraar/traiteur de Kroes). Momenteel wil Valleivarken een stap maken richting circulaire varkenshouderij door samenwerking te zoeken met o.a. akkerbouwers (voor de productie van varkensvoer in ruil voor varkensmest) en een veevoerfabrikant (Agrifirm). In een eerste ACT studenten project zijn twee geinteresseerde akkerbouwers geidentificeerd. Het unieke van Valleivarken is, dat de varkenshouders met hun afnemers een vaste afzet hebben afgesproken tegen een vaste kwaliteit en prijs. De ketens zijn kort, er zit geen handel tussen en de partijen werken op basis van vertrouwen en goede relaties. Aan de student wordt gevraagd de samenwerking tussen akkerbouwer en varkenshouder gestalte te geven door gesprekken te faciliteren en door het identificeren van geschikte gewassen in het bouwplan van de akkerbouwer.

Voor meer informatie:

Francien de Jonge,

tel 0317 484577;

@ Francien.deJonge@wur.nl;

https://www.wur.nl/nl/project/Valleivarken-in-transitie-naar-circulaire-varkenshouderij.htm

Master thesis opportunity – Regenerative food systems and the changing interfaces of food production and consumption in Taranaki, New Zealand

An exciting, funded thesis opportunity for students interested in regenerative food systems in New Zealand

Introduction

Regenerative agriculture has gained momentum as increasing groups of farmers become preoccupied by ‘soil health’ and attentive to the practices required to augment and sustain soil biodiversity. Regenerative agriculture builds on the principles of circular farming, enhances biodiversity as ‘nature-inclusive’ farming, mitigates climate change, adopts ‘a true costs’ approach towards the impact of (diverse modes) of food provisioning, and includes more sustainable, inclusive business models. It has been identified as a major solution for carbon sequestration and a response to destructive environmental consequences of conventional or industrial agriculture on the planet and climate.

Farm Next Door, is an entrepreneurial initiative from the Taranaki region that applies precision tools to small-scale ‘hyper-localised, backyard’ urban, community supported farming/horticulture. Farm Next Door intend to nurture and facilitate the support structure for a new urban farming community. This network of local producers will farm regeneratively, earn income from their own land, and supply local, values-based produce for local consumption.

Exploring innovative and sustainable food systems, Like Farm Next Door requires attention to both production (regenerative agriculture) and consumption (the conscious and responsible consumer). What is required is a more holistic approach to how business is conducted – one that is inclusive of social good (Vishwanathan, Seth, Gau and Chaturvedi, 2009). A focus that is inclusive of consumption allows us to understand how more sustainable patterns of consumption might be co-created through an in-depth understanding of what, how and where we choose to onsume. Engaging with the forces required to alter consumption enables a greater transformative societal shift (Fuchs and Boll, 2018).

Research project and thesis opportunity

Within this context, Massey University and Wageningen University have set up a research project that allows for 2-3 Master thesis students to conduct their research on regenerative farming. Four broad research questions provide a framework for the overall project, with smaller subsets of emergent questions guiding the focus of each individual student thesis:

  1. How can regenerative, circular, zero-waste systems be embedded within the Farm Next Door initiative and multiplied across all urban farming practitioners that will be part of this operation? What are the challenges, constraints and opportunities presented by such a holistic approach?
  2. What innovative 21 st century economic and business models provide the basis for sustainable livelihoods and thriving communities? What lessons can be drawn from initiatives across various global contexts?
  3. How are changing food production-consumption interfaces and the increasing demand for traceable, environmentally sustainable, nutritious foods promoting co-creation of common or public goods or positive externalities of innovative food systems? How are these forms of value demonstrated?
  4. How can issues of equity, ethics and responsibility be integrated within agrifood transformations and changing land use practices to secure sustainable livelihoods and promote flourishing communities in Taranaki?

Research will entail immersion in the Taranaki region at different junctures by all the researchers, to enable the development of context-based understanding in addressing the broad research questions outlined above. It will also enable the practical action research derived from the series of targeted inquiries identified by Farm Next Door listed below:

  • To identify the emerging decentralised small scale organic farm movement in Taranaki – what? when? where? how?
  • To explore how precision horticultural practices and the latest AgTech solutions can be adapted and applied to the emerging decentralised small scale organic farm movement in Taranaki
  • Understand producer and consumer dynamics – motivations to engage and co-create a new way of producing and consuming food and how behavioural change in ethical purchasing behaviour is encouraged to a wider demographic than the current “local ethical consumer”

In consultation with their identified thesis supervisor(s), students will select one of the 4 broad questions listed above for their thesis topic and develop subsets of smaller, more focused research questions to guide their field work in Taranaki. Alongside this more academically-oriented focus, they will apply appropriate methodological approaches to integrate key action research components based on the targeted areas of inquiry developed by Farm Next Door. This dual aspect to the research undertaken in this project will provide academic rigour whilst retaining direct and practical relevance to the Farm Next Door initiative and its wider purview in Taranaki.

Planning

Expected start of the thesis: between January/February 2020.

Expected fieldwork period: April – July 2020 (4 months)

Requirements and procedure

Interested students can apply for this possibility by sending and email to Dirk Roep/Jessica de Koning/Mark Vicol to express their interest in this exciting opportunity. In order to be considered, students must meet the following criteria.

  • Students are enrolled at the Wageningen University
  • Students are preferably part of one of the following programmes:
    • MID programme, specialisation Sociology of Development
    • MOA programme, specialisation Sustainable Food Systems
  • Students preferably have completed RSO-31806 Sociology of Food and Place and/or RSO-30806 The Sociology of Farming and Rural Life
  • Students must be willing to work in a team led by Massey University
  • Students must be willing to stay in New Zealand for a period of 4 months
  • Students meet the criteria of entering New Zealand set by New Zealand immigration.

Final selection of candidates will be made by Dirk Roep, Jessica de Koning and/or Mark Vicol.

In return we offer

  • Relevant work experience in a research collaboration between Massey University and Wageningen University
  • Reimbursement of costs of travel, housing and transport (incl. return flight Netherlands-New Zealand).

Contact

Dirk Roep (dirk.roep@wur.nl), Jessica de Koning (jessica.dekoning@wur.nl) Mark Vicol (mark.vicol@wur.nl).

Thesis skills – an online RSO support system for thesis students

Ever wonder how to write the perfect research question?

Problems in building raport with your respondents in the field?

Never really quite sure what operationalisation of concepts means?

Is a thesis stressing you out?

RSO has just designed an online learning environment on Brightspace called Thesis Skills. Thesis Skills is an innovative platform that is 100% online and 100% based on your needs.

The aim of this digital thesis environment is to give you tools to assist you in the thesis writing process. We have divided this process into topics such as planning, proposal writing, literature review, in the field and after the field, writing, etc. For each of these we have created a module containing information, exercises and self-tests. You do not have to take all modules, but can select the ones most appropriate for you. Mini-tests help you select these.  The digital thesis environment also contains peer support discussion fora to discuss difficulties with other students, and exchange tips and tricks.

All master thesis students (already busy with their thesis or planning to start) of RSO are invited to register for this online education platform. You can do this by sending an email to Jessica de Koning (jessica.dekoning@wur.nl)

Thesis opportunity: Brewing Social, Economic and Ecological Change in the Global Hops Industry

With the rapid expansion of the craft beer sector globally, the organization of hop production is changing in producing countries. We seek one or two MSc students to conduct a primarily qualitative study on how interrelated social, economic and ecological dynamics shape sustainability outcomes (broadly conceived) in a rapidly expanding and changing industry. Potential topics of focus include the role of plant breeding and new varieties, trade-offs between cooperative vs competitive relationships, and how changing beer markets are influencing how people produce, sell and use hops. Potential frameworks include STS, Assemblage Theory, Global Value Chain Analysis and Political Economy. Students may choose to complete fieldwork and data collection in one of the target countries of New Zealand, UK, Belgium, US, and Germany.

low angle photo of green leaves

Photo by ELEVATE on Pexels.com

Pre-requisites:

  • You have some training in qualitative methods and critical social theory
  • You have a keen interest in the sociology of agriculture, food systems, sustainability, food politics and/or foodscapes
  • You are willing to develop fieldwork-based methodologies
  • You have completed at least two social sciences courses, preferably with RSO
  • You are eligible to do your thesis with RSO

Questions? More information? Email mark.vicol@wur.nl

Thesis of stage project: Versterken Vernieuwende Landbouw Beweging

Er is een forse toename in het aantal netwerken en pioniers op gebied van innovatieve agri-food systemen. Ze ontstaan vanuit de agrarische produktiekant en ook vanuit de consumentenkant en willen een alternatief bieden voor de dominante voedsel- en landbouwpraktijk. Ze richten zich vaak op de lokale context, werken integraal met aandacht voor biodiversiteit, koolstof vastlegging, betrekken van burgers en een gezonde leefomgeving.  Voorbeelden zijn Heerenboeren, Community Supported Agriculture, Food Forests, Agro-ecological agriculture,  bodemboeren en toekomstboeren. Bij veel van dit soort innovatieve agri-food systemen wordt uitgegaan van agro-ecologische principes.

De verschillende initiatieven ontwikkelen zich tot grotere netwerken die de ambitie hebben om te komen tot een gezamenlijke beweging. Wellicht met een gezamenlijk loket en/of steunpunt om zo aanspreekpunt te kunnen zijn voor beleid, onderzoek en andere partijen.

Om een goede strategie en aanpak te ontwikkelen voor het creëren van een sterke beweging met impact is het van belang de verschillende initiatieven en hun onderliggende waarden en principes goed in beeld te brengen.

We zoeken studenten die interesse hebben mee te werken aan deze ontwikkeling van de vernieuwende landbouwbeweging.

Onderwerpen van een thesis of stage project kunnen zijn:

  • In beeld brengen van de initiatieven en netwerken
  • In beeld brengen van de onderliggende visie/principes van de verschillende initiatieven en initiatiefnemers
  • In beeld brengen aan welke maatschappelijke uitdagingen initiatiefnemers een bijdrage willen leveren.
  • Strategie en aanpak ontwikkelen om de impact van deze vernieuwende initiatieven meer bekend te maken en breder ingang te laten vinden en bruggen te slaan met meer reguliere vormen van landbouw produktie.

 

 

Meer informatie:

 

Jan Hassink

Wageningen Plant Research

Agrosysteemkunde

Jan.hassink@wur.nl

0317480576

Thesis of stage: Agro-ecologische en lokale voedsel Beweging inspiratie voor een circulair landbouw- en voedselsysteem

Achtergrond

Agro-ecologische en lokale voedselbewegingen in Nederland proberen verloren verbindingen te herstellen, en nieuwe verbindingen te maken, zoals tussen stad en platteland, landbouw en natuur, en producent en burgers om de waardering voor kwaliteit van gezond en lokaal voedsel te verhogen. De bewegingen en initiatieven hebben een aantal uitgangspunten en waarden zoals positieve en integrale bijdrage te leveren aan biodiversiteit, aantrekkelijk landschap, vruchtbare bodems, koolstof vastlegging en korte ketens. Deze bewegingen winnen snel aan populariteit en kunnen een inspiratie zijn voor boeren, bestuurders, ondernemers, beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en wetenschappers die streven naar meer duurzame landbouw- en voedselsystemen. Minder expliciet is in hoeverre zij bijdragen aan circulariteit en welke initiatieven daar het best op scoren.

 

We zoeken studenten met interesse in de betekenis van agro-ecologische en lokale voedselbewegingen voor de transitie naar een circulaire landbouw

Activiteit:

  • Verkennen en beschrijven van beelden over circulaire landbouw en hoe daar op bedrijfsnivo concreet invulling aan kan worden gegeven.
  • Interviewen van succesvolle pioniers (bestaande landbouwbedrijven en burgers die betrokken zijn bij lokale voedselbewegingen) op het gebied van integrale voedselproductie en het creëren van lokale verbindingen tussen producenten en burgers. Ze zijn aangesloten bij netwerken als Herenboeren, CSA boeren, Toekomstboeren, Caring agriculture, voedselfamilies en netwerk Voedsel Anders. Het proces naar duurzaamheid van de pioniers in beeld brengen om een sociaal, ecologisch en economisch duurzaam initiatief te realiseren.

We richten ons op hoe hun bedrijfsvoering eruit ziet, hoe hun businessmodellen eruit zien, de obstakels die zij ervaren, de waarden die zij centraal stellen, de  resultaten zij (willen) bereiken, hoe zij nieuwe verbindingen aanmaken, en hoe zij circulariteit zien en in hoeverre ze daar in hun ogen invulling aan geven. We richten ons ook op burgers die betrokken zijn bij voedsel initiatieven.

 

Meer informatie:

Jan Hassink

Wageningen Plant Research

Agrosysteemkunde

Jan.hassink@wur.nl

0317480576

 

Thesis of stage: Biodiversiteit Agro-ecologische landbouw

Achtergrond en aanleiding

De biodiversiteit in de landbouw is de afgelopen decennia sterk afgenomen. De meeste wilde plantensoorten zijn nagenoeg verdwenen en ook met veel vogelsoorten op het boerenland gaat het slecht, mede door de sterke teruggang in insecten, t.g.v. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de afwezigheid van struiken, bomen, heffen in het agrarisch landschap.  Deze achteruitgang hangt samen met de huidige manier van landbouw bedrijven waarbij de focus ligt op optimale productie. Er is in de reguliere landbouw wel steeds meer aandacht voor minimalisering van de belasting van de omgeving, maar er is onvoldoende aandacht voor het beheer van  biodiversiteit in een agrarisch landschap.

Er is tegelijk een groeiende groep van vernieuwende boeren en boerennetwerken die een alternatief willen voor de reguliere landbouw en voedselproductie. Zij werken ook nu al vanuit agro-ecologische principes aan lokaal georiënteerde, natuurinclusieve landbouw- en voedselsystemen waarbij de ambitie is een positieve en integrale  bijdrage te leveren aan (herstel) van vruchtbare bodems, ruimte te geven aan en gebruik te maken van biodiversiteit, koolstof vastlegging, korte ketens en verbinden van boeren en burgers.

Het betreft vernieuwende (boeren)netwerken als de Herenboeren, netwerk natuur-inclusieve landbouw, CSA boeren, Toekomstboeren, Stichting Voedselbosbouw, de Vereniging Biologisch Dynamische Landbouw, Vegan boeren. Zij werken nu samen binnen de federatie Agroecologische boeren. Daarnaast zijn er het netwerk BoerenNatuur, het platform natuurlijke veehouderij  en het netwerk VoedselAnders. Zij hebben de ambitie hun krachten te bundelen, ontwikkelingsvragen te bundelen en samen op te trekken in een lerend en vernieuwend netwerk.

We zoeken studenten die interesse hebben om samen met boeren en andere betrokkenen in het netwerk agro-ecologische landbouw te verkennen wat goede en bruikbare methoden zijn om biodiversiteit in de praktijk te monitoren en boeren en burgers daarbij in te schakelen.

 

Activiteiten

  • Wat zijn methoden die worden gebruikt om maatregelen die biodiversiteit bevorderen in kaart te brengen en biodiversiteit te monitoren. Wat zijn goede voorbeelden van monitoring door boeren en burgers die bruikbaar zijn.
  • Interviews met boeren: wat voor biodiversiteit vinden zij belangrijk; wat zijn maatregelen die zij nemen om biodiversiteit te versterken en hoe zou volgens hen biodiversiteit op hun bedrijf gemonitord kunnen worden.

Op basis van het literatuuronderzoek en de interviews met boeren ontwikkelen we een praktijkgerichte methodiek om biodiversiteit en voorwaarden voor biodiversiteit in beeld te brengen en te monitoren.  We selecteren boeren die dit gaan toepassen.

 

Meer informatie:

Jan Hassink

Wageningen Plant Research

Agrosysteemkunde

Jan.hassink@wur.nl

0317480576