75th Anniversary: 11) Notes from the field: Agricultural Development in Rojava and Resistance of the Third Kind

Women’s cooperative farm in Rojava (2015)

Introduction

In one of our previous blogs we discussed Van der Ploeg’s concept resistance of the Third Kind (see Anniversary Blog 7). This was defined as a resistance which resides in working practices and farmers’ fields and is expressed in the way that cows are bred, how manure is made, products are delivered. In short, it is a resistance which intervenes in and reorganizes production, reproduction and markets (Van der Ploeg 2007). In this blog, the reconstruction of Kobanî is discussed a resistance of the third kind. Continue reading

Foodscapes in times of uncertainty – blog 2

The Transformative Power of Gardening: food literacy, connection and environmentally sustainable choices during COVID19

By Jessica Breslau and Sofie de Wit

Sparked by the covid19 pandemic food supply chains have been disrupted: food is more scarce, expensive, and difficult to access than before (OECD, June 2, 2020). Simultaneously, the pandemic has increased the number of people participating in home and community gardening (Polansek and Walljasper, 2020). One of the reasons for this transition may be people losing their jobs, having less disposable income to spend on food. Additionally, as people spend more time at home due to the crisis, home gardening became more accessible. Some scholars also identified gardening as a therapeutic act that brings tranquillity during times of stress (Bratman G.N. et al. 2019). As such, the current global circumstances remind us of the therapeutic and educational potential of gardening, particularly regarding individuals’ relationships to their food and how this translates to food consumption patterns (Kellaway, 2020; Wang and MacMillan, 2013).  Continue reading

Thesis/stage: Effect van onderwijs en zorg op de boerderij

Er zijn te veel leerlingen die uitvallen in het onderwijs. Het aantal zogeheten ‘thuiszitters’ blijft de afgelopen schooljaren stijgen. Om deze leerlingen niet in de steek te laten zijn in het land vele initiatieven ontwikkeld om op een (zorg)boerderij naast zorg ook onderwijs te geven. Uit enquêtes en interviews die het afgelopen jaar zijn gehouden blijkt dat de ervaringen vaak positief zijn. Bij meer dan 90% van de leerlingen leidt de plaatsing op de boerderij tot een positieve ontwikkeling. Het aantal leerlingen dat na enige tijd weer naar school gaat ligt boven de 50%. Continue reading

75th Anniversary: 10) Rediscovery of Farming Styles

Farming styles refer to a cultural repertoire, a composite of normative and strategic ideas about how farming should be done. The notion goes back to early work of Hofstee, the founding father of the Rural Sociology Group, initially by focussing on the cultural backgrounds of inter-regional differences in farmers’ uptake the agricultural modernisation logics. Late 1980s the notions re-appears, changing the focal point to intra-regional significance of differentiating farmers’ responses in relation to the various sustainability problems that characterize these same modernisation logics.

Continue reading

75th Anniversary: 9) De Toga: overleefde hiërarchie of dalend cultuurgoed

Professor Kooij met toga, bef en baret

Parallel aan de democratisering van de universiteit in de jaren zestig en zeventig, met de voor die tijd kenmerkende opkomst van vakgroepsbestuur, in plaats van de almachtige hoogleraar, en inspraak door studenten, kwam ook universiteitssymboliek onder vuur te liggen. Een van die symbolen was de toga, het kenmerkende gewaad dat de hoogleraar draagt bij plechtigheden. De sociologen Gerrit Kooij en Rien Munters openden de discussie over het aan de wilgen hangen van de toga. Continue reading

Symposium over de onderwijs-zorgboerderij

Op woensdag 25 november is het wetenschapswinkelproject Leerarrangementen in het Groen – over de onderwijs-zorgboerderij – afgesloten met een (grotendeels online) symposium. Zelf heb ik de resultaten van het wetenschapswinkelproject gepresenteerd. Andere sprekers waren onder andere Natalie Jonkers (ministerie VWS) en Rene Peeters (ambassadeur programma ‘Met andere ogen’). Het publiek kon online volgen hoe de live presentaties werden afgewisseld met filmpjes opgenomen op de boerderij. De belangstelling was groot: ruim 115 deelnemers bleven tot het einde toe ingelogd. Dit laat zien hoe sterk dit onderwerp leeft.

In het wetenschapswinkelproject hebben onderzoekers en studenten van binnen en buiten Wageningen UR de onderwijs-zorgboerderijsector in kaart gebracht, onderzocht waarom onderwijs op de boerderij kan werken, en aanbevelingen gedaan voor het professionaliseren van de sector. Alle bevindingen zijn samengebracht in een uitgebreide eindrapportage en een kortere brochure. Daarnaast is een brochure verschenen met daarin de ervaringen van kinderen. Alle producten, en korte conclusies, zijn te vinden op onze projectpagina.

Het symposium is terug te kijken: https://www.crowdcast.io/e/Onderwijs-op-de-Zorgboerderij

75th Anniversary: 8) Kyoto meets Wageningen, Political Economy meets Rural Sociology

Countryside excursion at the 2016 Graduate Workshop

 Introduction

The collaboration between the group of rural sociology at Wageningen University and the group of agri-food political economy at Kyoto University officially started in July 2014, when we signed a letter of intent to foster international cooperation in education and research. This was first materialised when Kyoto University invited Dirk Roep in February 2015, and Guido Ruivenkamp and Joost Jongerden in March 2015 (http://agst.jgp.kyoto-u.ac.jp/topics/report/376). Their visit to Kyoto kickstarted a series of intensive lectures given by invited RSO members as well as a series of joint workshops between the two groups either in Kyoto or in Wageningen, as explained below. Continue reading

75th Anniversary: 7) Rural Sociology and Resistance of the Third Kind

Women farmers in Rojava (2015)

Introduction

When it comes to the agrarian question, academia has been deeply divided. At the risk of caricature, there is one school of thought that considers the process of capitalist development a force that moves history progressively forward and another that takes the creative agency of people as the primary force of development. Historically, the Rural Sociology Group belongs to the latter school. The work on farming styles, meaningful diversity, new peasantries and foodscapes gave expression to the idea of this creative agency (Hofstee 1982, Ploeg 2008, Wiskerke 2009). In this blog, I will explore the importance of the agency concept through Van der Ploeg’s concept of resistance. Continue reading

75th Anniversary: 6) The Cartophoot: Hofstee’s geographic mapping of difference

Picture 1. The cartophoot

In 1949, three years after his appointment as professor in social and economic geography, the ‘trojan horse’ through which rural sociology entered Wageningen, Evert Willem (E.W.) Hofstee became the chair of a commission to study the development of fertility in the Netherlands.[1] This Commission for Birth Research (Commissie voor het Geboorte-Onderzoek)[2] was part of the Institute for Social Research of the Dutch People (Instituut voor Sociaal Onderzoek van het Nederlandse Volk [ISONOVO]). Continue reading

Landbouwbedrijven hebben steeds meer bronnen van inkomsten

Steeds meer agrarische bedrijven halen hun inkomen uit andere dan pure landbouwactiviteiten. Slechts een derde van de Nederlandse agrarische bedrijven legt zich toe op de primaire productie van bijvoorbeeld melk of varkensvlees en richt zich op de wereldmarkt. Zij proberen tegen zo laag mogelijke kosten te produceren. De overige bedrijven hanteren een veelzijdiger strategie om inkomsten te genereren.

Dat blijkt uit een enquête-onderzoek naar bedrijfsstrategie en toekomstperspectief van uitgeverij Agrio en de leerstoelgroep Rurale Sociologie van Wageningen University & Research. De enquête die deze zomer werd gehouden onder ruim 1200 agrarische bedrijven laat een aanzienlijke verbreding van inkomstenbronnen zien ten opzichte van het laatste grootschalig onderzoek midden jaren negentig naar bedrijfsstrategieën in de landbouw. In 1995 combineerde 22% van de bedrijven landbouw met andere bedrijfsactiviteiten, nu is dat 50%.

Agrarische bedrijven hanteren diverse strategieën om inkomen uit hun activiteiten te genereren. De meest oorspronkelijke route is die van de primaire productie van akkerbouwgewassen, zoals tarwe, en veeteelt, met melk, vlees of eieren als producten. In de afgelopen decennia hebben agrariërs naast akkerbouw en veehouderij ook andere inkomstenbronnen gegenereerd. Tegenwoordig is er een heel scala aan activiteiten zoals agro-toerisme, agrarisch natuurbeheer, een zorgboerderij en activiteiten die geen specifieke agrarische link hebben, zoals energieproductie met zonnepanelen of windmolens. Puur en alleen landbouwproductie komt nog maar bij de helft van de bedrijven voor, terwijl dat in 1995 nog op 78% van de bedrijven het geval was.

Han Wiskerke, hoogleraar Rurale sociologie aan Wageningen University & Research, die het onderzoek begeleidde, noemt de toegenomen diversiteit van strategieën binnen de landbouw onderbelicht. „Het beeld in de media werd het afgelopen jaar vooral gedomineerd door de stroming die zich richt op specialisatie en schaalvergroting. Uit ons onderzoek blijkt dit slechts één van de vele stromingen te zijn.”

Arbeidsmarkt gunstig voor extra activiteiten

De bedrijven die zich richten op verbreding en toegevoegde waarde (zoals eigen productverwerking), genereren opmerkelijk meer arbeid. Daarmee leveren ze een bijdrage aan de werkgelegenheid en de leefbaarheid van het platteland. Volgens Wiskerke zou het goed zijn als overheden zich bewust zijn van het feit dat bepaalde vormen van landbouwontwikkeling ook veel werkgelegenheid creëren. „Ik heb de indruk dat beleid gericht op het behouden en creëren van werkgelegenheid op het platteland zich niet op landbouw maar op andere economische sectoren richt.” Wiskerke plaatst daarbij wel een kanttekening. “De activiteiten die potentieel veel werkgelegenheid creëren doen zich vooral voor nabij steden en in toeristische gebieden (met name langs de kust), omdat daar nu eenmaal de meeste mensen wonen of recreëren en daar dus de meeste consumenten en afnemers van die boerendiensten te vinden zijn.”

Ontevreden over inkomen uit landbouw

Uit het onderzoek blijkt dat boeren die zich richten op specialisatie en productie voor de wereldmarkt op veel fronten afwijken ten opzichte van boeren met een andere strategie. Dat neemt niet weg dat voor alle boeren geldt dat ze ontevreden zijn over de inkomsten uit agrarische activiteiten. Bijna de helft is erg ontevreden of behoorlijk ontevreden. Het minst tevreden over het inkomen uit de landbouw zijn boeren met een bedrijfsstrategie waarbij zij zgn. groenblauwe diensten leveren, zoals beheer van sloten, en verbreding, zoals zorglandbouw of agrotoerisme. Daarentegen zijn deze boeren wel het meest tevreden over hun bedrijfsinkomen. Maar ook voor de boeren die zich richten op specialisatie en productie voor de wereldmarkt is het moeilijk om met alleen landbouw rond te komen, constateert prof. Wiskerke. “Puur van landbouw rondkomen is moeilijk.”

Veranderende regelgeving als belemmering

Als grootste belemmering voor bedrijfsontwikkeling staat bij alle bedrijfsstrategieën met stip op één: steeds veranderende regelgeving. 63 procent van de deelnemers kruiste dit aan. Agrariërs hebben behoefte aan een duidelijke langjarige overheidsvisie. “Daarop kunnen zij hun bedrijfsstrategie, waarbij vaak investeringen gemoeid zijn, inrichten,” licht prof. Wiskerke toe.

Kwart van gezinsinkomen afhankelijk van landbouw

Uit het onderzoek blijkt dat van alle bedrijven in de enquête slechts een kwart voor het gezinsinkomen volledig afhankelijk is van de landbouw. Bij de overige 75 procent bestaat het gezinsinkomen uit landbouw plus andere bedrijfsactiviteiten, een baan buiten het bedrijf of een combinatie daarvan. “Dat kan een teken van bittere noodzaak zijn, omdat ondernemers het met alleen landbouw financieel niet redden”, zegt prof. Wiskerke. “Maar het kan ook een uiting zijn van veranderende opvattingen over wat goed of toekomstbestendig agrarisch ondernemerschap is.” Tien jaar geleden gaf 72 procent van de ondernemers van multifunctionele bedrijven aan dat direct contact met burgers en consumenten de belangrijkste drijfveer was voor verbreding. Ook financiële risicospreiding werd toen door de helft genoemd. “En het kan ook een teken zijn van een verdere emancipatie van de boerin / vrouw van de boer, waarbij de nadruk ligt op een eigen carrière en inkomen buiten het bedrijf of een eigen bedrijfsactiviteit voortkomend uit eigen expertise en interesse. Het zijn toch overwegend vrouwen, veelal met werkervaring buiten de landbouw, die de drijvende kracht zijn achter verbredingsactiviteiten.”

Verantwoording onderzoek

Het onderzoek naar agrarische bedrijfsontwikkeling is een initiatief van uitgeverij Agrio en is in samenwerking met de leerstoelgroep Rurale Sociologie van Wageningen University & Research opgezet. Eind juli en begin augustus voerde marktonderzoeksbureau Geelen Consultancy het onderzoek digitaal uit. Aan het onderzoek namen ruim 1200 boeren deel. Het aandeel biologische boeren (6 procent) en veebedrijven is licht oververtegenwoordigd en tuinbouwbedrijven zijn juist ondervertegenwoordigd.

Bron

Persbericht Wageningen University & Research, nr 101, 30 oktober 2020

Zie ook: Veehouders willen stikstofruimte inleveren