Thesis of stage boerderijeducatie

Effect van onderwijs op de boerderij voor leerlingen die (tijdelijk) uitvallen in het onderwijs

Er zijn te veel leerlingen die uitvallen in het onderwijs. Het aantal zogeheten ‘thuiszitters’ blijft de afgelopen schooljaren stijgen, in het schooljaar 2018-2019 naar 4790. Om deze leerlingen niet in de steek te laten zijn in het land initiatieven ontwikkeld om op een (zorg)boerderij onderwijs te krijgen. Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van het onderwijs op zorgboerderijen neemt toe. Er zijn momenteel ongeveer 50 onderwijsboerderijen. De eerste onderwijsboeren zijn gestart in het jaar 2000. Vanaf 2014 nam het aantal onderwijsboeren substantieel toe. Het afgelopen jaar zijn 409 leerlngen opgevangen op een boerderij. Bij veel van de boerderijen zijn alle leerlingen ingeschreven bij de school waar zij tijdelijk niet meer naartoe gaan. Er worden veel successen gemeld.

Er zijn verschillen in de wijze waarop het onderwijs op de boerderij wordt ingevuld en hoe er wordt omgegaan met de verschillende type leerlingen. Deze leerlingen gaan naar de boerderij omdat het op school niet goed gaat. Veel voorkomende diagnoses en problematieken zijn een Autisme Spectrum Stoornis, ADHD, gedragsproblemen, gescheiden ouders, verlies van een dierbare, gepest worden, hechtingsproblematiek, faalangst en trauma’s. De meeste leerlingen hebben een combinatie van bovengenoemde diagnoses en problemen. De leeftijd van de kinderen die les op de boerderij krijgen varieert van 4 tot en met 20 jaar.

Uit enquêtes en interviews die het afgelopen jaar zijn gehouden blijkt dat de ervaringen positief zijn. Bij meer dan 90% van de leerlingen leidt de plaatsing op de boerderij tot een positieve ontwikkeling. Het aantal leerlingen dat na enige tijd weer naar school gaat ligt boven de 50%.

Persoonlijke begeleiding en aandacht, afwisseling tussen onderwijs en andere activiteiten, de buitenomgeving en contact met dieren komen naar voren als succesvolle onderdelen. Daardoor kunnen leerlingen zich ontspannen, positieve ervaringen opdoen en weer tot leren komen.

Thesis/stage mogelijkheid

Bij een aantal boerderijen wordt de ontwikkeling van de leerlingen en de uitstroom goed gemonitord. Deze zorgboeren willen graag weten hoe het met de leerlingen gaat nadat zij zijn gestopt bij de boerderij en weer naar school gaan. Waar zij benieuwd naar zijn is: hoe hebben de leerlingen en de ouders de boerderijperiode ervaren, wat heeft deze periode voor hen betekend, wat hebben ze geleerd, hoe gaat het nu met de leerlingen en hoe zou het hen zijn vergaan als de boerderij er niet was geweest?

De student wordt gevraagd een aantal leerlingen en hun ouders te benaderen en hen te interviewen en een vragenlijst af te nemen. Meer inzicht in de effecten van onderwijs op de boerderij voor leerlingen die in het onderwijs uitvallen is belangrijk om deze nieuwe sector verder te kunnen ontwikkelen.

Meer informatie: Jan Hassink, Wageningen Plant Research: Jan.hassink@wur.nl (0317 480576)

Stage of afstuderen: Ontwikkeling Voedsellandschap en Moderne Marke Slijpbeek

  • Moderne Marke Slijpbeek – tussen Arnhem en Oosterbeek – is een samenwerkingsverband waarbij de korte keten van lokaal voedsel (van productie tot verwerking, distributie en afzet) het uitgangspunt is. Dit gebeurt in een bio-divers, cultuurhistorisch, hoogwaardig leef- en woongebied. Circulariteit (afvalstromen en mest) en fossielvrije mobiliteit liggen aan de basis en de beleving van de korte voedsel keten staat centraal. Het gebied functioneert als moderne Marke waar men met elkaar en vooral voor elkaar gewas en vee tot wasdom laat komen en waar de buitenruimte optimaal benut wordt om voedsel te produceren. De ruimte is verbonden door een padenstructuur die zowel distributie als beleving van voedsel mogelijk maakt. POP subsidie moet een bijdrage leveren aan het versterken van de samenwerking, de visie- en planvorming en de uitvoering van enkele voedselgebonden experimenten.

Doelstelling: Doel van het project is de consortiumpartners binnen het gebied rondom de Slijpbeek op professioneel niveau te laten samenwerken zodat er duurzame onderlinge relaties worden opgebouwd en er een duurzame voedselketen ontstaat. Het realiseren en innoveren van de duurzame korte voorzieningenketen gebeurt met een groep korte-keten-partners (niet alleen productie maar ook verwerking, distributie en afzet van lokaal voedsel) in ‘Slijpbeekpark’. De uit deze samenwerking voortkomende voedselproducten zijn met gesloten kringloop geproduceerd, emissievrij gedistribueerd en toereikend voor een zo groot mogelijk aantal afnemers in en om het gebied ‘Slijpbeekpark’. Bewoners van het gebied zijn ‘lid’ van hun eigen voedsellandschap.

Mogelijke opdrachten

Formuleren bedrijfsplan De partners hebben als doel samen te werken om een korte voedselketen te realiseren. De betrokken partijen willen de businesscase verbeteren, door meerwaarde toe te voegen aan de productie. Deze meerwaarde wordt bereikt door een gesloten grondstoffenkringloop en biologische en CO2-neutrale productie, waarbij de voedselproducten van het land zoveel mogelijk binnen het gebied en zonder verspilling worden verwerkt, gedistribueerd en afgezet voor en met bewoners en ondernemers.

Hiervoor wordt onderzocht: 1) Welke producten samen een interessant aanbod vormen als voedselpakket voor lokale bedrijven en bewoners, met oog voor technische eisen (landschappelijke ondergrond, mogelijkheden tot verwerking/houdbaarheid); 2) Hoe er tot een economisch haalbaar, kwalitatief product gekomen kan worden, met een overgang van intensief naar extensief beheer; 3) Welke innovatieve bewaar- en verwerkingsprocessen er zijn om jaarrond hoogwaardig voedsel aan te kunnen bieden en verspilling tegen te gaan; 4) Hoe en hoeveel (nieuwe) bewoners, bedrijven en belangstellenden het product kunnen en zouden willen afnemen (lid worden van een coöperatie, voedselpakketabonnement, etc).  

Formuleren voedsellandschapsplan Door middel van een voedsellandschapsplan krijgt de samenwerking van de korte-keten-partners ook fysiek in het landschap vorm. Hierin worden de locaties aangewezen waar natuur- en landschapsgericht wordt geboerd. In samenspraak met de gebiedseigenaren wordt onderzocht hoe en in hoeverre de korte-keten-partners het landschap kunnen beheren en bewerken ten behoeve van de lokale voedselproductie. 

Zichtbaar maken van lokaal voedsel Door de werkzaamheden in de voedselproductie, -verwerking, -distributie en -afzet beleefbaar te maken ontstaat er meer binding met het product en het landschap en meer bewustwording over voedsel in het algemeen. Hiervoor is behoefte aan een visie op beleving, educatie en burgerparticipatie met betrekking tot lokaal voedsel en een plan van aanpak hoe deze visie is toe te passen in de lokale zorg- en dagbesteding bij Hoeve Klein Mariëndaal en bij de beleving/ bewustwording van het lokale voedselsysteem door bewoners, lokale bedrijven en toeristen voor het gehele projectgebied.

Voor meer informatie: Jan Hassink, Wageningen Research: Jan.hassink@wur.nl en 0317 480576

BSc/MSc Thesis vacancy – Volunteers in Gelderland: does Corona provide new dimensions to an old fashion?

The Corona crisis brings about many social initiatives, lots of them along the lines of ‘helping out in the neighborhood’. This might appear innovative, but volunteer organizations are central to social life in Dutch countryside already for decades. From sports clubs to village centers (Dorpshuizen) and local public transport (buurtbus), many small-town-services are supported by volunteers. Yet, volunteer organizations in small villages heavily struggle with a lack of volunteers and an increasing workload, as their (local) governments ‘decentralized’ many tasks over time. This Science Shop research project is commissioned by ‘Vereniging DKK Gelderland’ and looks into the dynamics of local volunteer organizations in the context of austerity and decentralization. How do volunteers organize themselves? What can organizations do to attract new and young volunteers? What critical issues with regard to livability and social services are signaled by volunteers?

We are looking for students that are interested to study volunteer supported (social) services in Dutch countryside (Gelderland) through a literature review and (Skype) interviews, and/or to perform an online (inter)national QuickScan of inspiring examples of volunteer work. Should we learn from festivals (f.ex. Zwarte Cross) about the commitment of young adults to volunteer work? Or is activism and financial support the answer to overstressed volunteer services? In addition, we are keen to understand how an abundance of temporary Corona-initiatives relate to existing issues with permanent/long-term volunteer efforts.

The project runs from May to November, you can start any time from now. Research can be adapted to the Corona guidelines. Both suitable for bachelor and master students. Please contact dieuwertje.vanmuijden@wur.nl for more information. See also: https://www.gelderlandhelpt.nl/corona-hulp

MSc thesis opportunity: Environmental versus/and political ecology explanations of civil war

There is a fierce debate about the origins of the civil war in Syria.

Some argue that the civil war was caused by environmental induced scarcity (climate change). Key environmental factors identified are water-scarcity and climate variability. Drought is said to have contributed to the displacement of rural populations to urban centers, unemployment and the occurrence of food insecurity with subsequent effects on political stability (Gleick 2014).

Others have argued that the relation between drought, migration and conflict is not so clear-cut (Eklund & Thompson 2017). They content that the central causes of the war were the Syrian regime’s agrarian policy and the rural poverty it produced (political ecology). The regime’s social and economic reforms cut the peasantry from subsidies, resulted in a loss of livelihood and brought large parts of the population out of the social reach of the state (Daoudy 2020).  

For this thesis you will evaluate and assess climate change and political ecology centered explanation of the causes of the civil war in Syria. Based on this reading, you are challenged to 1) develop an approach beyond the climate change – political ecology controversy or 2) assess the policy implications of both approaches. For this study, you will analyze scientific articles, reports by international organizations and NGOs, but also consider datasets of FAO and WB.

More info: joost.jongerden@wur.nl

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Thesis opportunity: developing a framework for business models that enhance soil quality

The Rural Sociology Group and Business Economics Group jointly offer thesis opportunities on developing business models that enhance soil quality.

Developing a theoretical framework for business models that enhance soil quality in crop and dairy production.

Soil quality is (rapidly) decreasing in The Netherlands, and thereby endangering future income perspectives of farmers. Moreover, reduced soil quality provokes all kind of negative externalities, such as reduced biodiversity, increased climate-change related risks, etc.. Hence, increasing and maintaining soil quality is a prerequisite for sustainable soil use.

This issue affects a multitude of stakeholders, each with different positions and preferences.

Business models, including various stakeholders and aimed at increasing and maintaining soil quality, are essential to enable farmers taking appropriate measures focused on these aims.

Currently, various initiatives have been taken to develop business models, mostly at a smaller scale. However, for mainstream agriculture to getting involved in improved soil management, a thorough theoretical framework, based on scientific analysis and rooted in (at least) economic and sociological theory, is essential. Only then, essentials of balanced business models can be developed which have the pursuit for larger-scale adoption in practice.

Being a pilot study, the aims of this MSc Thesis research are:

  • Qualitative analysis of real costs of soil management (i.e. monetary and non-monetary costs, such as costs for society) through the application of basic economic (cost) concepts;
  • Qualitative analysis of the stakeholder structure;
  • Definition of business cases and performance of a qualitative SWOT-analysis;
  • Evaluation of several existing business cases against the developed framework.

We are looking for a MSc-thesis student with an interest in the topic and a background in (business-)economics and/or rural/agrarian sociology.