Gastronomie en eetindustrie

Deze periode wordt voor het eerst het vak Food Culture and Customs gegeven. Het vak is ontwikkeld voor studenten Food Technology en in het bijzonder voor studenten die binnen deze opleiding gekozen hebben voor de nieuwe specialisatie Gastronomy. De 24 studenten die het vak volgen, komen echter ook van andere studierichtingen zoals Nutrition and Health.

De Master Gastronomy gaat over de voedseltechnologische kant van koken wat tot uitdrukking komt in vakken als ‘Moleculair Gastronomy’; koken op basis van kennis van de chemische transformatie van ingrediënten. Chemisch koken dus, op basis van bijvoorbeeld de verschillende componenten waaruit wijn bestaat, met als doel om verrassend nieuwe of meer verfijnde smaken te creëren.Het vak Food Culture and Customs, bekijkt eten en eetcultuur niet vanuit een technologische maar vanuit een sociologische invalshoek. Het gaat in het vak dus niet om de produkten an sich maar om de betekenis van voedsel in ons dagelijks leven, de sociale, culturele en religieuze functies van ons eten, de ethische aspecten verbonden aan voedsel. Maar ook over voedsel in relatie tot levensstijl en sociale klasse; gastronomie heeft tenslotte ook alles te maken met sociale positie en prestige.

Foto: Bart de Gouw

Gastronomie, in het gastcollege van Onno Kleyn gedefinieerd als ‘food as art’ wordt vaak in contrast gezet met de industrialisatie en massaproduktie van voedsel. Er zijn echter ook bedrijven die proberen het één en het ander te combineren. Hoe? Dat was de vraag voor de studenten tijdens een excursie afgelopen dinsdag naar Marfo in Lelystad. Marfo produceert klant en klare bevroren maaltijden voor o.a. vliegtuigmaatschappijen, bejaardentehuizen en het leger. Marfo combineert de culinaire kennis en gastronomische expertise onder leiding van topchef Pascal Jalhay met hoogwaardige productietechnologie. De studenten bestudeerden de vertaling van gastronomie voor de verschillende ‘markten’, elk groepje een andere markt. Hoe vindt de vertaling plaats, wanneer is nog sprake van gastronomie, voor welke markten lukt dit het beste? Zij presenteren hun resultaten morgen tijdens de les aan Harold Oldenbeuving, adjunct directeur Operations.

Stage opdrachten bij LandMarkt

LandMarkt is een moderne open marktplaats met horeca die de stad en het platteland met elkaar wil verbinden door middel van lekker, lokaal en natuurlijk geproduceerd eten. Consumenten worden in contact gebracht met producenten, producten leveren rechtstreeks aan consumenten – local for local.

Een groep van onderzoekers, kennisinstellingen, financiers en ondernemers zijn actief in het project LandMarkt. Er wordt onder meer onderzoek gedaan naar consumentenwensen, samenwerking in de keten, het duurzaamheidsprofiel van diverse versketens en de planning van het voedselsysteem.

Tevens wordt aan beleidsmakers gevraagd hoe zij rekening houden met de stedelijke voedselvoorziening binnen de ruimtelijke planning. Medio 2010 staat de opening van de eerste LandMarkt gepland.

LandMarkt is op zoek naar studenten die een stage willen lopen bij dit zeer jonge bedrijf. Vragen van LandMarkt die in aanmerking komen zijn onder andere:

1. Het vaststellen van de door LandMarkt te gebruiken products assessment methode : hoe wegen we onze inkoopcriteria en communiceren we deze aan de consument.

 2. Het bepalen van de warenwettelijke- en kwaliteitseisen waarmee we rekening dienen te houden, zowel op product- als winkelvloerniveau

Meer informatie:  Jan Willem van der Schans. 

Email: Jan-Willem.vanderschans@wur.nl

Afstudeermogelijkheid: kritische succesfactoren zorglandbouw

zorglandbouw1

source: guusnet.wordpress.com

Het aantal zorgboerderijen is sinds eind jaren 90 spectaculair toegenomen van 75 tot ongeveer 900. Toch gaat het opstarten van de zorgtak lang niet altijd gemakkelijk. Initiatiefnemers  lopen b.v. aan tegen belemmerende regelgeving, desinteresse vanuit de zorg, of onvoldoende vraag van cliënten. Sommige initiatiefnemers zien desondanks mogelijkheden de zorgboerderij tot een succes te maken. Anderen lukt dit niet.

In dit studentenproject gaan we de ontwikkeling van succesvolle en minder succesvolle initiatieven op gebied van landbouw en zorg analyseren. We analyseren in hoeverre de mate van succes bepaald wordt door ondernemerschapscompetenties van de initiatiefnemers en het vermogen te schakelen tussen de landbouw- en de zorgsector.

Activiteiten:
  1. Selecteren van zorgboerderijen
  2. Interviewen van zorgboeren
  3. Analyseren van de interviews en koppelen met theoretisch kader
  4. Formuleren van aanbevelingen voor de sector landbouw en zorg
zorglandbouw

source:www.stkinderboerderijen.nl

Voor meer informatie:
 Jan Hassink

Plant Research International

0317 480576

Jan.hassink@wur.nl

Bettina Bock

Rurale Sociologie

0317 483275

Bettina.Bock@wur.nl

 

Farming the City: thesis possibilities

Thesis possibilities at the Rural Sociology Group

Contact person: Petra Derkzen. Petra.derkzen@wur.nl

Growing food in and around cities is gaining momentum (see urban agriculture on our blog). From allotment gardens to vertical farming and rooftop production, new initiatives are appearing on a daily basis. Reasons are divers but urgent; the fight against obesity, the need for social cohesion in neighborhoods, reduction of food miles, education about the origin of our food, climate change buffering and preservation of green space in cities. The exact contribution of urban agriculture to these divers goals, however, has so far received little systematic attention. Contacts with initiatives in the Netherlands and worldwide make interesting research possible, for example:

1. To research small scale intensive urban agriculture farms

According to the conventional norms for agriculture, it is not possible to make a living from half a hectare. However, different types of urban agriculture farms show they can. How can this be the case?

2. To research the development possibilities and constraints for urban farmers

To start a farm outside the city, a few million euro’s are needed. Urban agriculture, however, has not the same costs for land acquisition. In this respect, urban agriculture is accessible for newcomers from all ethnic backgrounds. There are, however, other constraints such as planning legislation and policies which are focused towards food production outside the city, leaving those inside the city unrecognized. What is the background of people who are or who want to be active as urban farmers? What are the possibilities and constraints for these farmers?

3. To research the effects of urban agriculture

Over half of the population lives in cities nowadays. The Netherlands too, is a highly urbanized society. The current trend is that more affluent urban citizens seek a better living space in suburban or rural places. The future city will have to be a more attractive living space to keep a divers population. How can urban agriculture contribute to the quality of life of inner cities? What are the disadvantages and risks of food production in high density environments? What are the (potential) effects of urban agriculture?

4. To research to role of urban agriculture in the local food economy

STA72051

Farmers market Des Moines

The current food system is dominated by long chains and a lack of connection between the place of production and the place of consumption. Urban farmers are exploring new local markets for their produce. How do these emerging local chains relate to larger and global chains? Which crops and livestock are suitable for urban farming and which products can better be sourced globally?

 

Boeren in de stad; Afstudeer mogelijkheden

Mogelijke afstudeer opdrachten bij Rurale Sociologie (RSO)

Contact persoon: Petra Derkzen. Petra.derkzen@wur.nl

STA72195

Red Hook urban farm New York

Voedselproductie in en om de stad is dé trend van het moment (zie urban agriculture op deze blog). Van volkstuintjes tot vertical farming en eetbare daken, er ontstaan aan de lopende band initiatieven. De redenen zijn divers maar urgent; het bestrijden van obesitas, het versterken van sociale cohesie, reduceren van voedselkilometers, waar-komt-het-eten-vandaan-educatie, klimaatverandering en behoud van groen in de stad. Echter, de meer precieze bijdrage van voedselproductie in de stad aan deze doelen is nog weinig systematisch aangetoond. Onze contacten met tal van initiatieven in Nederland en wereldwijd maken interessant onderzoek mogelijk; bijvoorbeeld:

1. Onderzoek naar intensieve kleinschalige stadslandbouw bedrijven

Een inkomen halen uit een halve hectare is volgens de gangbare normen voor landbouw onmogelijk. Echter, verschillende stadslandbouwbedrijven laten zien dat het toch kan. Hoe kan dit?

2. Onderzoek naar ontwikkelingsmogelijkheden en beperkingen voor boer-zijn in de stad

Om als nieuwkomer een landbouw bedrijf te beginnen heb je enkele miljoenen euro’s nodig. Stadslandbouw volgt echter niet het gangbare grondverwervings- en opvolgensmodel. Dit maakt stadslandbouw wellicht beter toegankelijk voor nieuwe boeren en voor grotere (etnische) diversiteit in achtergrond. Anderzijds is de wet- en regelgeving alsmede de technische kennis en het ruimtelijk beleid vooralsnog gericht op voedselproductie buiten de stad, en hebben de initiatieven binnen de stad vaak een informeel (niet officieel erkent) karakter. Welke achtergrond hebben boeren die in de stad aan de slag willen? Wat zijn de ontwikkelingsmogelijkheden en beperkingen voor deze nieuwe boeren?

3. Onderzoek naar de effecten van stadslandbouw

Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft inmiddels in de stad. Ook Nederland is een zeer verstedelijkte samenleving. Nu vertrekken mensen met genoeg inkomen naar buitenwijken en het platteland. De duurzame stad van de toekomst zal aantrekkelijker moeten worden. Hoe kan stadslandbouw bijdragen aan een beter leefbare stad? Welke nadelen en risico’s zitten er aan voedselproductie in de stad? Wat zijn de (potentiële) effecten van stadslandbouw?

4. Onderzoek naar de plaats van landbouw in en rond de stad in de lokale voedselvoorziening

Het huidige voedselsysteem wordt gedomineerd door lange ketens en het ontbreken van een geografische band tussen de voedselproductie in een bepaald gebied en de consumptie daarvan in de stad. Stadsboeren zoeken nieuwe afzetmogelijkheden voor hun voedselproductie. Hoe verhouden deze lokale ketens zich tot de globale? Voor welke gewassen en houderijen heeft lokale productie een grote meerwaarde en voor welke is global sourcing een duurzaam alternatief?