Afstudeerscriptie Alternative Food Geography Amersfoort

Waar komt ons voedsel eigenlijk vandaan? Steeds meer consumenten stellen die vraag en gaan op zoek naar alternatieven wanneer zij niet tevreden zijn met de gangbare antwoorden. Steeds meer steden zijn ook bezig met dit vraagstuk. Het besef dringt door dat veel autokilometers te maken hebben met supermarkt bezoek, dat ons eetpatroon te maken heeft met hoe we ons verhouden tot voedsel, dat eten en koken het wijkwerk ondersteunt, dat stadslandbouw meer dan één publieke functie kan vervullen. Vaak ontbreekt veel kennis over hoe de stad zich tot haar dagelijkse maaltijd verhoudt. Zo ook in Amersfoort. Een succesvolle brainstormbijeenkomst op 17 juni jl (zie eerder blog) door enkele initiatiefnemers (o.a. Transition Town Amersfoort) heeft het stadsbestuur geinteresseerd. Wellicht is de eerste stap gezet naar een Amersfoortse voedselstrategie. Een voedselstrategie

“richt zich op het totale complexe voedselsysteem dat dagelijks voorziet in de behoeften van een regio. Dit voedselsysteem omvat primaire productie, transport, verwerking, opslag en distributie, verkoop en marketing, restverwerking en dienstverlening en maakt deel uit van wereldwijde netwerken.” Cleo van Rijk, Startdocument CoP voedselstrategie voor gemeenten 2010.

DE VRAAG:

De initiatiefnemers in Amersfoort zijn in het kader van de ontwikkeling van een Amersfoortse Voedselstrategie op zoek naar afstudeerstudenten die alle uitingen van alternatieve vormen binnen alle facetten van dit complexe voedselsysteem in kaart willen brengen. Dus ontwikkelt zich in Amersfoort een alternatief voedsel netwerk? En zo ja, wie zijn de spelers, wat zijn de hoeveelheden, waar vindt het plaats en wat zijn de kenmerken?

Historisch Amersfoort

Ben je geinteresseerd? Neem dan contact op met Edgar van Groningen voor meer informatie. Email: edgarvangroningen@gmail.com

 

Kijkje in de varkensstal

Op Foodlog is gister een filmpje geplaatst over de varkens van Dinie en Paul Jansen. Zij ontvangen daarmee één beter-leven-ster van de Dierenbescherming.  De blog eindigt met de oproep “Vertel wat u vindt, voelt, ziet en wat zou u nog meer willen weten na deze kijk in de stallen”.  Dat prikkelt mijn zintuigen en snel kijk in naar de reacties die reeds geplaatst zijn. Annechien ten Have schrijft “Ik ben heel benieuwd hier op foodlog te horen wat de niet-varkenshouders vinden van deze stal”. Dat is precies wat ook ik graag wil weten, want we zijn momenteel een onderzoek naar burgerpercepties van de varkenshouderij aan het afronden. Voor dat onderzoek hebben we met burgerpanels varkensbedrijven bezocht.

 Aan de ene kant staan er veel positieve reacties, met name over het welzijn van de varkens. Zo schrijft Robin: Ze zien er blij en happy uit. Zo’n bal met een belletje erin lijkt me ook wel wat voor ze”. Maar er staat ook een uitgebreide reactie van Flourine Boucher die haar zorgen uitspreekt: “Het spijt mij, maar ik weet niet goed wat ik hier van moet denken. Blijkbaar is dit een voorbeeld van goede varkenshouderij. Het ziet er schoner en ruimer uit… Toch wordt ik er niet blij van. De massaliteit staat me tegen” Haar zorgen hebben met name betrekking op het niet naar buiten gaan van de dieren en beperkte mogelijkheden tot het uiten van gedrag. Ze zegt er nadrukkelijk bij “Gedegen kennis van varkensgedrag ontbeert mij. … Mijn tegenstrijdige gevoelens bij het zien van dit filmpje beletten mij een beredeneerd oordeel te vormen.”  Franka sluit zich hierbij aan en heeft “ook wel last van ambivalente gevoelens”.

Interessant! Herkenbaar! – zijn de woorden die direct in mij opkomen zodra ik hun reacties lees. Om twee redenen.

Ten eerste, Nederlanders hebben weinig ervaring meer met de veehouderij en deze reacties laten zien hoeveel vragen zo’n filmpje oproept. Bijvoorbeeld over diergedrag (vechten of spelen?), handelingen aan de dieren (staart couperen of niet?), het staltype (hoeveel staloppervlak per varken?) en de productieketen (waar komen de biggen en het voer vandaan?). Tijdens de bedrijfsbezoeken kwamen dezelfde soort vragen en onderwerpen aan bod. Deelnemers stelden veel vragen aan de veehouder en de meeste deelnemers vonden het dan ook een hele leerzame dag. Het mooie van dit foodlog is dat varkenshouder Paul Jansen de vragen van de lezers persoonlijk beantwoordt en de lezers zelfs uitnodigt om een kijkje te komen nemen op het bedrijf. Dat is mooi, want zo kunnen mensen zelf zien en ervaren wat een bedrijf inhoudt en op grond daarvan hun mening vormen.  

Ten tweede, geven de twee bovengenoemde reacties de kern van de resultaten van eerdere onderzoeken weer: ambivalentie. Men vraagt zich bijvoorbeeld af wat goed is voor de varkens en tegelijkertijd goed is voor de veehouder – die moet er immers een boterham mee verdienen. Dergelijke ambivalentie verwijst naar de ‘two faces of modernity’ : Aan de ene kant wordt moderniteit gewaardeerd dankzij technologische vooruitgang en ontwikkeling en bijkomende voordelen zoals efficiente voedselproductie. Maar aan de andere kant kunnen diezelfde ontwikkelingen een bedreiging vormen voor tradities en natuurlijkheid in de veehouderij. Dan komt bijvoorbeeld het welzijn van de dieren onder druk te staan. Op Foodlog laat varkenshouder Paul zien hoe hij hiermee omgaat en welke keuzes hij heeft gemaakt. Zo heeft hij eerder gezegd: “Ik weet één ding zeker: ik wil niet zo groot mogelijk en zo industrieel mogelijk. Dat is voor mij niet de weg om te gaan. Ik geloof in een boerenlandbouw met oog voor de menselijke maat.”  Het is inspirerend om te zien en lezen hoe Paul het gesprek met de samenleving aangaat, door zijn eigen verhaal te vertellen!

Worm farm

Making your own vermiculture or ‘worm farm’ is not very difficult (see the many instructions on internet). Maybe the most difficult bit here is acquiring the right type of worms. The ‘red wiggler’ which you can order by mail in Australia, US or the UK is not available through the mail man in the Netherlands. The manure heap – a left over of last year –  in the corner of our allotment garden proved the solution. The red wiggler likes manure. We dug in and ‘harvested’ around a hundred last year september and again a hundred in the spring. By now we have a healthy population which reproduces and soon we might need to expand our farm or donate worms to a new farm…. Continue reading

Metabolic rift

Organic recycling was part of the urban ecology during the middle ages. “However, as cities grew larger, their self-regulatory ecosystems began to break down” Carolyn Steel writes in her instructive chapter ‘Waste’ in Hungry City (2008:251). “If the ‘filth and muck’ of fourteenth-century Coventry caused a nuisance, that of London, a city 10 times the size, can be readily imagined.” (ibid). The other side of the coin was the state of agriculture, which was facing a rapidly decreasing soil fertility (see earlier blog 18-8). It was what Marx called ‘metabolic rift’ a rift in the metabolism of the human relation to nature through labor which “disturbs the metabolic interaction between man and the earth, i.e. it prevents the return to the soil of its constituent elements consumed by man in the form of food and clothing” he wrote (cited in Foster 1999:379).

Marx was not alone in his opinion and he himself was greatly influenced by Justus von Liebig. Proposals to compost human waste as part of the design of the urban waste disposal system were propagated and sometimes tried in the UK, France and Germany (see Steel chapter Waste) and in the Netherlands (in Groningen see earlier blog 16-8). The sewage system with no in-built recycling won, most of the world sewage is dumped in the ocean untreated. The metabolic rift in terms of Marx widened and its effect is only delayed by chemical fertilizers and global transport. Yet, “nutrients found in sewage are a finite commodity” (Steel 2008: 259). In a few decades when the mines with phosphates are empty and the oil has leaked away in the sea, human sewage will most probably become a valuable resource again.

The household nutrient cycle

Growing plants on the balcony? I do, and tomatoes need lots of fertile soil. Worms make fertile soil for free. In my bicycle shed (typically Dutch I suppose). While in Iowa last year, I was inspired by the ‘urban ag movement’ and I saw an instruction on the cityfarmer website which led me, on return, to close my household nutrient cycle better by composting my own vegetable food scrapes. It took a while to get the right balance in the three-story box that we build out of plastic storage boxes but it is working well now. The worm castings are extremely fertile as is the liquid (their pee and the muck water from the food scrapes). And it is fun, I think, to compost and close part of the cycle in this way.

Back in the 19th century, Marx was worried about disrupted nutrient cycles since large amounts of nutrients were traveling to city and town while none of that returned to the field. During 1830 – 1870 the depletion of the soil fertility was the overriding environmental concern in Europe and the US. Prior to the discovery of chemical fertilizers, bone and Peruvian guano (accumulated dung of sea birds) were massively imported in Britain to relieve soil exhaustion while other countries had to search for alternatives because of the British monopoly on guano (Foster 1999).

“The second agricultural revolution, associated with the application of scientific chemistry to agriculture, was therefore at the same time a period of intense contradictions” Foster (1999:377) writes. The discoveries in soil sciences also made farmers even more acutely aware of the depletion of the soil and the need for fertilizers. Marx understood that soil fertility is “not so natural a quality as might be thought; it is closely bound up with the social relations of the time” (Marx in Foster 1999; 375) captured in his concept of metabolism. His writings about metabolism can be seen as one of the earliest writings on what is now called ‘sustainability’.