Unknown's avatar

About Dirk Roep

I have retired as Assistant professor at the Rural Sociology Group of Wageningen University. I continue though to be involved in various initiatives and research on different modes of regenerative agriculture, food provisioning and place-based development.

Woudzandgrond – de ‘gouden grond’ in de Noordelijke Friese wouden

In Geografie van oktober 2009 een informatief artikel van bodemkundige Marthijn Sonneveld (Marthijn.Sonneveld@wur.nl) over het ontstaan en unieke karakter van de woudzandgrond in de Noordelijke Friese Wouden: een ‘gouden grond’ volgens boeren mits je er goed voor zorgt:

Overdadige bemesting in het verleden heeft allerlei milieuproblemen veroorzaakt, zoals verontreiniging van het grondwater met nitraat. Inmiddels hebben meerdere veehouders in de Friese Wouden hun bedrijfsvoering drastisch aangepast en wordt er veel minder bemest dan zo’n vijftien jaar geleden. De boeren proberen nu zo veel mogelijk rendement te halen uit het natuurlijke – zwarte – kapitaal: de bodem. Dit kapitaal is te beschouwen als de reserve van het Nationale Landschap de Noordelijke Friese Wouden. Uit: Geografie, Oktober 2009

Mariann Fischer Boel’s blog – How the EU supports the dairy sector

In her blog Mariann Fischers Boel list what the EU is already doing to support the dairy sector and what next, steady but firm steps as she argues, will be taken.

Afbouwers, liefhebbers en ondernemers – onderzoek naar de drijfveren van hobby- en deeltijdboeren

Afstudeeronderzoek door Bart Bremmer

Hobby- en deeltijdboeren worden vooral gezien en beoordeeeld op wat ze niet zijn: ‘echte’ boeren. ‘Echte’ boeren hebben een bedrijf dat niet alleen nu maar ook op langere termijn een ‘duurzaam’  inkomen oplevert en dus investeren in groei om mee te kunnen komen. Omgekeerd geldt dan dat wie onvoldoende investeert niet mee kan komen: wat rest is een bestaan als deeltijdboer of als hobbyboer. Zo ging het ook met de opa en oma van Bart Bremmer: zij hebben begin jaren 1980 hun land verkocht. Maar ze zijn wel op het erf blijven wonen met een moestuin. ‘Echte boeren’ kunnen dus groeien door land van stoppende boeren aan te kopen, maar het ‘vrijkomende’ land kan ook een andere bestemming krijgen: voor natuur, recreatie, wegenaanleg of woningbouw. Maar vele hobby- en deeltijdboeren willen niet van wijken weten en houden (een deel van) het land aan. Naast de categorie (heel) grote bedrijven, neemt ook het aantal kleine grondgebruikers verhoudingsgewijs toe (zie Structuur primaire land- en tuinbouw, uit het Landbouweconomisch bericht 2000). En ook al hebben ze in verhouding niet veel land in eigendom, kleine grondgebruikers drukken wel degelijk hun stempel op het buitengebied. Het is een categorie waar je rekening mee moet houden. Zo ook bij de gebiedsontwikkeling in de Groene Poort, deel van de gemeente Borne. Bart Bremmer heeft in een deel van dit gebied onderzoek gedaan naar wat hobby- en deeltijdboeren zoal drijft, het belang dat ze aan inkomen uit bedrijfsmatige activiteiten hechten, hoe ze hun eigen toekomst zien en hoe ze tegen de ontwikkeling van het gebied aankijken. In zijn analyse maakt Bart een betekenisvol onderscheid tussen voormalige hoofdberoepsboeren die de bedrijfsmatige activiteiten afbouwen en tezijnertijd zeggen plaats zullen maken, liefhebbers die veel waarde hechten aan het wonen en werken op het platteland en ondernemende personen die zoeken naar manieren om ter plekke meer inkomen te genereren uit bedrijfsmatige activiteiten. Afbouwers, liefhebbers en ondernemers blijken ook een eigen kijk te hebben op de ontwikkeling van het gebied en hun mogelijke rol daarin. Voor de gemeente Borne is dit waardevolle informatie waar zij op in kunnen spelen. Bart heeft met zijn MSc- onderzoek ‘Hobbyboeren en deeltijdboeren; een restcategorie‘ een belangrijke restgroep een eigen stem gegeven die de moeite waard is om naar te luisteren.

Selective breeding in organic dairy production II – PhD-thesis completed

Earlier I wrote a post on the PhD-thesis ‘Selective breeding in organic dairy production’ by Wytze Nauta. The complete PhD-thesis can be downloaded at the site of the Louis Bolk Institute

Rural development driven by unfolding rural webs

Today the main outcomes of the EU-funded project ETUDE were presented by our colleagues Jan Douwe van der Ploeg (scientific coordinator of ETUDE), Rudolf van Broekhuizen (project-coordinator) and Henk Oostindie (senior researcher).  Main finding is that neither policy, nor markets or grass root rural development activities are by itself decisive for successful rural development, but the web of different and increasingly interlinked networks. Or as Jan Douwe van der Ploeg states:

Successful rural development is rooted in a myriad of encounters, transactions, interactions and networks that link people, resources, activities and markets. (Source: E-magazine by British Publisher, pp. 64-65). 

Van der Ploeg & Marsden (in ‘Some Final Reflections’, the concluding chapter in the book ‘Unfolding webs’ , p 227) refer to these rural web as emerging counter-structures: 

because rural development processes (that are grounded upon and resulting from this web) are essentially transitional: they represent a major shift that takes many years to occur and which proceeds through changing conditions of invisibility and confusion. Visibility, coherence and comprehension only occur during, and as an effect of, this transition. We also refer to the rural web as a counter-structure because it increasingly helps to deal with complexity (especially Chapter 8 of this Volume), creating simultaneously new patterns of coherence. All this relates to the contested nature of rural development: what might be highly meaningful in terms of the rural web, might be insignificant or even ludicrous at the level of the dominant structure. What we are beginning to conceptually explain here, therefore, are the particular dynamic qualities (both new coherences and contestations) of web formation. These are, indeed, built out of the seeming contradiction between creating counter-structures to prevailing conditions, at the same time as re-creating new coherences out of these very deviations and ruptures.

The project has come to a closure. The findings and recommendations will soon be published in a second book. Earlier publications, such as the chapters of the first book ‘Unfolding webs’, edited by Jan Douwe van der Ploeg & Terry Marsden and published by Royal Van Gorcum, and deliverables (e.g. case study reports) can be downloaded at the ETUDE-website.

For more information on the outcomes you can contact one of the colleagues.