For the 12 PUREFOOD positions we have on offer (posted in an earlier blog) we received more than 300 applications. The quality of the applications is high, which means the deadline of 3 January 2011 will not be extended. The vacancies have been closed. At the moment the PUREFOOD consortium is busy shortlisting 4 candidates for each position. We anticipate to notify all candidates whether or not they will be invited for an interview by the end of January.
Multifunctionele landbouw is een sector met toekomst
Ondernemen in de multifunctionele landbouw is niet voor stoppers, maar biedt juist toekomstperspectief. Het vervlechten van nieuwe activiteiten (zoals zorg, recreatie, educatie, huisverkoop etc.) met de agrarische productie zorgt voor een aanzienlijke bijdrage aan het gezinsinkomen en verdere ontwikkeling van de agrarische activiteiten. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Dynamiek en Robuustheid van Multifunctionele Landbouw’ dat in opdracht van het ministerie van EL&I werd uitgevoerd door de leerstoelgroep Rurale Sociologie van Wageningen University. Het onderzoek is gebaseerd op diepte-interviews met 120 multifunctionele landbouwondernemers. De ondernemers komen uit het Brabantse Groene Woud, Flevoland, Laag-Holland (Noord-Holland), het Zeeuwse Walcheren/Zuid-Beveland, De Drentse Wolden en de Noordelijke Friese Wouden.
Robuustheid
Uit de interviews blijkt ten eerste dat bij de komst van nieuwe activiteiten vooral positieve drijfveren een rol spelen, meer dan een te laag inkomen. Betrokken boeren en boerinnen hebben vaak behoefte aan meer contact met burgers, consumenten en de maatschappij. Ten tweede blijkt dat op de onderzochte bedrijven gemiddeld bijna drie verschillende activiteiten voorkomen, in verschillende combinaties.
De verschillende combinaties van multifunctionele activiteiten op de onderzochte bedrijven zorgen voor een gemiddelde omzet van 195.000 euro (aanvullend op de agrarische omzet). De activiteiten leveren – met gemiddeld 40 procent – een aanzienlijke bijdrage aan het totale gezinsinkomen. Sinds de start van de nieuwe activiteiten is er bovendien op het overgrote deel van de bedrijven sprake van een positieve wisselwerking met verdere agrarische ontwikkeling. Agrarische omzet, grondgebruik en arbeidsinzet blijft behouden of groeit.
De robuustheid van multifunctionele bedrijvigheid blijkt verder ook uit de positieve beoordeling van het totale bedrijfsinkomen door boeren, groeiende omzetten en inkomensbetekenis en de geleidelijke uitbreiding van het aantal nieuwe bedrijfsactiviteiten in de tijd. Ook de totale arbeidsinzet op betrokken bedrijven neemt geleidelijk aan toe. “Multifunctionele landbouw is dus niet alleen van betekenis voor betrokken bedrijven, maar zeker ook voor de plattelandseconomie als geheel”, aldus projectleider Han Wiskerke.
Verschillen
Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen bestaan in dynamiek en robuustheid van onderzochte bedrijven. Dit wordt enerzijds verklaard door regionale verschillen, zoals de aanwezigheid van sterke samenwerkingsverbanden als belangrijke succesfactor. Daarnaast maken ook meer bedrijfsgebonden factoren verschil. Te denken valt aan verschillen in bedrijfsstrategie zoals de mate van investeren, het wel of niet werken met personeel en in hoeverre er wisselwerking plaatsvindt tussen de verschillende bedrijfsactiviteiten.
Taskforce
De Taskforce Multifunctionele Landbouw zet zich namens het ministerie van EL&I in voor de verdere ontwikkeling van zorglandbouw, streekproducten, recreatie, agrarische kinderopvang en educatie en natuurbeheer. Kenniscoördinator Arjan Monteny: ,,Het onderzoek toont aan dat multifunctionele landbouw een stevig fundament heeft: ondernemers durven erin te investeren en behalen rendement uit de nieuwe bedrijfsactiviteiten. Het is mooi dat dit vaak gepaard gaat met verdere ontwikkeling van de agrarische activiteiten. Multifunctionele landbouw is daarmee onlosmakelijk verbonden met de agrarische productie. Het is duidelijk geen exit-strategie.”
Rapport
Het onderzoeksrapport is te downloaden via de website van het onderzoeksproject.
Bron: deze blog is een overname van een gezamenlijk persbericht van de leerstoelgroep Rurale Sociologie en de Taskforce Multifunctionele Landbouw
Video explaining design of Garden city Vreewijk (in Dutch)
Het Portaal, a socially engaged communication advice bureau in Rotterdam, just released a video explaining the making of the garden city Vreewijk in Rotterdam.
Architecture historian Marinke Steenhuis explains the background of the garden city concept and comments on the design of Tuindorp Vreewijk, the first realisation of this concept in The Netherlands. Garden cities were an enlightened response to the deplorable living conditions of factory workers during the early stages of industrialisation. Workers were supposed to live in well designed but efficiently built houses, in blocks with thoughtfully located backyard gardens and communal green spaces. They were supposed to grow their own vegetables and children could play in public green areas, where once there were meadows and cows on the Isle of Ijsselmonde, at the left bank of the river Maas.
Het Portaal developed a project, sponsored by building society Com.Wonen, to produce a whole series of videos about the transformation of Vreewijk, a much debated subject as there are widely differing views on how this prachtwijk (beautiful district) of Rotterdam needs to be retrofitted to face the challenges of the 21 first century.
Eetvervreemding
‘We weten niet meer wat er in al die pakjes en zakjes zit maar voeden graag onze verbeelding met een geidealiseerd beeld van hoe ons voedsel groeit en geproduceerd wordt’, lees ik in één van de essays in Kost, nieuwe gezichten op eten. Daarvan vond ik recent een mooi voorbeeld. Want als een stier het lef heeft dwars door dat beeld te lopen ontstaat grote consternatie. De wildebras wist half november te ontspannen uit een slachthuis in Arnhem en stoof woest door de stad totdat hij verdoofd en gevangen werd.
Binnen no time had de stier een actiegroep die hem wilde redden. 41 landelijke en regionale krantebrichten later is de stier inderdaad geadopteerd door een ‘boerderij voor ontsnapte dieren’. Nog een paar kranteartikelen verder is hij toch afgemaakt. Hij bleek nog meer driftbuien te hebben en was als opstandige puber niet handhaafbaar.
Mary Douglas beschrijft in Purity and Danger mooi wat hier gebeurt met haar concept ‘anomaly’. Een abnormaliteit is een item dat niet binnen een gegeven serie of set past. Het is ‘matter out of place’. In ons verstedelijkte brein is de categorie ‘landbouwhuisdier’ aan het verdwijnen. We houden daarmee nog twee categorieen over, (huis)dier en vlees, nu volstrekt van elkaar gescheiden.
Zo gauw een normaliter anoniem landbouwhuisdier zichzelf zichtbaar maakt ontstaat een abnormale situatie. Als (huis)dier moet hij gered worden, de lapjes van zijn anonieme broertjes mogen op ons bord verschijnen als vlees.
Verandering van spijs doet eten (2)
Een centraal begrip in de literatuur over ‘alternatieve voedselnetwerken’ (zoals groentepakketten of boerenmarkten) is ‘verankering’. Binnen de nieuwe vormen van verkoop vindt verankering plaats in lokale ketens, sociale netwerken en ecologisch bewustzijn. Alternatief in tegenstelling tot gangbaar waar de supermarkt gericht is op anonimiteit/inwisselbaarheid van ingredienten, communcatie via labels, standaard beschikbaarheid ongeacht seizoen en zwijgt over onzichtbare milieukosten. Waar bevindt de Nederlandse versmarkt zich eigenlijk in dit soms zwart/wit debat?
Cleo van Rijk onderzocht de centrale versmarkten in de vier grootste Brabantse steden en kwam tot opmerkelijke ontdekkingen. Ze bevestigt de stelling van Marsden en Sonnino (2006) dat er geen scherpe scheiding is tussen ‘alternatief’ en ‘gangbaar’. Maar de versmarkt, zo blijkt, heeft een heel eigen logica met elementen van beide.
Overal in Nederland staan de versmarkten onder druk, het marktaandeel van de ambulante handel neemt elk jaar af. Het onderzoek laat zien dat de eigen logica van de versmarkt verrassend goed past bij het soort verankering waar alternatieve netwerken naar streven. Veel van deze verankering is echter nog niet als zodanig herkend en zichtbaar gemaakt.
Na de ontdekking van de moestuin wordt het tijd de traditionele versmarkt te integreren in het nieuwe denken over voedsel. Elke gemeente die bezig wil met een stedelijke voedselstrategie (en van daaruit wellicht een boerenmarkt overweegt) kan haar versmarkten niet buiten beschouwing laten.
Cleo’s onderzoek komt in Januari beschikbaar.


