Multifunctionele landbouw is een sector met toekomst

Ondernemen in de multifunctionele landbouw is niet voor stoppers, maar biedt juist toekomstperspectief. Het vervlechten van nieuwe activiteiten (zoals zorg, recreatie, educatie, huisverkoop etc.) met de agrarische productie zorgt voor een aanzienlijke bijdrage aan het gezinsinkomen en verdere ontwikkeling van de agrarische activiteiten. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Dynamiek en Robuustheid van Multifunctionele Landbouw’ dat in opdracht van het ministerie van EL&I werd uitgevoerd door de leerstoelgroep Rurale Sociologie van Wageningen University. Het onderzoek is gebaseerd op diepte-interviews met 120 multifunctionele landbouwondernemers. De ondernemers komen uit het Brabantse Groene Woud, Flevoland, Laag-Holland (Noord-Holland), het Zeeuwse Walcheren/Zuid-Beveland, De Drentse Wolden en de Noordelijke Friese Wouden.

Robuustheid

Uit de interviews blijkt ten eerste dat bij de komst van nieuwe activiteiten vooral positieve drijfveren een rol spelen, meer dan een te laag inkomen. Betrokken boeren en boerinnen hebben vaak behoefte aan meer contact met burgers, consumenten en de maatschappij. Ten tweede blijkt dat op de onderzochte bedrijven gemiddeld bijna drie verschillende activiteiten voorkomen, in verschillende combinaties.

De verschillende combinaties van multifunctionele activiteiten op de onderzochte bedrijven zorgen voor een gemiddelde omzet van 195.000 euro (aanvullend op de agrarische omzet). De activiteiten leveren – met gemiddeld 40 procent – een aanzienlijke bijdrage aan het totale gezinsinkomen. Sinds de start van de nieuwe activiteiten is er bovendien op het overgrote deel van de bedrijven sprake van een positieve wisselwerking met verdere agrarische ontwikkeling. Agrarische omzet, grondgebruik en arbeidsinzet blijft behouden of groeit.

De robuustheid van multifunctionele bedrijvigheid blijkt verder ook uit de positieve beoordeling van het totale bedrijfsinkomen door boeren, groeiende omzetten en inkomensbetekenis en de geleidelijke uitbreiding van het aantal nieuwe bedrijfsactiviteiten in de tijd. Ook de totale arbeidsinzet op betrokken bedrijven neemt geleidelijk aan toe. “Multifunctionele landbouw is dus niet alleen van betekenis voor betrokken bedrijven, maar zeker ook voor de plattelandseconomie als geheel”, aldus projectleider Han Wiskerke.

Verschillen

Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen bestaan in dynamiek en robuustheid van onderzochte bedrijven. Dit wordt enerzijds verklaard door regionale verschillen, zoals de aanwezigheid van sterke samenwerkingsverbanden als belangrijke succesfactor. Daarnaast maken ook meer bedrijfsgebonden factoren verschil. Te denken valt aan verschillen in bedrijfsstrategie zoals de mate van investeren, het wel of niet werken met personeel en in hoeverre er wisselwerking plaatsvindt tussen de verschillende bedrijfsactiviteiten.

Taskforce

De Taskforce Multifunctionele Landbouw zet zich namens het ministerie van EL&I in voor de verdere ontwikkeling van zorglandbouw, streekproducten, recreatie, agrarische kinderopvang en educatie en natuurbeheer. Kenniscoördinator Arjan Monteny: ,,Het onderzoek toont aan dat multifunctionele landbouw een stevig fundament heeft: ondernemers durven erin te investeren en behalen rendement uit de nieuwe bedrijfsactiviteiten. Het is mooi dat dit vaak gepaard gaat met verdere ontwikkeling van de agrarische activiteiten. Multifunctionele landbouw is daarmee onlosmakelijk verbonden met de agrarische productie. Het is duidelijk geen exit-strategie.”

Rapport

Het onderzoeksrapport is te downloaden via de website van het onderzoeksproject.

Bron: deze blog is een overname van een gezamenlijk persbericht van de leerstoelgroep Rurale Sociologie en de Taskforce Multifunctionele Landbouw

Wanted: Students for an international experience!

Every year, the Rural Sociology Group participates in a two week intensive programme on rural development in the EU. A diverse group of students from various European countries (a.o. Portugal, Poland, Germany, Hungary, Italy, Spain, Lithuania, Slovenia) work together on a case study. Through lectures and field trips scientific and practical knowledge will be aquired and then implemented in the case study analysis. See past experiences of Marlies, Petra and Wiebke
 
This year the IP is organised by the university of Padova and takes place in San Vito Di Cadore in the Italian Dolomites. The general topic is: “the role of agriculture in territorial identity and competitiveness of rural areas”. More specificly, the general question is related to how these (territorial identity and competitiveness) contribute to rural development in the Dolomites (Alps region). For more information on the content see below. 
 
Are you a student of Wageningen University and looking for an international learning experience? Then sign up for two intensive weeks from 3 to 16 April 2011! For subsciption or more information contact Els Hegger (els.hegger@wur.nl). 
 

Rural regional learning in ‘Upper Lusatia’ (Oberlausitz), Germany

Following my visit to Alytus County, Lithuania in October, I travelled to Leipzig, Germany to visit our DERREG project partners Michael Kriszan, Robert Nadler and Joachim Burdack (Leibniz Institute for Regional Geography) in their case study area ’Upper Lusatia’. In this blog, Michael, Robert, Joachim and I would like to share some of our experiences.

We first discovered that the case study regions Westerkwartier and Upper Lusatia are very different in their geographical and demographical characteristics. The LEADER region Westerkwartier in Groningen province comprises four municipalities on an area of 374km² and has a population density of 173.4 inhabitants/km² (as of 2007). In 2006, its GDP per capita was estimated at 55,400 Euro and the area has recently witnessed a population increase due to its popularity amongst young families who work in the city of Groningen and value the countryside as their residential area. The Southern part of the Westerkwartier is thus characterized by a high population density and a number of conflicting interests regarding the use of the countryside while the North of the Westerkwartier is primarily used for agriculture.

Upper Lusatia consists of the two Saxon districts Landkreis Görlitz and Landkreis Bautzen that have only been established in 2008 in the process of a reform of the administration units in Saxony. The case study region has an area of about 4,500 km² and has a population density of 135 inhabitants/km². It comprises 122 municipalities- of which 30 are urban centers- and had a GDP per capita of 18,329 Euro (district Görlitz) respectively 19,396 (district Bautzen) in the year 2007 . The region is divided into ten rural development areas, six ILE regions and four LEADER regions. In contrast to the Westerkwartier, the population of Upper Lusatia is shrinking rapidly. Young inhabitants are leaving the area due to a lack of employment opportunities, leaving the elder people behind. Rural development in this region is therefore not only affected by an aging population but also by a shrinking human capital available for development purposes. Through the reform of administrative units altogether four previously distinct districts (Landkreise) and two cities (kreisfreie Städte) have been incorporated into the two “new” districts of Görlitz and Bautzen. The previous Landkreise, however, are very distinct in their physical appearance. The former district Niederschlesien-Oberlausitz for example is characterized by a low population density and shaped through past and present coal mining activities while the hilly district Löbau-Zittau is recognized as a touristic area and winter sport resort. Due to the lack of a common history and the physical distinctiveness, there is no regional identity of the population within both districts.

To evaluate the support and facilitation available for learning and innovation within local grassroots development initiatives in Upper Lusatia, Robert, Michael and Joachim organized a workshop for regional stakeholders.

Workshop in Upper Lusatia, Germany

Continue reading

Rural regional learning in Alytus County, Lithuania

Last week (October 21-22, 2010), I was given the opportunity to visit our DERREG project partner Emilija Kairyte (Institute NeVork) in her case study area of Alytus County in the South of Lithuania. In this blog, Emilija and I would like to share our experiences.

Like the Dutch DERREG case study region Westerkwartier in the province of Groningen, Alytus County comprises four rural municipalities. In terms of demography and economy, both areas are very different from each other. For example, the Westerkwartier has a population density of 173.4 inhabitants/ km², whereas the population density of Alytus County is estimated as 32.6 inhabitants/ km². While the Westerkwartier has witnessed an increase in citizens over the last years, amongst them a large number of young families, rural development in Alytus County is strongly affected by an increasing out-migration and an aging population. Living standards differ considerably. In the Westerkwartier, the GDP per capita was estimated as 55.400 Euro in 2006 while the GDP in Alytus County was estimated as 19.100 Litai in 2007 (equals 5.531,74 Euro, October 2010). Also in geographical terms the two regions are very different. The Westerkwartier is characterized by open grasslands in the North and small fields with framing hedgerows in the South. Alytus County is renowned for its vast forests and lakes.

During my visit to Alytus County, I accompanied Emilija to two workshops, one for the LAG and other public administration authorities on the 21st of October and one for rural initators and actors on the 22nd of October, which she organized in order to evaluate existing arrangements for support and facilitation of joint learning-by-doing activities within rural development initiatives. At these workshops, I presented supportive arrangements and benefiting rural development initiatives that we found during our investigations in the Westerkwartier and which we evaluated together with local stakeholders at a workshop organized by the Rural Sociology Group in the Westerkwartier on the 18th of October.

Meeting with rural development initiative supporters in Alytus District LAG office, Alytus

To my surprise, both regional learning supporters (including the LAG) and rural initiators did not see striking differences between the existing arrangements and support given to rural development initiatives in Alytus County and the Westerkwartier. Emilija and I however learned that there are some basic differences in the foundation and operation of the Countryside House (Plattelandshuis) in Westerkwartier and Seniūnija (NUTS5) in Alytus County. Continue reading

Een toekomstbestendig platteland – samenwerkingsverband van 10 plattelandsgemeenten die kampen met krimp en vergrijzing

P-10 is een nieuw samenwerkingsverband van de 10 grootste plattelandsgemeenten die te kampen hebben met vergrijzing en krimp. Ze willen zoveel mogelijk kansen creëren en benutten voor de mensen die nu en in de toekomst wonen in plattelandsgemeenten. De P10-gemeenten beslaan met hun gezamenlijke oppervlakte van 280.000 ha (evenveel als de provincie Zuid-Holland) het grootste aantal vierkante kilometers aan oppervlakte van ons land (zie www.p-10.nl). De P10-gemeenten zijn: Aa en Hunze, Berkelland, Borger-Odoorn, Bronckhorst, Hulst, Ooststellingwerf, Opsterland, Schouwen-Duiveland, Sluis en Westerveld.

Op 7 oktober hebben de P-10 gemeenten een congres gehouden waar een handreiking voor het versterken van de leefbaarheid op het platteland is gepresenteerd, getiteld ‘Zomer in Nederland: open oog voor toekomstbestendig platteland‘  (te downloaden vanaf homepage P-10). Uit de vooraankondiging:

Bij een krapper geworden economie en een krimpende bevolking met daarbinnen een relatief grote groep ouderen, zijn traditionele waarden en beelden niet meer toereikend voor de duurzame leefbaarheid van het platteland. Er zijn nieuwe impulsen nodig om mensen op het platteland een adequate leefomgeving te bieden, met geschikte en rendabele voorzieningen en mogelijkheden tot werk en andere ontplooiing.

De P10, het samenwerkingsverband van de tien grootste plattelandsgemeenten van Nederland, stelt zich samen met het Ministerie van BZK, provincies en gemeenten tot doel de media, bestuurders en ambtelijke en private beleidsmakers te overtuigen van de noodzaak tot een gezamenlijke aanpak. Kennis en reële mogelijkheden, nieuwe technologieën en nieuwe samenwerkingsmogelijkheden moeten de plaats innemen van aannames, emoties en belemmerende tradities. Sinds begin dit jaar werkt de P10 gestructureerd aan de concrete lading van het begrip leefbaarheid op het platteland. Er zijn praktische methodieken en modellen ontwikkeld om tot afspraken en voorzieningen te komen voor een maximale samenlevingsparticipatie van plattelandsbewoners, voor de benutting van het platteland door bewoners van stedelijke gebieden, voor passende mobiliteit, voor winkel- en recreatievoorzieningen, voor een evenwichtige relatie tussen de mens en zijn omgeving, voor de bevordering van bedrijvigheid en werkgelegenheid en voor een duurzaam gebruik van ruimte, energie en materialen.