Unknown's avatar

About Dirk Roep

I have retired as Assistant professor at the Rural Sociology Group of Wageningen University. I continue though to be involved in various initiatives and research on different modes of regenerative agriculture, food provisioning and place-based development.

Growth of local food economy in USA – Ken Meter

Sustainability impact is one of the five themes of the course ‘Origin Food: a Market for Identity’ (see my earlier post for more info). Surfing on internet, looking for some empirical material on the importance of local food for local economies, we came across the work of Ken Meter, president of the Crossroads Resource Center

Crossroads Resource Center, a non-profit organization, works with communities and their allies to foster democracy and local self-determination. We specialize in devising new tools communities can use to create a more sustainable future.

Ken Meter is one of the most experienced food system analysts in the United States. His work integrates market analysis, business development, systems thinking, and social concerns. As president of Crossroads Resource Center in  Minnesota, Meter holds 39 years experience in inner-city and rural community capacity building.

As documented ath the site, Ken Meter has promoted 45 local food networks in 20 US-states and one in Canada. He has thus built a record on building local food communities and its impact on local economy. In an interview published in three part on You Tube, he shares his vision and experiences on ‘ Building a local food economy’: see part I, part II, part III. At the CRC website also an example presentation of Ken Meter on the ‘Growth in local food economies‘ in the USA. An eye-opener to all of us knowing that the USA is the worlds largets food exporting country, but actually has to import food to feed their own residents as Ken Meter says.  Anyway, local food seem to be booming in the USA, the internet is loaded with initiatives, as was already documented in the posts of our collegue Petra Derkzen at this blogsite.

Studenten gezocht: onderzoek Usseler es

De  Vereniging tot Behoud Usselo en Usseler es (VBU) zoekt studenten die meewerken aan een onderzoek naar identiteitsdragers van de Usseler es, zoals die tot uiting komen in verhalen, beleving en emotionele waarden van bewoners, gebruikers, lokale en regionale burgerij en naar de sociaal-economische betekenis hiervan voor het gebied.

Het onderzoek maakt deel uit van een project dat in het voorjaar van 2010 van start gaat en een looptijd van ca. 10 maanden kent.

De Usseler es is de grootste krans-es van Noordwest Europa, gelegen in de zuidwestelijke stadsrandzone van Enschede en is als zodanig een zeer belangrijk cultuurhistorisch, archeologisch, landschappelijk en landbouwkundig complex. De Vereniging tot Behoud Usselo en de Usseler Es heeft in 2008 een zienswijze ingediend naar aanleiding van het ontwerp bestemmingsplan voor een modern gemengd bedrijventerrein op deze unieke plek. Deze zienswijze: “Usseler es: Behoud door Ontwikkeling?” houdt in dat de unieke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten behouden blijven en uitgangspunt zijn voor de ontwikkeling, dat wil zeggen het open houden van de bolling van de es en eventueel een beperkte verdichting van de krans van boerderijen en schuren.

Demografische ontwikkelingen in de regio wijzen echter op een krimpsituatie vanaf 2020. Dit is aanleiding tot een serieuze bezinning op sociaal-economische en ruimtelijke investeringen. Nieuwe functies die passen bij de kansen van dit unieke gebied en specifieke behoefte van de stad en regio zouden ontwikkeld moeten worden, zoals toerisme en recreatie, innovatieve vormen van land- en tuinbouw en passende bedrijvigheid in de krans. Deze zienswijze vraagt om uitwerking. De voorliggende opdracht is om meer inzicht te bieden in de sociaal-economische betekenis hiervan.

Studenten met interesse kunnen contact opnemen met collega Rudolf van Broekhuizen (Rudolf.vanBroekhuizen@wur.nl) van Rurale Sociologie (tel. 0317-483833)

Origin Food – course on Origin Food Products

Over the coming education period, covering eight weeks from March 1 till April 23, our group will again provide the MSc course ‘Origin Food:  a Market for Identity’. The course is compulsory for students of the Specialization Gastronomy of the Master Food Technology, but is open to students for other educational programmes as well.

Prosciutto di Parma

Food products with a geographical indication are becoming more important worldwide, both in economic and cultural terms. In the course a distinction is made between officially acknowledged ‘regional typical products’  with a protected geographical indication (such as Parma ham, Boerenleidse kaas, Café de Colombia) and ‘local food’ sourced locally by e.g. restaurants, shops or online box schemes.

The course deals with a range of questions on OFPs organised around five weekly themes: 1) Originality factors; 2) Regulation and legislation; 3) Marketing and branding; 4) Sustainability impact; and 5) Consumers’ appreciation, regional gastronomy and food tourism.

The course consists of a combination of lectures, guest lectures by experts, a gastronomic excursion and group assignments to study the particularities of Origin Food Products.

Contactperson: Dirk.Roep@wur.nl

Natuur en Milieu wil mythen rond landbouw doorprikken

Stichting Natuur en Milieu is een campagne gestart om een aantal, zoals SNM zegt, hardnekkige landbouwmythen door te prikken. Deze staan de verduurzaming van de landbouw en voedselproductie in Nederland in de weg. Op de website licht SNM dit als volgt toe:

Een groot deel van de bevolking wil een landbouw die gezond en duurzaam voedsel produceert. Om dit te bereiken zal de landbouwsector de komende jaren flink aan de slag moeten. Politieke leiders en landbouwvoormannen verschuilen zich te vaak achter hardnekkige mythen om verduurzaming tegen te gaan.

Natuur en Milieu wil dat de discussie over landbouw en voedselproductie gevoerd wordt op basis van feiten en wil deze mythen doorprikken.

Vijf van die hardnekkige mythen wordt door SNM alvast ontzenuwd in de brochure ‘Wat een boer niet kent‘, zijnde:

  1. De Nederlandse landbouw is een motor van de economie.
  2. Nederland is medeverantwoordelijk voor de voedselvoorziening van de wereld
  3. Boeren zijn overbelast en moeten al aan zoveel regels voldoen
  4. Boeren onderhouden juist het landschap
  5. De Nederlandse landbouw produceert milieu- en diervriendelijker dan elders

Dit moet een debat uitlokken over een hoger doel: het verduurzamen van de landbouw in Nederland. In de brochure ‘Schoon, eerlijk en waardevol‘ wordt de visie van SNM verwoord, dat als volgt wordt samengevat:

Kortom: de landbouw produceert duurzaam, draagt bij aan een gezonde en mooie leefomgeving, draagt niet bij aan het klimaatprobleem, werkt met gesloten kringlopen, stoot geen schadelijke emissies uit, schaadt het milieu en de natuur niet en houdt rekening met dierenwelzijn.

SNM pleit niet alleen voor een radicale transformatie, ze onderstrepen hier met allerlei partijen aan te willen werken. De vraag is welke partijen de handschoen opnemen en met SNM willen samenwerken.

Kijk op en beleving van duurzame melkveehouderij door burgers

Vorig jaar is Birgit Boogaard (Birgit.Boogaard@wur.nl ) gepromoveerd op een studie naar de sociaal-culturele duurzaamheid van de duurzame melkveehouderij, haar volledige (engelstalige) proefschrift staat online op onze RSO- website (klik hier om te downloaden). Over haar vergelijkend onderzoek in Noorwegen en Nederland, waarbij ondermeer burgers melkveehouderij bedrijven bezoeken om hun kijk te geven op duurzaamheid aan de hand van wat ze zien en ervaren, zijn twee artikelen verschenen in vakbladen: ‘Met burgers de boer op‘ in Veeteelt (2 november 2009) en ‘Techniek volgens burger niet per se strijdig met natuur‘ in het Agrarisch Dagblad van 11 december 2009. Hieronder uit elk artikel een citaat:

Volgens Boogaard heeft de gemiddelde burger best begrip voor de dilemma’s waarmee de boer te maken heeft. Maar dat begrip ontstaat niet vanzelf, zeker niet door eenrichtingscommunicatie van boer naar burger. Burgers die op de een of andere manier nog een relatie hebben met het boerenbedrijf, blijken meer begrip op te brengen. Volgens Boogaard kan de veehouderij dat begrip in stand houden door burgers zo jong mogelijk – als ze nog op school zitten – in aanraking te laten komen met de veehouderij. ”En breng ze dan niet naar een kinderboerderij maar naar de echte boerderij.” Uit: AGD, 11 december 2009

‘Door de beperkte bezoeken aan een boerderij ontmoeten maar weinig burgers de boer en kennen zijn verhaal. In een gesprek met de veehouder vormt de burger een beeld. Een melkveehouder kan laten zien hoe hij voor zijn dieren zorgt en kan uitleg geven over bijvoorbeeld moderne ontwikkelingen zoals een koematras of een krachtvoerbox.’  Boogaard stelt voor te beginnen met onderwijs aan kinderen. ‘In Noorwegen gebeurt dit al succesvol. Op deze manier ben je problemen voor. Kinderen vormen zo zelf een beeld. Een campagne is eenrichtingsverkeer, dat is riskant. Toenadering bereik je niet door een campagne over mensen uit te storten. Structureel inzetten op voorlichting van schoolkinderen is maatschappelijke duurzaamheid voor de lange termijn.’ Uit Veeteelt, 2 november 2009.

Birgit Boogaard werkt deels bij Rurale Sociologie als universitair docent en deels bij Cluster Systeeminnovaties van Wageningen UR Livestock Research.