Delivering Animal Welfare and Quality: Transparency in the Food Production Chain

conference_audience[1]Last week (8 and 9 October) in Uppsala (Sweden) a conference about animal welfare was held. This event was the final stakeholder meeting of the EU-funded research project entitled ‘Welfare Quality’. Taking part in the project are researchers from many EU countries as well as Australia, Chile, Uruguay and other countries. Since 2004, they have been working on developing a system that will enable measurements of animal welfare levels. The conference focused on how the results of the project could be translated into practical action and how animal welfare can be improved at global level. In this project the Rural Sociology Group was responsible for the subproject on producers’ attitudes and practices with regard to animal welfare. The results were presented by Bettina Bock.

Afbouwers, liefhebbers en ondernemers – deel II

Het afstudeeronderzoek van Bart Bremmer naar kleine grondgebruikers in de gemeente Borne is hier al eerder belicht.  Hier vat Bart kort de belangrijkste uitkomsten van zijn onderzoek samen (klik hier voor de complete thesis).

 

Door Bart Bremmer

In Nederland zijn er ongeveer 20.000 agrarische bedrijven met een omvang tussen de 3 en 16 nge (Nederlandse grootte-eenheid): hele kleine bedrijven die vaak het predicaat ‘hobbyboeren’ krijgen en neergezet worden als een oninteressante restcategorie.

Door diepte-interviews heb ik in mijn onderzoek de activiteiten en drijfveren van 21 kleine grondgebruikers in de gemeente Borne in kaart gebracht. Op basis van betekenisvolle verschillen in drijfveren en achtergronden heb ik drie portretten opgesteld.

Liefhebbers noemen vrijetijdsbesteding als belangrijkste drijfveer voor de activiteiten die zij hebben – in de meeste gevallen het houden van koeien of schapen op één tot enkele hectares grond. Eén van de liefhebbers zegt hierover:

…ik vind het gewoon leuk; een ander verzamelt postzegels.

 Er zit echter veel meer achter: vrijetijdsbesteding is voor geen van de liefhebbers de enige drijfveer. Liefhebbers gebruiken vaak grond die al jarenlang in de familie is en die daardoor een bepaalde emotionele waarde heeft: zij willen dit familie-erfgoed behouden. Een andere belangrijke drijfveer voor de activiteiten is dat er met het grondgebruik invloed uitgeoefend kan worden op de directe omgeving. Liefhebbers hechten veel waarde aan rust, ruimte en een mooi uitzicht en dragen daar zelf ook met plezier aan bij.

Ook afbouwers noemen vrijetijdsbesteding vaak als eerste drijfveer. Zij hebben hun (reguliere) agrarische bedrijf afgebouwd tot een ‘hobbybedrijf’ en stoppen daar nu veel van hun tijd in:

De belangrijkste drijfveer? Dan heb je wat te doen: ik moet er niet aan denken dat ik de hele dag in de keuken moet zitten.

Het hebben en gebruiken van grond heeft voor afbouwers echter wel een andere betekenis. Zo is in hun ogen de vrijetijdsbesteding pas geslaagd – wordt er leuk ‘gehobbyboerd’ – wanneer er ook echt iets geproduceerd wordt. De activiteiten van de afbouwers zijn dan ook vaak iets omvangrijker en arbeidsintensiever. Ook voor de afbouwers geldt dat ze invloed willen (blijven) uitoefenen op hun leefomgeving.

Bij de ondernemers is het vergaren van inkomsten uit bedrijfsmatige activiteiten een belangrijke drijfveer. Het is een onderdeel van een inkomenstrategie. De activiteiten betreffen vaak een vorm van verbrede landbouw.  Maar het gaat niet alleen om inkomen vergaren, ondernemers hechten veel waarde aan het uitoefenen van (agrarisch) ondernemerschap:

Een beetje boer zijn is ook wel mooi: met dieren omgaan…

 Opvallend is dat ook bij de ondernemers het in stand houden van familie-erfgoed en het beïnvloeden van de leefomgeving vaak als belangrijke drijfveren worden genoemd. Economische en sociaal-emotionele drijfveren zijn eigenlijk niet te scheiden:

Wij wonen hier, wij werken hier en wij leven hier.

Door te kijken naar de drijfveren wordt duidelijk hoe belangrijk de activiteiten en de grond voor de kleine grondgebruikers zijn. Ook blijkt hoe verschillend de betekenisgeving, en daarmee de rol van de verschillende kleine grondgebruikers, eigenlijk is. Uit de verhalen van de respondenten blijkt namelijk dat het grondgebruik niet alleen voor de kleine grondgebruikers zelf belangrijk is, maar ook voor het gebied en de samenleving. Doordat zij vanuit andere drijfveren werken dan de reguliere agrariërs, zorgen kleine grondgebruikers voor verscheidenheid: afwisseling in het landschap en productie van unieke goederen en diensten.

Door de nadruk te leggen op wat ze niet zijn – namelijk productieve reguliere agrariërs – kunnen de kleine grondgebruikers inderdaad getypeerd worden als een restcategorie. Maar wanneer er vanuit een breder perspectief naar hen gekeken wordt, blijkt dat hun activiteiten en grondgebruik betekenisvol zijn voor henzelf en voor anderen.

Woudzandgrond – de ‘gouden grond’ in de Noordelijke Friese wouden

In Geografie van oktober 2009 een informatief artikel van bodemkundige Marthijn Sonneveld (Marthijn.Sonneveld@wur.nl) over het ontstaan en unieke karakter van de woudzandgrond in de Noordelijke Friese Wouden: een ‘gouden grond’ volgens boeren mits je er goed voor zorgt:

Overdadige bemesting in het verleden heeft allerlei milieuproblemen veroorzaakt, zoals verontreiniging van het grondwater met nitraat. Inmiddels hebben meerdere veehouders in de Friese Wouden hun bedrijfsvoering drastisch aangepast en wordt er veel minder bemest dan zo’n vijftien jaar geleden. De boeren proberen nu zo veel mogelijk rendement te halen uit het natuurlijke – zwarte – kapitaal: de bodem. Dit kapitaal is te beschouwen als de reserve van het Nationale Landschap de Noordelijke Friese Wouden. Uit: Geografie, Oktober 2009

Eten van dichtbij

Werkplaats 10 - Eten van dichtbij

Werkplaats 10 - Eten van dichtbij

Vorige week verscheen een nieuwe uitgave van het blad “Werkplaats voor de Leefomgeving” van de Koninklijke Nederlandse HeideMaatschappij (KNHM). Deze 10e uitgave van dit blad heeft als thema “Eten van dichtbij” en gaat onder meer over stadsboeren, pergolabedrijven, stad-plattelandrelaties en publieke sector catering. Verder bevat het tal van korte beschrijvingen van en web-links naar initiatieven over regionale voedselvoorziening uit zowel Nederland als andere landen. De diversiteit aan activiteiten en benaderingen is zonder meer indrukwekkend. Voor een ieder die geïnteresseerd is in verschillende vormen en aspecten van regionale voedselvoorziening en/of stad-platteland relaties biedt dit themanummer een informatief en toegankelijk overzicht.

Mariann Fischer Boel’s blog – How the EU supports the dairy sector

In her blog Mariann Fischers Boel list what the EU is already doing to support the dairy sector and what next, steady but firm steps as she argues, will be taken.