Sustainable Food Systems Education and Engagement in Detroit

Recently, in the process of writing an international research proposal, I had an email exchange with Dr. Kami Pothukuchi, Associate Professor in Urban Planning at the College of Liberal Arts and Sciences of Wayne State University. Dr. Pothukuchi is, together with Prof. Jerry Kaufman, one of the founders of food planning in the USA. She was the first to write about food as a stranger to the planning field in 2000 and is one of the authors of “Community and Regional Food Planning: A Policy Guide of the American Planning Association“. This policy guide was a major source of inspiration for organizing the first European Sustainable Food Conference under auspices of the AESOP.

In our email exchange Dr. Pothukuchi informed me that she has recently become director of SEED Wayne. SEED is the acronym for Sustainable food systems Education and Engagement in Detroit. 

SEED Wayne is dedicated to building sustainable food systems on the campus of Wayne State University and in Detroit communities. SEED Wayne works in partnership with community-based organizations promoting food security, urban agriculture, farm-to-institution, and food and fitness planning and policy development. SEED Wayne embraces core university functions in teaching, research, engagement and operations. 

I think SEED Wayne is a perfect example of the role a university can and should play in enhancing sustainable food systems as well as in creating a learning-by-doing environment for students in which close collaboration with local communities is an intrinsic part of university teaching and research. For those interested in SEED Wayne download the brochure or simply browse SEED Wayne’s website.

Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling II – verslag vanuit de gebieden

In een eerdere post is al bericht over een verkenning van regionale kennisarrangementen. Van de bevindingen is verslag gedaan in het LEI-rapport “De werkvloer van een Kennisnetwerk Vitaal Platteland; kennis maken met regionale kennisarrangementen’. Het eindigt met aanbevelingen hoe het samen leren doen in en tussen gebieden kan worden bevorderd en ondersteund vanuit beleid en kennisinstellingen met kennisarrangementen. 

In opdracht van LNV is inmiddels voor vijftien gebieden een overzicht gemaakt van ambities, afspraken en behoefte aan ondersteuning bij het inzetten van onderwijs, onderzoek en advies voor gebiedsontwikkeling. De uitkomsten zijn op 6 oktober 2009 met de vijftien gebieden besproken. Van de inventarisatie en de uitwisseling tussen de betrokken gebieden wordt verslag gedaan in ‘Regionale kennisarrangementen; verslag quick scan en kennisdag.

De bedoeling is dat deze vijftien gebieden het voortouw nemen bij het opzetten van kennisarrangementen die het leren doen in en tussen gebieden moeten bevorderen. Ze kunnen daarbij rekenen op ondersteuning van o.a. Netwerk Platteland, Wageningen UR en de Groene Kennis Coöperatie (m.n. Programma Regionale Transitie).

Wichterwest: A network meeting with gains for everybody

Yesterday, I – together with 66 rural business women- attended a meeting of the rural women’s business network ‘Wichterwest’ at Restaurant Samiramis in Grootegast.

 The establishment of women business networks was initiated by Groningen Province in an attempt to stimulate networking amongst rural business women in the province. Today, each region within Groningen province has a rural women’s network. In the Western region of Groningen province (a.k.a. Westerkwartier) the network is called ‘Wichterwest’ and is organised by the project leader ‘Vereiniging Groningen Dorpen.

 ‘Wichterwest’ acts as a platform for business women to network, to exchange ideas and to receive information about business. The organisers also arrange offers for business courses and trainings. For example, the organisers are arranging a new training programme which will focus on three different business aspects: a) business start-ups, b) business management and c) market/ marketing strategies. To respond to the great interest of business women in the network and to accommodate its growing number of participants, the organisers are now considering options to set up a foundation with the aim to increase income and offers.

 Yesterday’s meeting started with a speed dating session in which everybody got to know the fellow participants and their businesses. I was impressed by the variety of activities carried out by the women of the Westerkwartier. For example, I met a photographer, a Bed & Breakfast owner, an administrator, a clothes designer, several advisors, an interior designer and the owner of an online farm shop for regional products. The evening proceeded with an exercise to practice efficient networking skills and a delicious three course menu made of organic products produced in the Westerkwartier. Filled with food, excitement rose as the winners of a lottery game were announced. Each business woman was asked to bring a gift made by her company. By winning vouchers for advice, massage and acupuncture sessions, bags of sheep wool and cushions for man and beast, everybody was able to get an impression of the variety of products offered by business women in the Westerkwartier. The evening was completed with three different workshops concerning a) optimal business plans, b) press releases and c) the importance of the entrepreneur for making business.

Even though I am not a business women myself, I returned home filled with positive impressions regarding the innovative spirit and versatility of business women in the Westerkwartier- and a business arrangement made during the networking game- let me recall, I said I was not a business women?

Food, agriculture and cities

Recently the Food and Agricultural Organisation (FAO) has published a brochure and briefing note about food and agriculture in and around cities. Like many international public bodies, national governments and NGOs the FAO is concerned about the social, economic, ecological and health consequences of the concentration of the world’s population in and around large cities. In the brochure the FAO states that there is an urgent need to invest in urban food programmes: 

The 4th World Urban Forum cited the need for policies and interventions to ensure that the increasing number of urban poor do not get left behind. The food dimension of poverty in urban areas still has not been translated into sufficient policy action in many countries. Rural-urban linkages will become increasingly important. Urban policies also need to acknowledge the role of urban and peri-urban agriculture in urban development, ensure urban food supply and strengthen livelihoods of poor urban producers. This includes removing barriers and providing incentives for urban and peri-urban agriculture (UPA) as well as improving natural resource management in urban and peri-urban areas. … A paradigm shift in both urban and agriculture development, planning and policy formulation is required in order to ensure access to urban food security, improved environmental management and enhanced rural-urban linkages.

In order to broaden the approaches and to gather new insights for cities both of developing, intermediate or developed countries,  the FAO’s Global Forum on Food Security and Nutrition (FSN Forum) has opened a debate which is, in terms of contributing to the debate, only open for FSN forum members. However, everyone can read contributions to the debate. Furthermore, for those interested in this topic, I can highly recommend the website of the FAO’s Food for the Cities Initiative. It contains a lot of interesting fact sheets and publications about the multiple aspects related to food, agriculture and cities.

Afbouwers, liefhebbers en ondernemers – deel II

Het afstudeeronderzoek van Bart Bremmer naar kleine grondgebruikers in de gemeente Borne is hier al eerder belicht.  Hier vat Bart kort de belangrijkste uitkomsten van zijn onderzoek samen (klik hier voor de complete thesis).

 

Door Bart Bremmer

In Nederland zijn er ongeveer 20.000 agrarische bedrijven met een omvang tussen de 3 en 16 nge (Nederlandse grootte-eenheid): hele kleine bedrijven die vaak het predicaat ‘hobbyboeren’ krijgen en neergezet worden als een oninteressante restcategorie.

Door diepte-interviews heb ik in mijn onderzoek de activiteiten en drijfveren van 21 kleine grondgebruikers in de gemeente Borne in kaart gebracht. Op basis van betekenisvolle verschillen in drijfveren en achtergronden heb ik drie portretten opgesteld.

Liefhebbers noemen vrijetijdsbesteding als belangrijkste drijfveer voor de activiteiten die zij hebben – in de meeste gevallen het houden van koeien of schapen op één tot enkele hectares grond. Eén van de liefhebbers zegt hierover:

…ik vind het gewoon leuk; een ander verzamelt postzegels.

 Er zit echter veel meer achter: vrijetijdsbesteding is voor geen van de liefhebbers de enige drijfveer. Liefhebbers gebruiken vaak grond die al jarenlang in de familie is en die daardoor een bepaalde emotionele waarde heeft: zij willen dit familie-erfgoed behouden. Een andere belangrijke drijfveer voor de activiteiten is dat er met het grondgebruik invloed uitgeoefend kan worden op de directe omgeving. Liefhebbers hechten veel waarde aan rust, ruimte en een mooi uitzicht en dragen daar zelf ook met plezier aan bij.

Ook afbouwers noemen vrijetijdsbesteding vaak als eerste drijfveer. Zij hebben hun (reguliere) agrarische bedrijf afgebouwd tot een ‘hobbybedrijf’ en stoppen daar nu veel van hun tijd in:

De belangrijkste drijfveer? Dan heb je wat te doen: ik moet er niet aan denken dat ik de hele dag in de keuken moet zitten.

Het hebben en gebruiken van grond heeft voor afbouwers echter wel een andere betekenis. Zo is in hun ogen de vrijetijdsbesteding pas geslaagd – wordt er leuk ‘gehobbyboerd’ – wanneer er ook echt iets geproduceerd wordt. De activiteiten van de afbouwers zijn dan ook vaak iets omvangrijker en arbeidsintensiever. Ook voor de afbouwers geldt dat ze invloed willen (blijven) uitoefenen op hun leefomgeving.

Bij de ondernemers is het vergaren van inkomsten uit bedrijfsmatige activiteiten een belangrijke drijfveer. Het is een onderdeel van een inkomenstrategie. De activiteiten betreffen vaak een vorm van verbrede landbouw.  Maar het gaat niet alleen om inkomen vergaren, ondernemers hechten veel waarde aan het uitoefenen van (agrarisch) ondernemerschap:

Een beetje boer zijn is ook wel mooi: met dieren omgaan…

 Opvallend is dat ook bij de ondernemers het in stand houden van familie-erfgoed en het beïnvloeden van de leefomgeving vaak als belangrijke drijfveren worden genoemd. Economische en sociaal-emotionele drijfveren zijn eigenlijk niet te scheiden:

Wij wonen hier, wij werken hier en wij leven hier.

Door te kijken naar de drijfveren wordt duidelijk hoe belangrijk de activiteiten en de grond voor de kleine grondgebruikers zijn. Ook blijkt hoe verschillend de betekenisgeving, en daarmee de rol van de verschillende kleine grondgebruikers, eigenlijk is. Uit de verhalen van de respondenten blijkt namelijk dat het grondgebruik niet alleen voor de kleine grondgebruikers zelf belangrijk is, maar ook voor het gebied en de samenleving. Doordat zij vanuit andere drijfveren werken dan de reguliere agrariërs, zorgen kleine grondgebruikers voor verscheidenheid: afwisseling in het landschap en productie van unieke goederen en diensten.

Door de nadruk te leggen op wat ze niet zijn – namelijk productieve reguliere agrariërs – kunnen de kleine grondgebruikers inderdaad getypeerd worden als een restcategorie. Maar wanneer er vanuit een breder perspectief naar hen gekeken wordt, blijkt dat hun activiteiten en grondgebruik betekenisvol zijn voor henzelf en voor anderen.