Gracious Empowerment?

By Alexandra Rijke

Minor Thesis
Title: Gracious Empowerment? Evaluating the impact the GRACE-network project had on the empowerment of female university students in their stance against Gender-Based Violence.

This minor thesis (click here for the complete thesis) is part of the Research Master International Development Studies at the Wageningen University and Research Centre. The objective of this minor thesis was to evaluate the GRACE-network project. This project was conducted in Irbid, Jordan. The aim of the GRACE-network project was to investigate how ICTs could be used to empower female university students in their stance against Gender-based Violence (GbV). The project was evaluated during four months of field work in Irbid, Jordan. During these four months the women participating in the project were interviewed and a focus group discussion was organized. The women, participating in the project as participants and as researchers, were asked during these interviews what empowerment meant for them, how they had experienced the GRACE-network project, if they felt empowered because of their participation in the GRACE-network project and how their stance against GbV was influenced.

Continue reading

Torri Superiore Ecovillage: resisting the abandonment of rural marginal areas in Italy

 MSc-thesis by Alberto Giani

Modernization of agriculture has clearly shown not to be a viable solution for marginalized areas, while a mix of retro-innovation, fantasy and passion is showing a possible novel way forward for the re-utilization of abandoned areas and the revitalization of its socio-economic life.

Torri Superiore Ecovillage is such as case, that I studied in my MSc-thesis (click here for my full thesis report), part of my Master Organic Agriculture in Wageningen Univesity.

Torri Superiore Ecovillage can be defined as a bounded space re-created by in-migrants (new-rurals) that came and establish their lives in a place out from the mainstream society, utilizing external resources (both human resources and capital) and skills to revitalize through a neo-endogenous process the economic potential of a semi-abandoned low productive rural area.

Agriculture in a marginal area can rarely be a remunerative activity. In particular if an area has been abandoned for years and offers no opportunity for mechanization. Making a living in agriculture thus demands a break with the mainstream perspective on agricultural production. A capitalistic approach to land use, based on the integration in markets, is barely impossible in these areas. However from a different rural development approach still work can be created in the production of quality food remunerating a little salary to built a decent life, allowing people to live as much as possible in harmony with the environment without depleting it from its natural resources. Patrimonialization, broadening, deepening, re-grounding, creating local outlets are all strategies that can stimulate the rebirth of a local nested economy embedded in the territory, as is the case in Torri Superiore Ecovillage. This case represents a positive experiment in the restoration of economic efficiency in a marginal rural area.

Current policies discourses do stress the importance of creating proper conditions to make people stay in or return to marginal areas, but in practice the cost of the land, the bureaucracy and the taxes make it almost impossible for anybody to stay in marginal rural areas or for people without any experiences (so called new-rurals) to return to these areas.

Grondhouding en strategie van boeren leidend bij inspelen op vergroening van GLB

MSc-thesis Elisa de Lijster

In mijn onderzoek heb ik gekeken in hoeverre opvattingen en grondhoudingen van melkveehouders aangaande bedrijfsvoering en natuur & het landschap richtinggevend zijn voor de wijze waarop ze zullen inspelen op de aanstaande hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Door een vergroening van het GLB krijgen boeren de mogelijkheid om publieke diensten leveren op het gebied van klimaat, water, dierenwelzijn, natuur, milieu en landschap. De vraag is dus of en hoe boeren daarop in zullen spelen.

Drie landschapsbeelden die ik in mijn onderzoek heb gebruiktIk heb mijn onderzoek verricht in Noordoost Overijssel, tussen een – door het beleid voorgestelde begrenzing – ‘Maatschappelijk Waardevol Gebied’ (MWG): het  Nationale Landschap Noordoost Twente (NOT) en een gebied daaraan grenzend. In beide gebieden heb ik tien melkveehouders geïnterviewd.  De inkomenssteun per ha vanuit het GLB ligt in dit gebied ver boven het landelijk gemiddelde. Een verlaging of herverdeling van de huidige inkomenssteun kan dus grote gevolgen hebben.

Op basis van mijn onderzoek (klik hier voor mijn complete Msc-thesis) maak ik onderscheid tussen twee uiteenlopende grondhoudingen en daarmee samenhangende ontwikkelingspatronen. Sommige boeren zijn meer productiegericht, andere meer omgevingsgericht. Uit mijn onderzoek blijkt dat zij andere keuzes maken als het gaat om het uit voeren van maatschappelijke waardevolle diensten en de manier waarop ze denken in te spelen op de toekomstige verandering in het GLB.

Productiegerichte boeren richten zich op het behalen van een maximale productie/ha, waarbij de natuur vooral een instrumentele waarde heeft. Deze boeren pakken eerder diensten op die positief interfereren met hun gewenste bedrijfsontwikkeling. Dat zijn veelal diensten op het gebied van klimaat, water en bodem en een verdere verduurzaming van hun landbouwpraktijk via innovatieve technieken. Diensten gericht op natuur of landschap passen hier niet in, wat dus op gespannen voet staat met de beoogde beleidsambitie.

De omgevingsgerichte boeren leggen zich meer toe op het integreren van natuur en landbouwbeoefening en beogen een balans met de omgeving. De intrinsieke waarde van natuur wordt meer gewaardeerd. De voorgestelde maatschappelijk waardevolle diensten worden sneller door deze boeren opgepakt aangezien deze overeenkomen met hun ontwikkelingsvisie en grondhouding.

Beide ontwikkelingspatronen kunnen zowel binnen en buiten het MWG NOT gevonden worden, wat een relevante observatie is voor de beoogde doelstellingen vanuit het beleid. Uit dit onderzoek komt naar voren dat sommige beleidsambities overeen komen met die van de boeren in Noordoost Overijssel en andere minder. In het kader van de aanstaande GLB hervorming, valt op dat alle boeren hun bedrijf wensen voort te zetten in lijn met hun gewenste ontwikkelingsrichting en dat het beoogde beleidsplan hierdoor een polariserende werking in de landbouwstructuur zal hebben.

‘t Paradijs – A Tale of Man and Nature

Written by Sophie Hopkins, MSc student

Care farming is becoming increasingly popular and accepted as a health care service, particularly in the Netherlands where the main clients of care farming are the elderly, those suffering from mental health problems, children with autism and the mentally or physically handicapped. General definitions of care farming are a contentious issue as it is the individuality of care farms that seem to be appealing. However, accreditation schemes ensure clients of a certain standard of care without compromising the rural idyll that is attached to this care option.

Undertaken from an interpretive approach, I looked at the benefits or limitations of care farming to participants by examining their own experiences and perspectives. My case study was a mixed farm in Barneveld where people were incredibly helpful and welcoming. The focus was to provide an overview of all those involved in care farming, from the clients, to the staff, volunteers and family members, because I believed that it is not only the clients that experience care in this context. Continue reading

Boeren buitenspel gezet – Inspraak en onvrede in Restveen en Groene Waterparel

Door Reinier van der Starre, MSc student

Het melkveehouderij/akkerbouw bedrijf van mijn familie in de Wieringermeer wordt bedreigd door de  planvorming voor het Wieringerrandmeer. Dit proces volg ik dus al jaren van dichtbij. Wat mij opgevallen is, is dat mijn familie maar ook andere boeren in de omgeving zeer gefrustreerd zijn geraakt tijdens dit planvormingproces. Hierbij is men wel in contact met overheden, maar is de beeldvorming over de overheden zeer negatief. De vraag, die hierbij altijd in mijn achterhoofd speelt is: “waar komt die onvrede vandaan?” en “gaat het in andere gebieden ook zo?”.

Tijdens mijn studie Management of Agro- Ecological Knowlegde and Social Change (Maks) probeer je te begrijpen, waarom en hoe veranderingen tot stand komen en wat die veranderingen tot gevolg hebben. Het afstuderen was voor mij dan ook een unieke kans om uit te zoeken, waar die onvrede in genoemde planvormingsprocessen uit voortkomt. In samenwerking met Alterra heb ik de oorzaak van de onvrede in het gebied Restveen en Groene Waterparel in de Zuidplaspolder onderzocht.

De Zuidplaspolder is in de vijfde Nota Ruimtelijke Ordening aangewezen als ontwikkelingsgebied voor woning en glastuinbouw. Onder leiding van de provincie Zuid-Holland heeft de bestuurlijke werkgroep bestaande uit 23 partijen zoals; overheidspartijen, maatschappelijk organisaties en belangenbehartigers, de ontwikkelingsopgave verder uitgewerkt. Dit heeft er toe geleid, dat de op het veen gelegen zuidelijke deelgebieden Restveen en Groene Waterparel gedeeltelijk bestemd zijn voor natuur. Momenteel zijn er echter nog een aantal grondgebonden veehouderijbedrijven actief, die ontevreden zijn over de genoemde ontwikkelingen.

In dit onderzoek zijn de bronnen van onvrede van de boeren in het Restveen en Groene Waterparel onderzocht. Dit is gedaan door middel van een deskstudie van de verschillende beleidsdocumenten en daarnaast hebben er interviews plaats gevonden met de betrokken boeren, overheidsinstanties, belangenbehartigers en andere betrokkenen. De bronnen van onvrede zijn onderzocht door de beeldvorming over het planvormingproces, de wisselwerking tussen de regionale partijen en de boeren en de wijze van grondverwerving te analyseren. Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende punten de bron zijn van de onvrede bij de boeren:

  1. Het feit dat de agrarische functie niet meer leidend is in het gebied.
  2. De overheid de verwachting schept dat de boeren nog invloed kunnen uitoefenen op het planvormingproces. Maar dat inspraak een illusie is.
  3. De boeren voelen zich niet vertegenwoordigd door de LTO in de bestuurlijke werkgroep.
  4. De overheid maakt in de ogen van de boeren misbruik van wet en regelgeving bij de verwerving van de grond.
  5. De overheid biedt in de ogen van de boeren geen redelijk vergoeding voor de grond gebouwen, die zij nodig heeft voor de planontwikkeling

Kortom de boeren voelen zich buitenspel gezet. 

U kunt hier klikken voor een volledige versie van mijn MSc-thesis ‘Boeren buitenspel gezet: Inspraak en onvrede in Restveen en Groene Waterparel’