Terug naar 3 pakketten, zelfsturing en certificering: Advies nieuwe opzet Agrarisch Natuurbeheer

Op 4 oktober heeft een groep van 10 boeren (ook wel de Groep Schipluiden genoemd) ondersteund door CLM op uitnodiging van staatssecretaris Bleker advies uitgebracht over een nieuwe opzet van het nieuwe Agrarisch Natuurbeheer vanaf 2013. De aanbiedingsbrief en het advies zijn te vinden op de website over de aanstaande hervorming van het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB). Die hervorming is relevant is voor de toekomstige financiering van het nieuwe ANB en de invulling van maatregelen om de landbouw te vergroenen.

Kern van het advies luidt:

Het agrarische natuurbeheer kan in de toekomst volstaan met drie eenvoudige pakketten, uitgevoerd door zelfsturende collectieven. Dat is de conclusie van een groep van tien boeren die op uitnodiging van Staatssecretaris Henk Bleker een advies heeft geformuleerd over de toekomst van het agrarisch natuurbeheer. De drie pakketten beschrijven het beheer voor drie biotopen: grasland, akker en kleinschalig landschap. Daardoor ontstaan geschikte leefgebieden voor allerlei soorten vogels, amfibieën, insecten, vleermuizen en andere zoogdieren. Ook voor de soorten waar Nederland internationale verplichtingen voor heeft.

ANB in nieuwe opzet kan deel uit maken van de beoogde vergroening van de landbouw en de certificering van vergroeningsmaatregelen met oog op vergoedingen vanuit EU-beleid:

De boeren zijn van mening dat certificering kansen biedt om de landbouw te vergroenen (pijler 1) met een breed keuzemenu van duurzaamheidsmaatregelen voor meerdere EU thema’s (biodiversiteit, water, bodem, klimaat, energie). Want zo stelde Wim Stegeman (akkerbouwer Flevoland): “vergroening gaat om verduurzaming en dat is breder dan natuur”. Het agrarisch natuurbeheer kan onderdeel uitmakenvan zo’n brede certificering.

BV Boerenverstand lanceert duurzaamheidscertificaat – beloning voor actieve bijdrage aan vergroenen van de landbouw

In de Nieuwe Oogst van 15 maart stond het bericht dat de Eurocommissaris van Landbouw Ciolos een officieel duurzaamheidscertificaat wil aanvaarden als bewijs van vergroening van de landbouw. Het stimuleren van een vergroening van de landbouw wordt bepleit bij de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Dit zal zijn weg moeten vinden via beleidsmaatregelen en wat als bewijs van vergroening zal worden aanvaard.

Dit is goed nieuws voor boeren die samen al geruime tijd hard werken aan het verduurzamen van hun bedrijfsvoering en voor die prestatie ook graag iets terug willen zien van de samenleving, al was het maar een erkenning van hun inspanningen, maar het liefst natuurlijk een geldelijke beloning of een ‘licence to produce’: hogere prijzen voor producten af boerderij, een vergoeding voor geleverde groene of blauwe diensten of een verruiming van productiemogelijkheden ter plekke.

Certificering van kringloopboeren: ‘green deal’

Een aantal van deze netwerken, zoals de ‘kringloopboeren’ (zie hiervoor www.duurzaamboerblijven.nl), zijn er helemaal klaar om te oogsten waar ze al jaren, en sommige al decennia, aan hebben gewerkt. Zo werkt  BV Boerenverstand samen met boeren, overheden, kennisinstellingen en adviseurs aan een officiele certificering van duurzaamheid van kringloopbedrijven. Ze maken een green deal.  De eerste certificaten  worden uitgereikt vanaf 16 april aan boeren in diverse provincies en op 19 april vindt een officiele lancering van het duurzaamheidscerticifaat voor kringloopboeren plaats in Drachten. Hier wordt ook verslag van gedaan op Foodlog.

Vergroenen van de landbouw

Nu maar afwachten of de toezegging van Ciolos ook gestand wordt gedaan en hoe hier in Nederland mee om wordt gegaan, door staatssecretaris Bleeker voorop en de boerenorganisaties. Het lijkt een gouden kans, maar die moet nog wel verzilverd worden. De vraag is dan: hoe dat moet. En waar we met een vergroening van de landbouw naar toe willen. Is vergroenen slechts een ander woord voor verduurzamen? Is het vergroenen van de landbouw niet meer dan het het aanbrengen van een laagje groene vernis voor het oog? Daar lijkt het soms op neer te komen als je het debat over hervorming van het landbouwbeleid wat volgt. Vergroenen als het leveren van wat groene en blauwe diensten aan de samenleving waar het goed uitkomt? Of raakt vergroenen ook of juist aan de kern van de landbouw? Aan de wijze waarop we ons voedsel voortbrengen en de wijze waarop we ons voedsel in de toekomst voort willen brengen denkend vanuit de samenleving die ons voor ogen staat? De manier waarop we onszelf van voedsel voorzien is in hoge mate bepalend voor hoe we met elkaar omgaan en samen leven. In gezinsverband of een plaatselijke gemeenschap, maar wereldwijd zijn via onze voedselvoorziening met elkaar verbonden. 

Vergroenen is een kwestie van durven kiezen en aanpakken. In het deelrapport van de United Nations Environmental Programme Agriculture: investing in natural capital wordt het vergroenen van de landbouw gezien in het kader van het vergroenen van de gehele economie met de landbouw als wezenlijk onderdeel, zo niet het fundament van een Green economy. Zie hiervoor Towards a Green Economy: Pathways to Sustainable Development and Poverty Eradication, waarin een groene economie nadrukkelijk wordt gekoppeld aan armoedebestrijding.

In een groene economy staat het zover mogelijk terugdringen van de grote afhankelijkheid van fossiele grondstoffen (olie voorop) centraal: een low-carbon economy dus. Een green economy is gefundeerd op hernieuwbare grondstoffen. De landbouw van nu moet dan een flinke omslag maken, want de landbouw is nu een grootverbruiker van energie en vooral olie. Of zoals Michel Pollan zo beeldend zegt:  we eat oil and spuwing green house gas. Vergroenen van de landbouw betekent dat de landbouw weer wordt wat is van oorsprong is: het vastleggen van zonne energie voor allerlei doeleinden. Zo bezien vormt het vergroenen van onze voedselvoorziening een van de grootste uitdagingen waar we de komende decennia voor staan.

Grondhouding en strategie van boeren leidend bij inspelen op vergroening van GLB

MSc-thesis Elisa de Lijster

In mijn onderzoek heb ik gekeken in hoeverre opvattingen en grondhoudingen van melkveehouders aangaande bedrijfsvoering en natuur & het landschap richtinggevend zijn voor de wijze waarop ze zullen inspelen op de aanstaande hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Door een vergroening van het GLB krijgen boeren de mogelijkheid om publieke diensten leveren op het gebied van klimaat, water, dierenwelzijn, natuur, milieu en landschap. De vraag is dus of en hoe boeren daarop in zullen spelen.

Drie landschapsbeelden die ik in mijn onderzoek heb gebruiktIk heb mijn onderzoek verricht in Noordoost Overijssel, tussen een – door het beleid voorgestelde begrenzing – ‘Maatschappelijk Waardevol Gebied’ (MWG): het  Nationale Landschap Noordoost Twente (NOT) en een gebied daaraan grenzend. In beide gebieden heb ik tien melkveehouders geïnterviewd.  De inkomenssteun per ha vanuit het GLB ligt in dit gebied ver boven het landelijk gemiddelde. Een verlaging of herverdeling van de huidige inkomenssteun kan dus grote gevolgen hebben.

Op basis van mijn onderzoek (klik hier voor mijn complete Msc-thesis) maak ik onderscheid tussen twee uiteenlopende grondhoudingen en daarmee samenhangende ontwikkelingspatronen. Sommige boeren zijn meer productiegericht, andere meer omgevingsgericht. Uit mijn onderzoek blijkt dat zij andere keuzes maken als het gaat om het uit voeren van maatschappelijke waardevolle diensten en de manier waarop ze denken in te spelen op de toekomstige verandering in het GLB.

Productiegerichte boeren richten zich op het behalen van een maximale productie/ha, waarbij de natuur vooral een instrumentele waarde heeft. Deze boeren pakken eerder diensten op die positief interfereren met hun gewenste bedrijfsontwikkeling. Dat zijn veelal diensten op het gebied van klimaat, water en bodem en een verdere verduurzaming van hun landbouwpraktijk via innovatieve technieken. Diensten gericht op natuur of landschap passen hier niet in, wat dus op gespannen voet staat met de beoogde beleidsambitie.

De omgevingsgerichte boeren leggen zich meer toe op het integreren van natuur en landbouwbeoefening en beogen een balans met de omgeving. De intrinsieke waarde van natuur wordt meer gewaardeerd. De voorgestelde maatschappelijk waardevolle diensten worden sneller door deze boeren opgepakt aangezien deze overeenkomen met hun ontwikkelingsvisie en grondhouding.

Beide ontwikkelingspatronen kunnen zowel binnen en buiten het MWG NOT gevonden worden, wat een relevante observatie is voor de beoogde doelstellingen vanuit het beleid. Uit dit onderzoek komt naar voren dat sommige beleidsambities overeen komen met die van de boeren in Noordoost Overijssel en andere minder. In het kader van de aanstaande GLB hervorming, valt op dat alle boeren hun bedrijf wensen voort te zetten in lijn met hun gewenste ontwikkelingsrichting en dat het beoogde beleidsplan hierdoor een polariserende werking in de landbouwstructuur zal hebben.