Time Magazine about multifunctional agriculture, some thoughts about the farmers’ identity

While waiting for my train at Utrecht Central station – I tend to kill my time looking around in the book/magazine shop – the cover of the latest Time Magazine struck my eye, heading: “France’s Rural Revolution, traditional French farmers are dying. Can farmers make money from town dwellers’ love of the land?”. Interested about the heading – and teased by the astonishing landscape on the cover – I bought a copy for the second part of my trip to Rotterdam.

Bruce Crumley (the author) poses the question what eventually will save rural France. French farmers are hit by a shrinking agricultural sector, falling food prices (globalization) and tightening E.U. support (so called CAP reforms (Common Agricultural Policy) in 2013). These developments are not exclusive to France, farmers in many other E.U. member states are facing these problems. However, future CAP reforms are considered to be critical especially to French farmers, since the French receive nearly 20% of the total CAP funding.

By illustrating the developments on three French farms the author focuses on one of the ways to get out of this tightening trap by diversifying the farm business with new (‘non-farming’) activities. A strategy also known as multifunctional agriculture. The farmers mentioned in the article developed new activities in rural tourism and the production and selling of regional products like beer and ham. Interestingly, the article has many parallels with the conversations I had myself (in relation to our research project on (Dutch) multifunctional agriculture). Apparently, many farmers (eventually) don’t regret their step on the multifunctional pathway. On the contrary, many farmers say to enjoy the new farm dynamics, contacts with new people and some even claim to have reinvented entrepreneurship. However, we needn’t to underestimate the step of ‘just’ diversifying your farm to survive. In the article colleague rural sociologist François Purseigle argues many farmers simply refuse to find new sources of income as they see diversification as a betrayal of the agricultural profession they took on. As a parallel, I experienced many interviewed Dutch farmers – who have made the step or are still hesitating in some way – have or are still struggling with their identity of being a ‘real farmer’: “It’s not just running a business” – one farmers stressed – “it’s a way of life!”. I think the notion of multifunctional agriculture has matured but still often perceived as something for losers or nothing ‘real farmers’ should deal with. Often the environments of hesitating farmers aren’t ready for this new way of farming, yet.  

The article can be found on the Time website. The page also offers a great picture gallery about the topic.

Vitaal Oldambt – film over bijdrage ondernemende vrouwen aan vitaal platteland

Wiebke Wellbrock berichtte al over netwerken van ondernemende vrouwen in Groningen, die door de Vereniging Groninger Dorpen worden ondersteund met een bijdrage vanuit een LEADER-gelden (Mit mekander), en in het bijzonder over het netwerk Wichterwest in het Westerkwartier en bijeenkomst van 8 december 2009.  Harry van Schokkenbroek heeft een mooie film gemaakt over ondernemende vrouwen in Oldambt en hun bijdrage aan een vitaal platteland. De film is te bekijken op de website www.h-schokkenbroek.nl/Film.html (in de map films 2009/2009).

Ook puber op platteland heeft veel problemen – onderzoek UMCG

Uit een onderzoek van Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), waarover wordt bericht op de website Zorg en Welzijn,  blijkt dat jonge pubers in achterstandsgebieden bijna tweemaal zo vaak gedragsproblemen hebben als leeftijdgenoten in welvarende regio’s. En daarbij maakt het niet uit of iemand in de stad of op het platteland woont. Alleen is er voor probleemjeugd op het platteland nauwelijks aandacht.  Hieronder een deel van het bericht door José van der Waerden:

Wapens

Dat ook op het platteland gedragsproblemen vooral voorkomen in achterstandsgebieden, kwam voor de onderzoekers niet uit de lucht vallen, erkent onderzoeksleider Menno Reijneveld. ‘Vooraf hadden we daar al wel een “basisgevoel” over, vanuit gesprekken met hulp- en zorgverleners. Dat de problemen even groot zouden zijn als in steden, hadden we niet verwacht. Agressief en delinquent gedrag blijkt even vaak voor te komen in Amsterdam-West als in Oost-Groningen.’

De getoetste gedragsproblemen beslaan een breed gebied: van liegen, pesten en zwartrijden tot vechten, heling en dreigen met wapens. Omdat elke puber wel eens problematisch gedrag vertoont, gaan de vragenlijsten uit van een ‘norm’. Kinderen die erboven zitten, vallen in de categorie met ‘gedragsproblemen’. De onderzoeksuitkomsten laten zien dat in achterstandsgebieden 14 procent van de jeugd boven de norm zit. In welvarende gebieden is dat 7,5 procent. Die verschillen zijn voor jongens en meisjes vrijwel gelijk.

Voor meer zie het bericht op Zorg en Welzijn.

Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling II – verslag vanuit de gebieden

In een eerdere post is al bericht over een verkenning van regionale kennisarrangementen. Van de bevindingen is verslag gedaan in het LEI-rapport “De werkvloer van een Kennisnetwerk Vitaal Platteland; kennis maken met regionale kennisarrangementen’. Het eindigt met aanbevelingen hoe het samen leren doen in en tussen gebieden kan worden bevorderd en ondersteund vanuit beleid en kennisinstellingen met kennisarrangementen. 

In opdracht van LNV is inmiddels voor vijftien gebieden een overzicht gemaakt van ambities, afspraken en behoefte aan ondersteuning bij het inzetten van onderwijs, onderzoek en advies voor gebiedsontwikkeling. De uitkomsten zijn op 6 oktober 2009 met de vijftien gebieden besproken. Van de inventarisatie en de uitwisseling tussen de betrokken gebieden wordt verslag gedaan in ‘Regionale kennisarrangementen; verslag quick scan en kennisdag.

De bedoeling is dat deze vijftien gebieden het voortouw nemen bij het opzetten van kennisarrangementen die het leren doen in en tussen gebieden moeten bevorderen. Ze kunnen daarbij rekenen op ondersteuning van o.a. Netwerk Platteland, Wageningen UR en de Groene Kennis Coöperatie (m.n. Programma Regionale Transitie).

Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling

Binnenkort verschijnt het LEI-rapport  ‘Kennis maken met regionale kennisarrangementen: de werkvloer van een Kennisnetwerk Vitaal Platteland’.

Het doet verslag van een leerzame tocht van de landelijke werkgroep Kennisnetwerk Vitaal Platteland langs beloftevolle kennisarrangementen in de Veenkolonien (Werkplaats), Eemland (Regionaal Innovatie Centrum en Plattelandsacademie) en Westerkwartier (Countryside Exchange). Een werkbezoek aan het Kennisloket in Kempenland werd afgelast, maar het Kennisloket is wel meegenomen in de analyse. De gezamelijke bevindingen zijn omgezet in aanbevelingen richting opdrachtgever Directie Platteland van LNV hoe gebiedsontwikkeling vanuit onderwijs en onderzoek op structurele kan worden ondersteund met raad en daad. Aangezien het rapport is goedgekeurd en de aanbevelingen inmiddels ter hand worden genomen, wil ik als een van de samenstellers van het rapport de Samenvatting alvast breed delen.

Overigens was hier al eerder een artikel (‘Kennis in de regio’) over verschenen in het tijdschrift Landwerk van Ina Horlings, werkzaam bij Telos, die ook aan de werkbezoeken heeft meegedaan en samen met Eelke Wielinga (LEI) en mij het eindrapport heeft samengesteld.

Hieronder volgen vijf passages uit de Samenvatting:

Continue reading