Unknown's avatar

About Dirk Roep

I have retired as Assistant professor at the Rural Sociology Group of Wageningen University. I continue though to be involved in various initiatives and research on different modes of regenerative agriculture, food provisioning and place-based development.

Selective breeding in organic dairy farming

Tuesday June 2, Wytze Nauta will defend his PhD-thesis ‘Selective Breeding in Organic Dairy Production’. 

Family herd

A family herd

Organic dairy farming doesn’t have a distinct breeding system. Farmers are free to breed with a farm bred bull or Artificial Insemination (AI) bulls of conventional breeding programmes. Organic farming thus directly and indirectly depends on conventional breeding goals and modern selection and reproduction techniques such as multiple ovation and in vitro embryo production and transfer (ET). As naturaless and animal integrity are basic principles of organic farming, the direct and indirect use of these modern reproduction techniques is questioned, from organic farmers as well as from societal interest groups favouring organic farming. Moreover organic farming intends to maintain or even contribute to bio-diversity. It supports the use of different (traditional, regional) breeds. Finally, in organic farming animals are kept for different purposes and in a different, more extensive production environment then conventional agriculture. This further questions the dependency on conventional breeding programmes, since these programmes select breeding animals that perform best in intensive, high input production systems. Practice learns that on the whole these cows are genetically not well equiped to perform in an organic environment and this was sustained by research (see paper Genotype x Enviroment Interaction). So one can argue that organic farming has its own demands towards breeding, that may even differ with different farming strategies (see paper Different Strategies, Different Demands). Organic farming is highly diversified and organic farmers are known for their on-farm experiments, also with regard to breeding.

The question is not so much if selective breeding in organic dairy farming needs to be more in line with the intentions and principles of organic farming, all stakeholders agree on that, but to what extend and how to realize that. Then opinions diverge and different positions are taken (see Discussion paper).

Wytze Nauta explores this question throughout his PhD-thesis. He finally discusses the pro’s and con’s of three options that meet organic principles to a different extend: 1) a pragmatical one, i.e. using conventional breeding programmes, but with the exclusion of modern reproduction techniques, although an exception is made for AI; 2) a distinct organic breeding programme with distinct breeding goals and exclusion of modern breeding techniques and 3) a distinct breeding system based on natural mating.

The more exclusive, the more organic, but also the more difficult to realise. However, for an individual farmer it is more easy to decide to start breeding with a bull at the farm for natural mating. For option one and two more stakeholders need to come to an agreement. But all options imply a ‘system innovation’: radical change of practices at different levels of different actors in different positions lacking appropriate knowledge to come to a well grounded breeding system for organic farming. So, the ultimate recommendation of Wytze Nauta is not to impose a new breeding system, but to start joint learning processes involving organic farmers as well as other stakeholders based on the three options provided. This would best respect diversity organic farming.

Wytze Nauta (w.nauta@louisbolk.nl) is researcher Animal breeding at the Louis Bolk Institute.

Noorderlicht – nieuwe biologische kaasmakerij grensverleggend

Noorderlicht – zo heet de nieuwe biologische kaasmakerij van Kees en Maria van Gaalen in Noordeloos. De naam is zaterdag 16 mei onthuld door een trotse burgemeester van Giessenlanden tijdens een druk bezochte open dag.

Noorderlicht - nieuwe biologische kaasmakerij van Kees en Maria van Gaalen in Noordeloos

Noorderlicht - nieuwe biologische kaasmakerij van Kees en Maria van Gaalen in Noordeloos

Met hun nieuwe boerderij verleggen Kees en Maria de grenzen van wat in Nederland voor mogelijk wordt gehouden in het boerenkaasmaken. Bewonderingswaardig. Het nieuwe bedrijf is gebouwd volgens organische principes (daarvan getuigd o.a. de bouw van het huis), maar vooral ook vanuit eigen overtuiging over wat duurzame landbouw moet inhouden. En daar dan consequent voor durven kiezen.

Zoals het houden van Blaarkoppen. Een ras dat van oudsher voorkomt in de Rijnstreek (zie Blaarkoppen in het Groene Hart), maar dat niet mee kon komen in eisen van de moderne melkveehouderij. Maar Kees zijn voorliefde voor Blaarkoppen is niet louter nostalgisch. Blaarkoppen leveren, zo is bewezen, een betere kwaliteit kaasmelk dan op liters gerichte rassen. En Blaarkoppen gaan langer mee. Kees en Maria maken Wilde Weide Kaas, dat in 2005 werd bekroond als Streekproduct van het Jaar. Een bekroning op hun inzet om het boerenkaasmaken voor Nederland te behouden en op hoger peil te tillen.

Het ontbreekt Kees niet aan visie en lef om tegen gangbare opvattingen in te gaan. Zo heb ik hem eind jaren ’80 ook leren kennen. Samen met andere gedreven boerenkaasmakers wilde Kees het boerenkaasmaken nieuw elan geven. Door boerenkaas uit de veenweiden neer te zetten als een kwalitatief hoogwaardig, ambachtelijk product. Een product dat een eerlijk prijs verdiende en door een duurzame manier van produceren kon bijdragen aan het behoud van het karateristieke veenweidelandschap. De idee voor een veenweidekaas was geboren. Onder die werktitel werd het product in 1994 ook gelanceerd. Het trotseerde de gevestigde belangen op de boerenkaasmarkt, maar kon die ondanks alle potenties niet echt open breken. Veenweidekaas kreeg ook een ecologisch zusje: Wilde Weide Kaas.

Opslag Wilde Weide KaasKees en Maria maken nu zeker al een decennium lang Wilde Weide kaas, een Erkend Streekproduct, en zetten dat dus voort op hun nieuwe bedrijf. Het was op het oude bedrijf in Alphen aan de Rijn waar Kees, Bart Soldaat en ik begin jaren negentig samen het concept van streekeigen producten hebben uitgedacht. Dit heeft brede navolging gekregen, uitmondend in o.a. Groene Hart producten en Groene Hart Landwinkels. Streekproducten behoren nu tot een van de belangrijke pijlers van verbrede of multifunctionele landbouw. Op de oude lokatie in Alphen aan de Rijn, de prachtig gerestaureerde boerderij Landlust, hadden Kees en Maria ook als een van de eersten een Landwinkel. Ook dat is inmiddels uitgegroeid tot een landelijke keten.

Kortom: Kees en Maria lopen al jaren voorop, het zijn vernieuwers pur sang, die vast houden aan hun eigen principes en soms dwars tegen heersende opvattingen over wat kan en nodig is durven in te gaan. Ook hun nieuwe boerderij getuigd daar weer van. Proficiat! Ik hoop dat ze voor hun moed worden beloond.

Duurzaam boer blijven en kringloopdenken

Frank Verhoeven is oud-medewerker van onze leerstoelgroep. Hij heeft veel bijgedragen aan de kringloopgedachte en meer in het bijzonder de Plant-Dier-Mest kringloop. Met name in de Noordelijke Friese Wouden waar een groep boeren op zoek waren naar alternatieve vormen van mest aanwenden en beter benutten van organische mest. Samen hebben we gewerkt aan de ‘Atlas van vernieuwende melkveehouders’ met tal van ongewone, beloftevolle vernieuwingen van melkveehouders door het hele land heen. Daar ligt ook zijn passie. Tegenwoordig heeft Frank een eigen adviesbureau Boerenverstand, met o.a. een online Innovatiekaart met vele innovatieve boeren vanuit het hele land heen die tegenkomt. 

En Frank werkt voor ETC-Advies aan het programma ‘Duurzaam boer blijven‘, eerst in Drenthe en nu ook in Groene Hart en Gelderland. waar de plant-dier-mest kringloop ook een belangrijk onderdeel is, zoals hij zelf vertelt in een online-video clip :

 

Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling

Binnenkort verschijnt het LEI-rapport  ‘Kennis maken met regionale kennisarrangementen: de werkvloer van een Kennisnetwerk Vitaal Platteland’.

Het doet verslag van een leerzame tocht van de landelijke werkgroep Kennisnetwerk Vitaal Platteland langs beloftevolle kennisarrangementen in de Veenkolonien (Werkplaats), Eemland (Regionaal Innovatie Centrum en Plattelandsacademie) en Westerkwartier (Countryside Exchange). Een werkbezoek aan het Kennisloket in Kempenland werd afgelast, maar het Kennisloket is wel meegenomen in de analyse. De gezamelijke bevindingen zijn omgezet in aanbevelingen richting opdrachtgever Directie Platteland van LNV hoe gebiedsontwikkeling vanuit onderwijs en onderzoek op structurele kan worden ondersteund met raad en daad. Aangezien het rapport is goedgekeurd en de aanbevelingen inmiddels ter hand worden genomen, wil ik als een van de samenstellers van het rapport de Samenvatting alvast breed delen.

Overigens was hier al eerder een artikel (‘Kennis in de regio’) over verschenen in het tijdschrift Landwerk van Ina Horlings, werkzaam bij Telos, die ook aan de werkbezoeken heeft meegedaan en samen met Eelke Wielinga (LEI) en mij het eindrapport heeft samengesteld.

Hieronder volgen vijf passages uit de Samenvatting:

Continue reading

Steeds meer zorgboeren

Steeds meer zorgboeren – aldus berichte RTL Nieuws naar aanleiding van de Dag van de Zorglandbouw op 21 april 2009. De dag was door de Taskforce Multifuntionele Landbouw opgezet. Op de blog van Guus.net worden een aantal deelnemers gevolgd door Dorine Ruter, waaronder Pieter Seuneke van onze leerstoelgroep Rurale Sociologie. Pieter werkt op het project ‘Dynamiek en Robuustheid van Multifunctionele Landbouw‘, waarover al eerder is bericht in een blog.