PUREFOOD research and training network

The Rural Sociology Group has been granted the coordination of a Marie Curie Initial Training Network  entitled ‘Urban, peri-urban and regional food dynamics: toward an integrated and territorial approach to food (PUREFOOD)’ funded by the European Commission’s Seventh Framework PEOPLE program. The PUREFOOD research and training programme aims to reduce the enormous knowledge and skills deficit that is negatively affecting the capacity to design and deliver appropriate political and developmental solutions in the crucial supra-disciplinary fields of food security, public food procurement, public health and sustainable urban and regional development. Hence, the objective of PUREFOOD is to train a pool of 12 early-stage researchers (ESRs) in the socio-economic and socio-spatial dynamics of the (peri-)urban and regional foodscape. The research and training program will therefore provide knowledge and innovation for the Commission’s aim to deal with economic, social and environmental policies in “mutually reinforcing ways” which reflects the core of the Lisbon and Gothenburg agenda’s call for integrated solutions towards economic prosperity, social cohesion and environmental sustainability. The PUREFOOD network is centred around food as an integrated and territorial mode of governance and studies the emergence of the (peri-)urban foodscape as an alternative (as opposed to a globalised) geography of food, including the ways in which, and the extent to which, sustainability aspects generally considered to be intrinsic to the alternative food geography are incorporated by the more conventional food companies.

The PUREFOOD Initial Training Network consists of 7  university partners who will each host one or more ESRs:

  1. Wageningen University Rural Sociology Group (The Netherlands)
  2. Cardiff University School of City and Regional Planning (United Kingdom)
  3. Pisa University Department of Agronomy and Agro-ecosystem Management (Italy)
  4. Latvia University Faculty of Social Sciences (Latvia)
  5. City University London Centre for Food Policy (United Kingdom)
  6. Federal University of Rio Grande do Sul Postgraduate Program in Rural Development (Brazil)
  7. Makerere University School of Public Health Department of Community Health and Behavioural Sciences (Uganda)

In addition to these universities as full consortium partners, the PUREFOOD network consists of 8 associated partners, a combination of private firms, public authorities and civil society organisations:

  1. Peri-Urban Regions Platform Europe (PURPLE)
  2. Sustainable Agriculture Initiative (SAI) Platform
  3. Sodexo UK
  4. Willem&Drees
  5. Slow Food Study Center
  6. Stroom Den Haag
  7. Sustain – the alliance for better food and farming
  8. Tukums municipality

The associated partners will contribute to the PUREFOOD training program by contributing to courses, participating in Communities of Practice and by hosting ESRs for a secondment. The active involvement of these associated partners is also of great importance for safeguarding the practical applicability of scientific research in the commercial, public as well as civic realm and for the dissemination of results.

The seven universities have opened (or soon will open) vacancies for 12 early-stage research positions. The launch of the vacancies has been announced on this weblog. As of now the PUREFOOD vacancy brochure with information about ESR projects, eligibility criteria, contact persons for additional information and addresses for submitting applications is available. For potential prospective ESRs an information pack has been compiled with information about the PUREFOOD research and training programme, the individual ESR projects, the timeline of the project and short descriptions of the full and associated consortium partners.

Cursus ‘Voedsel en Stedelijke Ontwikkeling’

Op 29 en 30 november 2010 en 24 januari 2011 verzorgen Carolyn Steel en ik voor Wageningen Business School een cursus over de relatie tussen voedsel en stedelijke ontwikkeling. Deze cursus is toegankelijk voor een breed publiek: beleidsmakers, architecten, landschapsarchitecten, stedelijk ontwerpers, eco-ontwerpers, docenten en mensen die in de landbouw, voedingsmiddelen- of gezondheidsindustrie werken. Daarnaast is iedereen die geïnteresseerd is in duurzame (stedelijke) ontwikkeling van harte welkom.

De aanleiding voor deze cursus is gelegen in de trend van bevolkingsgroei en voortschrijdende verstedelijking en het daarmee samenhangende spectrum aan sociale, economische en ecologische uitdagingen. Klimaatverandering, slinkende olie voorraden en het uitputten van natuurlijke hulpbronnen, gecombineerd met sociale kwesties als armoede, honger en obesitas, vormen de achtergrond voor complexe beleids- en planningsvraagstukken. De verbindende vraag in deze is hoe steden in de toekomst te voeden op een rechtvaardige en duurzame manier.

Als de toekomst inderdaad verstedelijkt is, moeten we dringend (her)definiëren wat dit inhoudt. Huidige aannames over verstedelijking, ontstaan in een tijd die voornamelijk ruraal was, zijn verouderd. We hebben een nieuwe visie nodig op steden en de relatie die zij hebben met het platteland dat hen moet voeden. Als wijzelf en onze toekomstige generaties “goed” willen kunnen leven, moeten we nieuwe inzichten ontwikkelen met betrekking tot wonen, ontwerpen en samenwerkingsverbanden. Hoe we dat moeten doen, is de kern van deze cursus.

Deze cursus is gebaseerd op en geïnspireerd door het boek Hungry City van Carolyn Steel. Hierin analyseert ze stedelijke ontwikkeling vanuit het perspectief van voedsel. Voedsel is de verbindende factor tussen tal van stedelijke uitdagingen, variërend van de ecologische footprint en klimaatverandering tot welzijn en gezondheidsvraagstukken. Door de verbinding met voedsel zichtbaar te maken, krijgen planners en beleidsmakers een middel in handen om hun aanpak te herdefiniëren en deze meer toe te spitsen op een duurzame stedelijke en rurale ontwikkeling. Cursisten leren door dit perspectief de relatie te zien tussen voedsel en verschillende publieke domeinen. Door deze relatie te begrijpen, wordt inzicht verkregen in de kwaliteit van beleid, in de samenhang van beleidsterreinen en in de verbanden tussen lokale en globale kwesties. Cursisten leren werken in multi-disciplinaire teams, waarbij voedsel als gemeenschappelijke taal en verbindende factor gebruikt.

Klik op de volgende links om je in te schrijven of om de cursusfolder te downloaden.

Afstudeerscriptie Alternative Food Geography Amersfoort

Waar komt ons voedsel eigenlijk vandaan? Steeds meer consumenten stellen die vraag en gaan op zoek naar alternatieven wanneer zij niet tevreden zijn met de gangbare antwoorden. Steeds meer steden zijn ook bezig met dit vraagstuk. Het besef dringt door dat veel autokilometers te maken hebben met supermarkt bezoek, dat ons eetpatroon te maken heeft met hoe we ons verhouden tot voedsel, dat eten en koken het wijkwerk ondersteunt, dat stadslandbouw meer dan één publieke functie kan vervullen. Vaak ontbreekt veel kennis over hoe de stad zich tot haar dagelijkse maaltijd verhoudt. Zo ook in Amersfoort. Een succesvolle brainstormbijeenkomst op 17 juni jl (zie eerder blog) door enkele initiatiefnemers (o.a. Transition Town Amersfoort) heeft het stadsbestuur geinteresseerd. Wellicht is de eerste stap gezet naar een Amersfoortse voedselstrategie. Een voedselstrategie

“richt zich op het totale complexe voedselsysteem dat dagelijks voorziet in de behoeften van een regio. Dit voedselsysteem omvat primaire productie, transport, verwerking, opslag en distributie, verkoop en marketing, restverwerking en dienstverlening en maakt deel uit van wereldwijde netwerken.” Cleo van Rijk, Startdocument CoP voedselstrategie voor gemeenten 2010.

DE VRAAG:

De initiatiefnemers in Amersfoort zijn in het kader van de ontwikkeling van een Amersfoortse Voedselstrategie op zoek naar afstudeerstudenten die alle uitingen van alternatieve vormen binnen alle facetten van dit complexe voedselsysteem in kaart willen brengen. Dus ontwikkelt zich in Amersfoort een alternatief voedsel netwerk? En zo ja, wie zijn de spelers, wat zijn de hoeveelheden, waar vindt het plaats en wat zijn de kenmerken?

Historisch Amersfoort

Ben je geinteresseerd? Neem dan contact op met Edgar van Groningen voor meer informatie. Email: edgarvangroningen@gmail.com

 

Boeren buitenspel gezet – Inspraak en onvrede in Restveen en Groene Waterparel

Door Reinier van der Starre, MSc student

Het melkveehouderij/akkerbouw bedrijf van mijn familie in de Wieringermeer wordt bedreigd door de  planvorming voor het Wieringerrandmeer. Dit proces volg ik dus al jaren van dichtbij. Wat mij opgevallen is, is dat mijn familie maar ook andere boeren in de omgeving zeer gefrustreerd zijn geraakt tijdens dit planvormingproces. Hierbij is men wel in contact met overheden, maar is de beeldvorming over de overheden zeer negatief. De vraag, die hierbij altijd in mijn achterhoofd speelt is: “waar komt die onvrede vandaan?” en “gaat het in andere gebieden ook zo?”.

Tijdens mijn studie Management of Agro- Ecological Knowlegde and Social Change (Maks) probeer je te begrijpen, waarom en hoe veranderingen tot stand komen en wat die veranderingen tot gevolg hebben. Het afstuderen was voor mij dan ook een unieke kans om uit te zoeken, waar die onvrede in genoemde planvormingsprocessen uit voortkomt. In samenwerking met Alterra heb ik de oorzaak van de onvrede in het gebied Restveen en Groene Waterparel in de Zuidplaspolder onderzocht.

De Zuidplaspolder is in de vijfde Nota Ruimtelijke Ordening aangewezen als ontwikkelingsgebied voor woning en glastuinbouw. Onder leiding van de provincie Zuid-Holland heeft de bestuurlijke werkgroep bestaande uit 23 partijen zoals; overheidspartijen, maatschappelijk organisaties en belangenbehartigers, de ontwikkelingsopgave verder uitgewerkt. Dit heeft er toe geleid, dat de op het veen gelegen zuidelijke deelgebieden Restveen en Groene Waterparel gedeeltelijk bestemd zijn voor natuur. Momenteel zijn er echter nog een aantal grondgebonden veehouderijbedrijven actief, die ontevreden zijn over de genoemde ontwikkelingen.

In dit onderzoek zijn de bronnen van onvrede van de boeren in het Restveen en Groene Waterparel onderzocht. Dit is gedaan door middel van een deskstudie van de verschillende beleidsdocumenten en daarnaast hebben er interviews plaats gevonden met de betrokken boeren, overheidsinstanties, belangenbehartigers en andere betrokkenen. De bronnen van onvrede zijn onderzocht door de beeldvorming over het planvormingproces, de wisselwerking tussen de regionale partijen en de boeren en de wijze van grondverwerving te analyseren. Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende punten de bron zijn van de onvrede bij de boeren:

  1. Het feit dat de agrarische functie niet meer leidend is in het gebied.
  2. De overheid de verwachting schept dat de boeren nog invloed kunnen uitoefenen op het planvormingproces. Maar dat inspraak een illusie is.
  3. De boeren voelen zich niet vertegenwoordigd door de LTO in de bestuurlijke werkgroep.
  4. De overheid maakt in de ogen van de boeren misbruik van wet en regelgeving bij de verwerving van de grond.
  5. De overheid biedt in de ogen van de boeren geen redelijk vergoeding voor de grond gebouwen, die zij nodig heeft voor de planontwikkeling

Kortom de boeren voelen zich buitenspel gezet. 

U kunt hier klikken voor een volledige versie van mijn MSc-thesis ‘Boeren buitenspel gezet: Inspraak en onvrede in Restveen en Groene Waterparel’

The Black Gold

Last week, students of the course ‘Agrarische en rurale ontwikkeling, sociologische perspectieven’  had two days of excursions and could choose from 4 different excursions to see different models of multifunctionality and institutional arrangements in farming (see Birgit’s blog about a different excursion). With our group, we visited the Stadsboerderij Almere and the nearby Zonnehoeve in Zeewolde. Both farms have different other activities related to farming, such as school education, cattle in nature reserves, home sales of products, relations with care institutes.

Both are also organic farms, or better; bio-dynamic farms, which goes a step further in closing the nutrient cycle than organic farming. The nutrient cycle turned out to be the key to understanding the multifunctionality of these farms. At the very core of it all was what Tineke called ‘the black gold’; good quality manure, the essential ingredient for a healthy and productive farm without dependence on external input.

To illustrate her point, she took a handful of manure from last year and encouraged students to smell it. Hesitantly a few did. To their surprise it did not smell bad. The mixture of straw, urine and feces of the beef cattle was far into the composting process. It smelled more like soil than like shit….

At the Zonnehoeve they heard again about the importance of building soil. Piet told many unusual stories which illustrated that building soil is quite literally building a resilient farm. He showed his long list of activities in which he diversified which dazzled the students (amongst others, a bakery, permanent housing for caretakers, facilities for therapy with horses, internet shop). But starting with his dairy herd, he emphasised the importance of  Tineke’s ‘black gold’ too.

The centrality of the herd in the farming philosophy of both the Stadsboerderij and the Zonnehoeve, illustrates very well the theoretical framework which the students had learned in class (see Ploeg et al 2003). Grounding the farm in this vital resource  for a healthy nutrient cycle, both farmers deepened their farm strategy by shortening the supply chain whilst delivering high quality organic produce and from that solid base they broadened their farm with new additional functions. Tineke explained this by showing her ‘black gold’, which had brought good economic revenue of their core activity; producing food (e.g. onion, pies, carrots) which made it possible to invest in an entire new facility consisting of a farm-house and barn for a further expansion into care farming.