De reguliere versmarkten in Nederland; vergeet ze niet!

Door Cleo van Rijk

Markt Breda

Mijn afstudeeronderzoek naar de voedselketen van de Brabantse versmarkten is ontstaan door de vraag of het niet mogelijk is om de bestaande versmarkten te verduurzamen, in plaats van bijvoorbeeld overal boerenmarkten op te zetten. De reguliere versmarkten Nederland zijn nauwelijks onderzocht waardoor het potentieel ervan ook niet bekend is. Daarom heb ik de versmarkten onderzocht van de vier grootste Brabantse steden: ’s-Hertogenbosch, Breda, Tilburg en Eindhoven. Dit heeft tot zeer verrassende resultaten geleid.

Ondanks de tegenbeweging van alternatief is de scheiding tussen conventioneel en alternatief in de werkelijkheid niet zo zwart en wit (Sonnino & Marsden, 2006). Daarom is het van belang om naar specifieke aspecten te kijken binnen beide systemen. Het overgrote deel van het voedselsysteem is conventioneel en daarom is het interessant om ook naar het potentieel hiervan te kijken. Alternatieve voedselnetwerken zijn veel onderzocht, maar er is echter weinig onderzoek gedaan naar lokaal voedsel en korte ketens binnen supermarkten en versmarkten als onderdeel van het conventionele voedselsysteem. Vooral versmarkten wordt grotendeels vergeten. Daarnaast staat de versmarkt, als belangrijke bron van vers voedsel in Nederland, onder druk. Markten hebben het de laatste jaren in heel het land moeilijker gekregen, waarop er nu steeds meer naar oplossingen wordt gezocht. Een focus op duurzaam voedsel kan mogelijk een uitkomst bieden. Supermarktketens zijn machtige organisaties die al sterk bezig zijn om de consument voor zich te winnen doormiddel van biologische en streekproducten. Bij versmarkten is er nog weinig veranderd en ook weinig bekend over deze voedselketen, terwijl er in vrijwel elke stad en dorp een markt is. Door gebrek aan inzicht wordt er niets gedaan om de versmarkt in te zetten als mogelijke vehikel voor duurzame ontwikkeling. Daarom is het belangrijk om inzicht te krijgen in de situatie van conventionele versmarkten.

De hoofdvraag van dit onderzoek is: Hoe ziet de voedselketen van de reguliere versmarkten van de vier grootste Brabantse steden eruit en in hoeverre is er potentieel voor een grotere regionale verankering?

Het aandeel regionaal voedsel is groter dan verwacht, namelijk 13 van de 27 geïnterviewde kooplieden in AGF (groente & fruit) haalt een gedeelte van hun producten uit eigen tuin en/of direct van een boer. Als men de veiling meetelt dan is dit 18 van de 27 AGF-kooplieden. Maar het grootste deel van de producten (59% van het totaal) komt van groothandels, producten die overal vandaan komen. Het aandeel regionaal voedsel in AGF is per stad zeer verschillend. Kaas wordt niet specifiek regionaal ingekocht. Wel wordt er een groeiend aandeel in biologische kaas ingekocht. Poeliers verkopen Nederlandse kip van de gangbare vleeskuikenhouderijen en wordt direct van de slachterij ingekocht waarna ze het zelf verwerken. Men heeft een groeiend aandeel biologisch vlees in het assortiment en in het jachtseizoen wordt wild verkocht, welke direct van lokale jagers afkomt. De vis wordt veelal bij groothandels ingekocht. Hierbij wordt niet veel aandacht besteed aan het MSC-label, maar let men vaak wel op de paringsseizoenen van vissen, voor duurzame ontwikkeling.

De voedselketen van de Brabantse versmarkten bevat zowel conventionele en alternatieve aspecten. De stelling van Marsden en Sonnino (2006) dat er geen scherpe scheiding is tussen ‘alternatief’ en ‘gangbaar’ wordt hiermee bevestigt. De versmarkten zijn niet geheel conventioneel en niet geheel alternatief. De alternatieve aspecten zijn echter niet goed zichtbaar, omdat de kooplieden er niet bewust mee bezig zijn. De versmarkt heeft alternatieve aspecten zoals lokale producten, regionale producten, sterke sociale verbindingen en weinig voedselverspilling. De alternatieve aspecten worden vooral bevorderd door klantenvraag, kwaliteitseisen van de kooplieden zelf en onderliggende tradities bij de marktkooplieden. Ook vertrouwen speelt hierin een grote rol.

De markt is verankerd, vooral in sociaal en cultureel opzicht, maar ook in territoriale en ecologische verankering. De markt biedt veel potentie voor het vergroten van de verankering, maar is onzichtbaar in de huidige discussie over de regionalisering en verduurzaming van voedselsystemen.

Voor meer informatie: klik hier voor het volledige rapport.

Video explaining design of Garden city Vreewijk (in Dutch)

Het Portaal, a socially engaged communication advice bureau in Rotterdam, just released a video explaining the making of the garden city Vreewijk in Rotterdam.

Architecture historian Marinke Steenhuis explains the background of the garden city concept and comments on the design of Tuindorp Vreewijk, the first realisation of this concept in The Netherlands. Garden cities were an enlightened response to the deplorable living conditions of factory workers during the early stages of industrialisation. Workers were supposed to live in well designed but efficiently built houses, in blocks with thoughtfully located backyard gardens and communal green spaces. They were supposed to grow their own vegetables and children could play in public green areas, where once there were meadows and cows on the Isle of Ijsselmonde, at the left bank of the river Maas.   

Prive (moes)tuinen en gemeenschappelijk groen

Het Portaal developed a project, sponsored by building society Com.Wonen, to produce a whole series of videos about the transformation of Vreewijk, a much debated subject as there are widely differing views on how this prachtwijk (beautiful district) of Rotterdam needs to be retrofitted to face the challenges of the 21 first century.

Eetvervreemding

‘We weten niet meer wat er in al die pakjes en zakjes zit maar voeden graag onze verbeelding met een geidealiseerd beeld van hoe ons voedsel groeit en geproduceerd wordt’, lees ik in één van de essays in Kost, nieuwe gezichten op eten. Daarvan vond ik recent een mooi voorbeeld. Want als een stier het lef heeft dwars door dat beeld te lopen ontstaat grote consternatie. De wildebras wist half november te ontspannen uit een slachthuis in Arnhem en stoof woest door de stad totdat hij verdoofd en gevangen werd.

Ot en Sien

Binnen no time had de stier een actiegroep die hem wilde redden. 41 landelijke en regionale krantebrichten later is de stier inderdaad geadopteerd door een ‘boerderij voor ontsnapte dieren’. Nog een paar kranteartikelen verder is hij toch afgemaakt. Hij bleek nog meer driftbuien te hebben en was als opstandige puber niet handhaafbaar.

Mary Douglas beschrijft in Purity and Danger mooi wat hier gebeurt met haar concept ‘anomaly’. Een abnormaliteit is een item dat niet binnen een gegeven serie of set past. Het is ‘matter out of place’. In ons verstedelijkte brein is de categorie ‘landbouwhuisdier’ aan het verdwijnen. We houden daarmee nog twee categorieen over, (huis)dier en vlees, nu volstrekt van elkaar gescheiden.

Zo gauw een normaliter anoniem landbouwhuisdier zichzelf zichtbaar maakt ontstaat een abnormale situatie. Als (huis)dier moet hij gered worden, de lapjes van zijn anonieme broertjes mogen op ons bord verschijnen als vlees.

Verandering van spijs doet eten (2)

Een centraal begrip in de literatuur over ‘alternatieve voedselnetwerken’ (zoals groentepakketten of boerenmarkten) is ‘verankering’. Binnen de nieuwe vormen van verkoop vindt verankering plaats in lokale ketens, sociale netwerken en ecologisch bewustzijn. Alternatief in tegenstelling tot gangbaar waar de supermarkt gericht is op anonimiteit/inwisselbaarheid van ingredienten, communcatie via labels, standaard beschikbaarheid ongeacht seizoen en zwijgt over onzichtbare milieukosten. Waar bevindt de Nederlandse versmarkt zich eigenlijk in dit soms zwart/wit debat?

Farmers Market Des Moines US

Cleo van Rijk onderzocht de centrale versmarkten in de vier grootste Brabantse steden en kwam tot opmerkelijke ontdekkingen. Ze bevestigt de stelling van Marsden en Sonnino (2006) dat er geen scherpe scheiding is tussen ‘alternatief’ en ‘gangbaar’. Maar de versmarkt, zo blijkt, heeft een heel eigen logica met elementen van beide.

Overal in Nederland staan de versmarkten onder druk, het marktaandeel van de ambulante handel neemt elk jaar af. Het onderzoek laat zien dat de eigen logica van de versmarkt verrassend goed past bij het soort verankering waar alternatieve netwerken naar streven. Veel van deze verankering is echter nog niet als zodanig herkend en zichtbaar gemaakt.

Na de ontdekking van de moestuin wordt het tijd de traditionele versmarkt te integreren in het nieuwe denken over voedsel. Elke gemeente die bezig wil met een stedelijke voedselstrategie (en van daaruit wellicht een boerenmarkt overweegt) kan haar versmarkten niet buiten beschouwing laten.

Cleo’s onderzoek komt in Januari beschikbaar.

Verandering van spijs doet eten (1)

Eindelijk tijd voor allerlei niet-urgente boeken. En voor de catalogus voor het nieuwe moestuinseizoen. Ik lees in ‘Kost, nieuwe gezichten op eten’ over de herontdekking van de moestuin. Niet door moestuinierders, vele complexen zijn decennia oud. Maar door ‘cultuurmakers’. Zij ‘nemen het gangbare denken in onze samenleving niet voor lief’.

In gangbare stadsplanning was ‘t moestuincomplex tot voor kort een rafelig en rommelig stuk groen, bij uitstek verbannen naar ‘overgebleven’ stukjes stad zoals vanuit de trein goed te zien is. Zonder overkoepelend ontwerp en beheersplan een doorn in ‘t oog van menig landschapsarchitect of planner. Binnen ‘t nieuwe perspectief representeert een volkstuinencomplex ‘diversiteit’ zowel bio als cultureel.

Moestuinierders worden achteraf ingevoegd in het ‘locavore’ denken; zij weten immers nog waar hun eten vandaan komt en reduceren voedselkilometers nogal drastisch met de fiets. Een groot deel van de moestuinierders ontgaat deze ‘post-fitting‘. Zij zijn niet bezig met ‘heirloom’ zaden, biodiversiteit of eetbaar onkruid maar met gangbaar tuinieren; monocultuur op postzegel formaat. De biodiverse – lees rommelige – tuin van de buurman is hén een doorn in het oog.

Het is een goede zaak dat cultuurmakers inclusief beleidsmakers en stadsplanners nieuwe belangstelling hebben voor moestuinen. Zijn we zelfs het post-moderne falliet van die ene waarheid voorbij? Duizend bloemen bloeien en maken samen een groot verhaal.