Ook puber op platteland heeft veel problemen – onderzoek UMCG

Uit een onderzoek van Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), waarover wordt bericht op de website Zorg en Welzijn,  blijkt dat jonge pubers in achterstandsgebieden bijna tweemaal zo vaak gedragsproblemen hebben als leeftijdgenoten in welvarende regio’s. En daarbij maakt het niet uit of iemand in de stad of op het platteland woont. Alleen is er voor probleemjeugd op het platteland nauwelijks aandacht.  Hieronder een deel van het bericht door José van der Waerden:

Wapens

Dat ook op het platteland gedragsproblemen vooral voorkomen in achterstandsgebieden, kwam voor de onderzoekers niet uit de lucht vallen, erkent onderzoeksleider Menno Reijneveld. ‘Vooraf hadden we daar al wel een “basisgevoel” over, vanuit gesprekken met hulp- en zorgverleners. Dat de problemen even groot zouden zijn als in steden, hadden we niet verwacht. Agressief en delinquent gedrag blijkt even vaak voor te komen in Amsterdam-West als in Oost-Groningen.’

De getoetste gedragsproblemen beslaan een breed gebied: van liegen, pesten en zwartrijden tot vechten, heling en dreigen met wapens. Omdat elke puber wel eens problematisch gedrag vertoont, gaan de vragenlijsten uit van een ‘norm’. Kinderen die erboven zitten, vallen in de categorie met ‘gedragsproblemen’. De onderzoeksuitkomsten laten zien dat in achterstandsgebieden 14 procent van de jeugd boven de norm zit. In welvarende gebieden is dat 7,5 procent. Die verschillen zijn voor jongens en meisjes vrijwel gelijk.

Voor meer zie het bericht op Zorg en Welzijn.

Kennis arrangeren voor gebiedsontwikkeling II – verslag vanuit de gebieden

In een eerdere post is al bericht over een verkenning van regionale kennisarrangementen. Van de bevindingen is verslag gedaan in het LEI-rapport “De werkvloer van een Kennisnetwerk Vitaal Platteland; kennis maken met regionale kennisarrangementen’. Het eindigt met aanbevelingen hoe het samen leren doen in en tussen gebieden kan worden bevorderd en ondersteund vanuit beleid en kennisinstellingen met kennisarrangementen. 

In opdracht van LNV is inmiddels voor vijftien gebieden een overzicht gemaakt van ambities, afspraken en behoefte aan ondersteuning bij het inzetten van onderwijs, onderzoek en advies voor gebiedsontwikkeling. De uitkomsten zijn op 6 oktober 2009 met de vijftien gebieden besproken. Van de inventarisatie en de uitwisseling tussen de betrokken gebieden wordt verslag gedaan in ‘Regionale kennisarrangementen; verslag quick scan en kennisdag.

De bedoeling is dat deze vijftien gebieden het voortouw nemen bij het opzetten van kennisarrangementen die het leren doen in en tussen gebieden moeten bevorderen. Ze kunnen daarbij rekenen op ondersteuning van o.a. Netwerk Platteland, Wageningen UR en de Groene Kennis Coöperatie (m.n. Programma Regionale Transitie).

Brochure over stadslandbouw van Wageningen UR

Binnen Wageningen UR krijgt stadslandbouw steeds meer aandacht en profiel. In een recente brochure  wordt vanuit Wageningen UR een visie gegeven op het concept stadslandbouw, de betekenis voor de stad, de bijdrage van stadslandbouw aan duurzaamheid en de belangrijkste uitdagingen. Ook beschrijft de brochure een flink aantal lopende en al afgesloten projecten op het gebied van stadslandbouw. Zie voor meer informatie een bericht op de WUR-website (www.syscope.wur.nl)  over onderzoek naar systeeminnovatie die moeten bijdragen aan transtie naar duurzame landbouw en vitaal platteland.

Zoals uit eerdere blogs al is gebleken profileert Rurale Sociologie zich ook op het terrein van stadslandbouw. Zo komt Jan Willem van der Schans (Jan-Willem.vanderschans@wur.nl), werkzaam bij het LEI en mede-initiatiefnemer van Eetbaar Rotterdam, met ingang van 1 december onze groep versterken.

Afstudeermogelijkheid: kritische succesfactoren zorglandbouw

zorglandbouw1

source: guusnet.wordpress.com

Het aantal zorgboerderijen is sinds eind jaren 90 spectaculair toegenomen van 75 tot ongeveer 900. Toch gaat het opstarten van de zorgtak lang niet altijd gemakkelijk. Initiatiefnemers  lopen b.v. aan tegen belemmerende regelgeving, desinteresse vanuit de zorg, of onvoldoende vraag van cliënten. Sommige initiatiefnemers zien desondanks mogelijkheden de zorgboerderij tot een succes te maken. Anderen lukt dit niet.

In dit studentenproject gaan we de ontwikkeling van succesvolle en minder succesvolle initiatieven op gebied van landbouw en zorg analyseren. We analyseren in hoeverre de mate van succes bepaald wordt door ondernemerschapscompetenties van de initiatiefnemers en het vermogen te schakelen tussen de landbouw- en de zorgsector.

Activiteiten:
  1. Selecteren van zorgboerderijen
  2. Interviewen van zorgboeren
  3. Analyseren van de interviews en koppelen met theoretisch kader
  4. Formuleren van aanbevelingen voor de sector landbouw en zorg
zorglandbouw

source:www.stkinderboerderijen.nl

Voor meer informatie:
 Jan Hassink

Plant Research International

0317 480576

Jan.hassink@wur.nl

Bettina Bock

Rurale Sociologie

0317 483275

Bettina.Bock@wur.nl

 

Can farmers inform policy about multifunctional agriculture?

By Leonardo van den Berg (MSc. student International Development Studies, Wageningen University) & Klarien Klingen (graduate International Land and Water Management, Wageningen University).

On the 8th of October we participated in the mini-conference about multifunctional agriculture organized by the Rural Sociology Group. We would like to share some thoughts about the conference and relate them to our thesis research experiences in Brazil.

Gianluca Brunori spoke of the benefits of multifunctionality in Tuscany. Here, farms are not merely production spaces rather:

  • Educational sites where children learn about biodiversity and breeds of animals.
  • Sites where farmers are community leaders and negotiate with public institutions.
  • Sites where food quality is negotiated with consumers and subsequently created. This not only entails consumers’ feedback on wine but also farmers educating consumers on what other parts of a cow are edible.

These thoughts turn past and present public concerns of educating farmers upside down and coincide with our thesis experiences in Brazil, where we studied a movement of innovative peasants. Here, farmers refused to be assigned a role as a poor class and instead re-established their role as experts over production, consumption and the environment. Their knowledge, farming systems, and achievements surprised social and natural scientists.

Roberta Sonnino and Katrina Rønningen focused on state policies. Sonnino criticised the little support UK policy grants to multifunctional agriculture. She argues that the UK equates best value with low costs. The few developments in multifunctional agriculture have occurred despite rather than thanks of state action. An exception is the Scottish case where an increase in organic and locally produced school meals gained €150.000 of regional revenues. Rønningen showed us another picture: in Norway multifunctionality has been embedded in society for a long time. She says it started with market demand and that it is now supported by policy: the government aims at having 20% of the food locally produced by the year 2020. Farming as a profession is highly appreciated by the public: farmers are seen as managers of cultural heritage and as producers of healthy food.

Two things struck us about these two cases. First, the UK case shows how difficult it is to penetrate the neo-liberal armour that defines not only political but also much of our own rationality. Policies are often perceived as an obstacle rather than as enabling factors. It was this hostile context in which Brazilian peasants operated. Through diversification, agroecology, and community forms of exchange these peasants have increased their autonomy enabling them to pursue their own values. Second, the case of Norway gives us a taste of the role public policies could play in the valorisation of farmers as (re)producers of healthy food, nature, landscape, biodiversity, and public health. That most governments are lacking this is no secret, even according to a market oriented, middle size farmer in our research area:

I could fence a water source, buy some wire and provide some poles. If it were more, how do you say; all this imprisonment of all that is commerce, if it were more humane, looked more at the human side, I think there would be more left and all of society would gain from this (interview November 2009).

In short: we would argue that that the lessons from the third world should not be underestimated. Our experience learns that some of these cases may be running well ahead of theory and policy practice.