Stages; Opzetten van buurtmoestuin in Tilburg

De gemeenteraad van Tilburg heeft ingestemd met het initiatief voor het opzetten van  buurtmoestuinen. Om dit te verwezenlijken zullen Brabantse Milieufederatie en welzijnsorganisatie Twern in samenwerking met de gemeente Tilburg en andere organisaties dit project gaan trekken. De BMF en Twern zullen de leiding hebben over dit project, maar er zal wel nauw samengewerkt worden met de andere partijen.

De Brabantse Milieufederatie is een onafhankelijke belangenbehartiger voor natuur,  landschap en milieu in de provincie Noord-Brabant. De Twern is een welzijnsorganisatie die maatschappelijke diensten levert.

Stage mogelijkheid 1:
Buurtmoestuinen kennen vele positieve effecten voor de buurt en het milieu. Het is de bedoeling dat de stagiair het veld in gaat en dit project realiseert. Beide organisaties beschikken over de nodige contacten en netwerken waar de stagiair volop gebruik van kan maken. Het is de bedoeling dat er uiteindelijk minstens 1 buurtmoestuin is opgestart en dat de organisatie voor de andere buurtmoestuinen in gang is gezet.

Stagemogelijkheid 2:
De gemeenteraad van Tilburg heeft al ingestemd op dit initiatief, maar de BMF en  Twern willen dit ook graag in andere gemeentes van Noord-Brabant gaan realiseren. Andere gemeentes zover krijgen en begeleiden bij het opzetten van buurtmoestuinen is een andere stage mogelijkheid.

Zij zoeken naar een enthousiast iemand die in staat is zelfstandig te werken, doorzettingsvermogen heeft, goed kan organiseren en initiatief nemend is.  Zij bieden een uitdagende leerplek, waarin veel ruimte wordt geboden voor eigen inbreng en wensen.

Looptijd is ongeveer 5 maanden voor de verschillende opdrachten en tot 1 jaar voor de combinatie.

Meer info bij Petra.derkzen@wur.nl of rechtstreeks bij:

John Vermeer
E-mail: john.vermeer@bmf.antenna.nl
Telefoon: 013-5356225 | 06-12579879
Karlijn Verschuren,
E-mail: karlijnverschuren@noord.twern.nl
Telefoon: 013-4553800

Gastronomie en eetindustrie

Deze periode wordt voor het eerst het vak Food Culture and Customs gegeven. Het vak is ontwikkeld voor studenten Food Technology en in het bijzonder voor studenten die binnen deze opleiding gekozen hebben voor de nieuwe specialisatie Gastronomy. De 24 studenten die het vak volgen, komen echter ook van andere studierichtingen zoals Nutrition and Health.

De Master Gastronomy gaat over de voedseltechnologische kant van koken wat tot uitdrukking komt in vakken als ‘Moleculair Gastronomy’; koken op basis van kennis van de chemische transformatie van ingrediënten. Chemisch koken dus, op basis van bijvoorbeeld de verschillende componenten waaruit wijn bestaat, met als doel om verrassend nieuwe of meer verfijnde smaken te creëren.Het vak Food Culture and Customs, bekijkt eten en eetcultuur niet vanuit een technologische maar vanuit een sociologische invalshoek. Het gaat in het vak dus niet om de produkten an sich maar om de betekenis van voedsel in ons dagelijks leven, de sociale, culturele en religieuze functies van ons eten, de ethische aspecten verbonden aan voedsel. Maar ook over voedsel in relatie tot levensstijl en sociale klasse; gastronomie heeft tenslotte ook alles te maken met sociale positie en prestige.

Foto: Bart de Gouw

Gastronomie, in het gastcollege van Onno Kleyn gedefinieerd als ‘food as art’ wordt vaak in contrast gezet met de industrialisatie en massaproduktie van voedsel. Er zijn echter ook bedrijven die proberen het één en het ander te combineren. Hoe? Dat was de vraag voor de studenten tijdens een excursie afgelopen dinsdag naar Marfo in Lelystad. Marfo produceert klant en klare bevroren maaltijden voor o.a. vliegtuigmaatschappijen, bejaardentehuizen en het leger. Marfo combineert de culinaire kennis en gastronomische expertise onder leiding van topchef Pascal Jalhay met hoogwaardige productietechnologie. De studenten bestudeerden de vertaling van gastronomie voor de verschillende ‘markten’, elk groepje een andere markt. Hoe vindt de vertaling plaats, wanneer is nog sprake van gastronomie, voor welke markten lukt dit het beste? Zij presenteren hun resultaten morgen tijdens de les aan Harold Oldenbeuving, adjunct directeur Operations.

Romashki or a Life Less Ordinary, part 1

Thomas Macintyre is a MSc student enrolled in the Master International Development Studies. For his MSc thesis research he spent 3 months in an ecovillage in the Ukraine, to study everyday village life. Thomas’ post is the first of a series in which he shares his experiences of the “life less ordinary” he has lived for 3 months.

Imagine if you can a little village surrounded by forests beside a little lake. Squirrels play in trees amongst the woodpeckers, frogs play hide and seek with the cranes in the lake, and when the sun has set, the wild pigs come out to sniff and dig around the fields and gardens in the village, curious as ever as to see what is new.  Continue reading

Looking at organic+ activities and their perception by consumers in the rural web

Before I start writing about organic+ activities and consumers I would like to introduce myself.

My name is Corinna Feldmann and I study Organic Agriculture in my second year. I just finished my master thesis: ‘What does the consumer take up? – A case study on communication in the rural web around the dairy in Andeer’.

Everything started in late spring of 2009, when I decided that I would like to do my research on consumers and their opinion on producer’s activities which go beyond the minimum standards of organic regulations. So, I found my way to the Rural Sociology Group and met Bettina Bock. Doing some investigations on the internet I came across the first report of the EU Core Organic Project on Consumer Farmer Partnerships which deals with the identification of communication arguments used by small-scale farmers and producers who engage in organic+ activities. Thereupon I got into contact with the research institute for biological farming (FiBL) in Switzerland who is one of the partners in this EU project. In May I wrote my research proposal with the help of Heidrun Moschitz and Flurina Schneider from FiBL and Bettina Bock. The core of my research was to find out what aspects of the communication arguments consumers perceive as important. Continue reading

Kijk op en beleving van duurzame melkveehouderij door burgers

Vorig jaar is Birgit Boogaard (Birgit.Boogaard@wur.nl ) gepromoveerd op een studie naar de sociaal-culturele duurzaamheid van de duurzame melkveehouderij, haar volledige (engelstalige) proefschrift staat online op onze RSO- website (klik hier om te downloaden). Over haar vergelijkend onderzoek in Noorwegen en Nederland, waarbij ondermeer burgers melkveehouderij bedrijven bezoeken om hun kijk te geven op duurzaamheid aan de hand van wat ze zien en ervaren, zijn twee artikelen verschenen in vakbladen: ‘Met burgers de boer op‘ in Veeteelt (2 november 2009) en ‘Techniek volgens burger niet per se strijdig met natuur‘ in het Agrarisch Dagblad van 11 december 2009. Hieronder uit elk artikel een citaat:

Volgens Boogaard heeft de gemiddelde burger best begrip voor de dilemma’s waarmee de boer te maken heeft. Maar dat begrip ontstaat niet vanzelf, zeker niet door eenrichtingscommunicatie van boer naar burger. Burgers die op de een of andere manier nog een relatie hebben met het boerenbedrijf, blijken meer begrip op te brengen. Volgens Boogaard kan de veehouderij dat begrip in stand houden door burgers zo jong mogelijk – als ze nog op school zitten – in aanraking te laten komen met de veehouderij. ”En breng ze dan niet naar een kinderboerderij maar naar de echte boerderij.” Uit: AGD, 11 december 2009

‘Door de beperkte bezoeken aan een boerderij ontmoeten maar weinig burgers de boer en kennen zijn verhaal. In een gesprek met de veehouder vormt de burger een beeld. Een melkveehouder kan laten zien hoe hij voor zijn dieren zorgt en kan uitleg geven over bijvoorbeeld moderne ontwikkelingen zoals een koematras of een krachtvoerbox.’  Boogaard stelt voor te beginnen met onderwijs aan kinderen. ‘In Noorwegen gebeurt dit al succesvol. Op deze manier ben je problemen voor. Kinderen vormen zo zelf een beeld. Een campagne is eenrichtingsverkeer, dat is riskant. Toenadering bereik je niet door een campagne over mensen uit te storten. Structureel inzetten op voorlichting van schoolkinderen is maatschappelijke duurzaamheid voor de lange termijn.’ Uit Veeteelt, 2 november 2009.

Birgit Boogaard werkt deels bij Rurale Sociologie als universitair docent en deels bij Cluster Systeeminnovaties van Wageningen UR Livestock Research.