Looking at organic+ activities and their perception by consumers in the rural web

Before I start writing about organic+ activities and consumers I would like to introduce myself.

My name is Corinna Feldmann and I study Organic Agriculture in my second year. I just finished my master thesis: ‘What does the consumer take up? – A case study on communication in the rural web around the dairy in Andeer’.

Everything started in late spring of 2009, when I decided that I would like to do my research on consumers and their opinion on producer’s activities which go beyond the minimum standards of organic regulations. So, I found my way to the Rural Sociology Group and met Bettina Bock. Doing some investigations on the internet I came across the first report of the EU Core Organic Project on Consumer Farmer Partnerships which deals with the identification of communication arguments used by small-scale farmers and producers who engage in organic+ activities. Thereupon I got into contact with the research institute for biological farming (FiBL) in Switzerland who is one of the partners in this EU project. In May I wrote my research proposal with the help of Heidrun Moschitz and Flurina Schneider from FiBL and Bettina Bock. The core of my research was to find out what aspects of the communication arguments consumers perceive as important. Continue reading →

Kijk op en beleving van duurzame melkveehouderij door burgers

Vorig jaar is Birgit Boogaard (Birgit.Boogaard@wur.nl ) gepromoveerd op een studie naar de sociaal-culturele duurzaamheid van de duurzame melkveehouderij, haar volledige (engelstalige) proefschrift staat online op onze RSO- website (klik hier om te downloaden). Over haar vergelijkend onderzoek in Noorwegen en Nederland, waarbij ondermeer burgers melkveehouderij bedrijven bezoeken om hun kijk te geven op duurzaamheid aan de hand van wat ze zien en ervaren, zijn twee artikelen verschenen in vakbladen: ‘Met burgers de boer op‘ in Veeteelt (2 november 2009) en ‘Techniek volgens burger niet per se strijdig met natuur‘ in het Agrarisch Dagblad van 11 december 2009. Hieronder uit elk artikel een citaat:

Volgens Boogaard heeft de gemiddelde burger best begrip voor de dilemma’s waarmee de boer te maken heeft. Maar dat begrip ontstaat niet vanzelf, zeker niet door eenrichtingscommunicatie van boer naar burger. Burgers die op de een of andere manier nog een relatie hebben met het boerenbedrijf, blijken meer begrip op te brengen. Volgens Boogaard kan de veehouderij dat begrip in stand houden door burgers zo jong mogelijk – als ze nog op school zitten – in aanraking te laten komen met de veehouderij. ”En breng ze dan niet naar een kinderboerderij maar naar de echte boerderij.” Uit: AGD, 11 december 2009

‘Door de beperkte bezoeken aan een boerderij ontmoeten maar weinig burgers de boer en kennen zijn verhaal. In een gesprek met de veehouder vormt de burger een beeld. Een melkveehouder kan laten zien hoe hij voor zijn dieren zorgt en kan uitleg geven over bijvoorbeeld moderne ontwikkelingen zoals een koematras of een krachtvoerbox.’  Boogaard stelt voor te beginnen met onderwijs aan kinderen. ‘In Noorwegen gebeurt dit al succesvol. Op deze manier ben je problemen voor. Kinderen vormen zo zelf een beeld. Een campagne is eenrichtingsverkeer, dat is riskant. Toenadering bereik je niet door een campagne over mensen uit te storten. Structureel inzetten op voorlichting van schoolkinderen is maatschappelijke duurzaamheid voor de lange termijn.’ Uit Veeteelt, 2 november 2009.

Birgit Boogaard werkt deels bij Rurale Sociologie als universitair docent en deels bij Cluster Systeeminnovaties van Wageningen UR Livestock Research.

Sustainable Food Systems Education and Engagement in Detroit

Recently, in the process of writing an international research proposal, I had an email exchange with Dr. Kami Pothukuchi, Associate Professor in Urban Planning at the College of Liberal Arts and Sciences of Wayne State University. Dr. Pothukuchi is, together with Prof. Jerry Kaufman, one of the founders of food planning in the USA. She was the first to write about food as a stranger to the planning field in 2000 and is one of the authors of “Community and Regional Food Planning: A Policy Guide of the American Planning Association“. This policy guide was a major source of inspiration for organizing the first European Sustainable Food Conference under auspices of the AESOP.

In our email exchange Dr. Pothukuchi informed me that she has recently become director of SEED Wayne. SEED is the acronym for Sustainable food systems Education and Engagement in Detroit. 

SEED Wayne is dedicated to building sustainable food systems on the campus of Wayne State University and in Detroit communities. SEED Wayne works in partnership with community-based organizations promoting food security, urban agriculture, farm-to-institution, and food and fitness planning and policy development. SEED Wayne embraces core university functions in teaching, research, engagement and operations. 

I think SEED Wayne is a perfect example of the role a university can and should play in enhancing sustainable food systems as well as in creating a learning-by-doing environment for students in which close collaboration with local communities is an intrinsic part of university teaching and research. For those interested in SEED Wayne download the brochure or simply browse SEED Wayne’s website.

Vitaal Oldambt – film over bijdrage ondernemende vrouwen aan vitaal platteland

Wiebke Wellbrock berichtte al over netwerken van ondernemende vrouwen in Groningen, die door de Vereniging Groninger Dorpen worden ondersteund met een bijdrage vanuit een LEADER-gelden (Mit mekander), en in het bijzonder over het netwerk Wichterwest in het Westerkwartier en bijeenkomst van 8 december 2009.  Harry van Schokkenbroek heeft een mooie film gemaakt over ondernemende vrouwen in Oldambt en hun bijdrage aan een vitaal platteland. De film is te bekijken op de website www.h-schokkenbroek.nl/Film.html (in de map films 2009/2009).

Ook puber op platteland heeft veel problemen – onderzoek UMCG

Uit een onderzoek van Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), waarover wordt bericht op de website Zorg en Welzijn,  blijkt dat jonge pubers in achterstandsgebieden bijna tweemaal zo vaak gedragsproblemen hebben als leeftijdgenoten in welvarende regio’s. En daarbij maakt het niet uit of iemand in de stad of op het platteland woont. Alleen is er voor probleemjeugd op het platteland nauwelijks aandacht.  Hieronder een deel van het bericht door José van der Waerden:

Wapens

Dat ook op het platteland gedragsproblemen vooral voorkomen in achterstandsgebieden, kwam voor de onderzoekers niet uit de lucht vallen, erkent onderzoeksleider Menno Reijneveld. ‘Vooraf hadden we daar al wel een “basisgevoel” over, vanuit gesprekken met hulp- en zorgverleners. Dat de problemen even groot zouden zijn als in steden, hadden we niet verwacht. Agressief en delinquent gedrag blijkt even vaak voor te komen in Amsterdam-West als in Oost-Groningen.’

De getoetste gedragsproblemen beslaan een breed gebied: van liegen, pesten en zwartrijden tot vechten, heling en dreigen met wapens. Omdat elke puber wel eens problematisch gedrag vertoont, gaan de vragenlijsten uit van een ‘norm’. Kinderen die erboven zitten, vallen in de categorie met ‘gedragsproblemen’. De onderzoeksuitkomsten laten zien dat in achterstandsgebieden 14 procent van de jeugd boven de norm zit. In welvarende gebieden is dat 7,5 procent. Die verschillen zijn voor jongens en meisjes vrijwel gelijk.

Voor meer zie het bericht op Zorg en Welzijn.