Stichting SintJan is een bijzonder particulier initiatief uit Kloosterburen, gemeente De Marne, in de provincie Groningen. Het initiatief SintJan Kloosterburen is voortgekomen uit het traject ‘Korensantoverleg’ (1997-2000) en het ontwikkelen van de dorpsvisie Kloosterburen 2003.
In dit traject zijn burgers met kennis, inzicht en een grote maatschappelijke betrokkenheid bezig hun eigen leefomgeving vorm te geven. Wat SintJan vernieuwend maakt, is de integrale benadering die aan het plan ten grondslag ligt: de initiatiefnemers willen wonen, werken, zorg en cultuur zodanig in Kloosterburen borgen dat de leefbaarheid en vitaliteit van het dorp versterkt wordt.
Dergelijke vitale gemeenschappen en burgerinitiatieven krijgen steeds meer een cruciale rol te vervullen, juist ook in regio’s die te maken hebben met bevolkingsdaling (Breman, 2011). Waar de gemeente De Marne op dit moment nog ongeveer 11.000 inwoners kent, wijzen de prognoses uit dat dit aantal tussen nu en 2040 zal dalen naar ongeveer 8.000 (Gemeente De Marne, 2011a). Daarmee behoort de gemeente tot één van de sterkst krimpende gebieden in Noord Nederland. Behalve een krimpend aantal inwoners leidt dit ook tot een veranderende samenstelling van de bevolking (ontgroening en vergrijzing).
Hoewel het bewustzijn en de erkenning van de meerwaarde van dit soort burgerinitiatieven groeiende is, ook in de gemeente De Marne en de provincie Groningen (zie o.a. de visie op burgerparticipatie, Gemeente De Marne, 2011b) blijken er in de praktijk nog veel valkuilen en obstakels die de doorontwikkeling van burgerinitiatieven in de weg staan.
Wij zijn op zoek naar een student of een groep studenten die aan de slag gaat met ‘het verhaal van Kloosterburen’ in termen van ‘storytelling’ als aanpak. Vragen die daarbij aan de orde komen zijn:
‘Wat is de achtergrond / ontstaansgeschiedenis van dit initiatief?’, Hoe is het de afgelopen jaren verlopen? Wie heeft de kar getrokken op welk moment? (gedeeld leiderschap? , vitale coalities? Etc.), Wat zijn belangrijke mijlpalen of keerpunten. Wat is de spin-off van het initiatief (Wat is tot stand gekomen / bereikt? ) en hoe kijken diverse direct of indirect betrokken hier gedurende de tijd (op wellicht andere wijze) tegen aan?
BV Boerenverstand lanceert duurzaamheidscertificaat – beloning voor actieve bijdrage aan vergroenen van de landbouw
In de Nieuwe Oogst van 15 maart stond het bericht dat de Eurocommissaris van Landbouw Ciolos een officieel duurzaamheidscertificaat wil aanvaarden als bewijs van vergroening van de landbouw. Het stimuleren van een vergroening van de landbouw wordt bepleit bij de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Dit zal zijn weg moeten vinden via beleidsmaatregelen en wat als bewijs van vergroening zal worden aanvaard.
Dit is goed nieuws voor boeren die samen al geruime tijd hard werken aan het verduurzamen van hun bedrijfsvoering en voor die prestatie ook graag iets terug willen zien van de samenleving, al was het maar een erkenning van hun inspanningen, maar het liefst natuurlijk een geldelijke beloning of een ‘licence to produce’: hogere prijzen voor producten af boerderij, een vergoeding voor geleverde groene of blauwe diensten of een verruiming van productiemogelijkheden ter plekke.
Certificering van kringloopboeren: ‘green deal’
Een aantal van deze netwerken, zoals de ‘kringloopboeren’ (zie hiervoor www.duurzaamboerblijven.nl), zijn er helemaal klaar om te oogsten waar ze al jaren, en sommige al decennia, aan hebben gewerkt. Zo werkt BV Boerenverstand samen met boeren, overheden, kennisinstellingen en adviseurs aan een officiele certificering van duurzaamheid van kringloopbedrijven. Ze maken een green deal. De eerste certificaten worden uitgereikt vanaf 16 april aan boeren in diverse provincies en op 19 april vindt een officiele lancering van het duurzaamheidscerticifaat voor kringloopboeren plaats in Drachten. Hier wordt ook verslag van gedaan op Foodlog.
Vergroenen van de landbouw
Nu maar afwachten of de toezegging van Ciolos ook gestand wordt gedaan en hoe hier in Nederland mee om wordt gegaan, door staatssecretaris Bleeker voorop en de boerenorganisaties. Het lijkt een gouden kans, maar die moet nog wel verzilverd worden. De vraag is dan: hoe dat moet. En waar we met een vergroening van de landbouw naar toe willen. Is vergroenen slechts een ander woord voor verduurzamen? Is het vergroenen van de landbouw niet meer dan het het aanbrengen van een laagje groene vernis voor het oog? Daar lijkt het soms op neer te komen als je het debat over hervorming van het landbouwbeleid wat volgt. Vergroenen als het leveren van wat groene en blauwe diensten aan de samenleving waar het goed uitkomt? Of raakt vergroenen ook of juist aan de kern van de landbouw? Aan de wijze waarop we ons voedsel voortbrengen en de wijze waarop we ons voedsel in de toekomst voort willen brengen denkend vanuit de samenleving die ons voor ogen staat? De manier waarop we onszelf van voedsel voorzien is in hoge mate bepalend voor hoe we met elkaar omgaan en samen leven. In gezinsverband of een plaatselijke gemeenschap, maar wereldwijd zijn via onze voedselvoorziening met elkaar verbonden.
Vergroenen is een kwestie van durven kiezen en aanpakken. In het deelrapport van de United Nations Environmental Programme Agriculture: investing in natural capital wordt het vergroenen van de landbouw gezien in het kader van het vergroenen van de gehele economie met de landbouw als wezenlijk onderdeel, zo niet het fundament van een Green economy. Zie hiervoor Towards a Green Economy: Pathways to Sustainable Development and Poverty Eradication, waarin een groene economie nadrukkelijk wordt gekoppeld aan armoedebestrijding.
In een groene economy staat het zover mogelijk terugdringen van de grote afhankelijkheid van fossiele grondstoffen (olie voorop) centraal: een low-carbon economy dus. Een green economy is gefundeerd op hernieuwbare grondstoffen. De landbouw van nu moet dan een flinke omslag maken, want de landbouw is nu een grootverbruiker van energie en vooral olie. Of zoals Michel Pollan zo beeldend zegt: we eat oil and spuwing green house gas. Vergroenen van de landbouw betekent dat de landbouw weer wordt wat is van oorsprong is: het vastleggen van zonne energie voor allerlei doeleinden. Zo bezien vormt het vergroenen van onze voedselvoorziening een van de grootste uitdagingen waar we de komende decennia voor staan.
Factoren die beleving van maaltijd bereid uit lokale producten beïnvloeden – MSc-thesis onderzoek
Door Marina van Maanen, MSc-studente Gezondheid en Maatschappij
Lokaal betrokken en streekproducten staan steeds vaker op het menu van zorginstellingen. Waar eerder een trend was van steeds meer geïndustrialiseerde maaltijden als gevolg van kostenbesparingen, lijkt nu de ambachtelijke maaltijd terrein te winnen. Er zijn veronderstellingen dat een maaltijd op basis van lokaal betrokken en streekproducten een toegevoegde waarde kan hebben op de maaltijdbeleving en gezondheid van ouderen in zorginstellingen. Hier is echter (nog) geen wetenschappelijk bewijs voor.
Doel van mijn thesis onderzoek was daarom een verkenning van de mogelijke relatie tussen een maaltijd op basis van lokaal betrokken producten, maaltijdbeleving en kwaliteit van leven in een zorginstelling. Hier doe ik verslag van in mijn MSc-thesis getiteld: Beleving van de maaltijd bereid uit lokaal betrokken producten in zorginstelling Joris Zorg.
Om deze vragen te onderzoeken heb ik een casestudy gedaan in zorginstelling Joris Zorg in Oirschot. Binnen Joris zorg worden op dit moment al maaltijden geserveerd op basis van lokaal betrokken en streekproducten. Binnen de casestudy heb ik interviews gedaan met bewoners, gastvrouwen in het restaurant, de koks en met vrijwilligers. Ook heb ik op verschillende dagen meegegeten en geholpen met het afruimen van de tafels. Opvallend was dat bewoners niet of nauwelijks op de hoogte waren van de herkomst van hun maaltijden. Ook waren bewoners niet bekend met termen als lokaal of streek. Dit maakte het doen van ‘gewone interviews’ lastig. Als een ‘verbeterde’ interview methode heb ik een vragenlijst ontwikkeld op basis van een menukaart, waarmee meer waardevolle informatie werd verzameld. Reden hiervoor is waarschijnlijk dat deze vragenlijst beter aansloot bij de belevingswereld van ouderen in zorginstelling Joris Zorg.
Het verband tussen de maaltijd en kwaliteit van leven zoals verondersteld door literatuur, heb ik niet kunnen bevestigen op basis van mijn onderzoek. Kwaliteit van leven binnen Joris Zorg wordt voornamelijk geassocieerd met verzorging, rust en georganiseerde activiteiten. Wat de maaltijd aangenaam maakt en wat factoren zijn die bijdragen aan de maaltijdbeleving zijn: de juiste bereiding van de maaltijd, sociale factoren van de maaltijd, maaltijdsamenstelling en de versheid van producten. De toegevoegde waarde van het gebruiken van lokaal betrokken producten voor de maaltijd zit nu voornamelijk in de kwaliteit van deze producten en de interesse en het leuk vinden van deze producten in de Week van de Smaak. Wat zeer opvallend is, is dat bewoners buiten de Week van de Smaak niet of nauwelijks op de hoogte zijn van de lokaal betrokken achtergrond van de maaltijd. Uit de menukaartjesproef komt naar voren dat wanneer bewoners wel op de hoogte zijn, dit kan leiden tot goede herinneringen, verhaal en discussie aan tafel en herkenbaarheid. Dit kan een zeker een toegevoegde waarde zijn voor de maaltijdbeleving.
Aanbeveling voor Joris Zorg is dan ook om meer/beter te communiceren naar bewoners over de achtergrond van de maaltijd. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een nieuwe menukaart (deze heb ik ondertussen samen met het keukenteam ontworpen). Aanbeveling voor vervolgonderzoek is het gebruiken van onderzoeksmethoden welke aansluiten bij de belevingswereld van ouderen. Met als voorbeeld in dit onderzoek de menukaartjesproef.
New book – Sustainable Food Planning: Evolving Theory and Practice
Half the world’s population is now urbanised and cities are assuming a larger role in debates about the security and sustainability of the global food system. Hence, planning for sustainable food production and consumption is becoming an increasingly important issue for planners, policymakers, designers, farmers, suppliers, activists, business and scientists alike. The rapid growth of the food planning movement owes much to the unique multi-functional character of food systems. In the wider contexts of global climate change, resource depletion, a burgeoning world population, competing food production systems and diet-related public health concerns, new paradigms for urban and regional planning capable of supporting sustainable and equitable food systems are urgently needed. This book addresses this urgent need. By working at a range of scales and with a variety of practical and theoretical models, this book reviews and elaborates definitions of sustainable food systems, and begins to define ways of achieving them. Four different themes have been defined as entry-points into the discussion of ‘sustainable food planning’. These are (1) urban food governance, (2) integrating health, environment and society, (3) urban agriculture (4) planning and design. Continue reading
Sense of place in National Park Galicica – using new media in MSc-thesis research
By Bojan Rantasa, MSc-student International Master of Rural Development
Last Friday, 23 March 2012, I presented my MSc-thesis research proposal for fellow students and researchers of the Rural Sociology Group. My thesis research is titled “The Sense of Place of National Park Galicica” is part of my Msc-study International Master Rural Development (www.imrd.ugent.be). Joost Jongerden of the Rural Sociology Group is my sepervisor. My thesis presentation can be viewed at www.galicica.rantasa.net, a website on my thesis research where I will post research proceedings as well.
In my research I will use new media as tools for communication with the public but also as research method. I developed a website at the proposal stage of the research (www.galicica.rantasa.net). It enables dedicated communication with stakeholders and public, by offering updates on the research and a contact form. The web page also hosts the questionnaire on the sense of place of “Galicica”, thus becoming an important and integrated tool to the research. The information on the research currently presented on the web page is limited. This is not to lead the visitors of the web page, thus creating biased answers in the questionnaire.
To spread the questionnaire, I will use Facebook and targeted e-mail messages that are disseminated by the participants, causing a domino effect. This approach resulted in more than 50 completed questionnaires in the first week.

