Fieldwork in Columbus Junction, Iowa

100_8428The last few days I jointed the fieldwork which Cornelia and Jan Flora are doing with their master students in Columbus Junction on the Hispanic immigrant communities.

Ever since the free trade agreement with Mexico, there has been an influx of rural Mexicans displaced because of US corn export. Predominantly Mexican but also other Latin American migrants came to work in agriculture and the related agro industry. In Columbus Junction for example, they work at the pork meat processing plant now owned by Tyson. The way the agro-food industry is operating here is capitalism in its most raw form. Tyson does not allow any visitors so we cannot interview there. But a community health worker whom we spoke to last night told us about the bad working conditions in the plant. A lot of accidents happen because of having to cut too fast in understaffed lines. Another example is a very large farm where temporary migrants are housed in a warehouse with very poor facilities

100_8438Some of the legal migrants, however, see a chance to start their own business. In fact, the main street in Columbus Junction has most of its shop signs in Spanish and we have been eating tacos, fajitas and other good Mexican food, among which at this bakery.

Aim of the fieldwork is to better understand how entrepreneurship and innovation impacts new immigrant communities and to see what further can be done to sustain these communities. To find out how the communities works, what the structures and networks are, and what kind of resources people can draw on in developing their businesses we interview all Hispanic business owners. Knowledge of the Spanish language came in handy when interviewing three different shop owners yesterday, with Diego doing the talking and me taking notes (as well as taping i100_8431t).

There are four cases being studied, this town we are now in, West Liberty, Marshalltown and Denison; all in Iowa. There is a comparative study being done in North Carolina by East Carolina University. The towns differ greatly in how vibrant community life is, with West Liberty having the most new community and entrepreneurial activities. Somewhat counter intuitively this is the town with the largest Hispanic population in relative terms, and the factors contributing are being studied in a comparative way.

Selective breeding in organic dairy farming

Tuesday June 2, Wytze Nauta will defend his PhD-thesis ‘Selective Breeding in Organic Dairy Production’. 

Family herd

A family herd

Organic dairy farming doesn’t have a distinct breeding system. Farmers are free to breed with a farm bred bull or Artificial Insemination (AI) bulls of conventional breeding programmes. Organic farming thus directly and indirectly depends on conventional breeding goals and modern selection and reproduction techniques such as multiple ovation and in vitro embryo production and transfer (ET). As naturaless and animal integrity are basic principles of organic farming, the direct and indirect use of these modern reproduction techniques is questioned, from organic farmers as well as from societal interest groups favouring organic farming. Moreover organic farming intends to maintain or even contribute to bio-diversity. It supports the use of different (traditional, regional) breeds. Finally, in organic farming animals are kept for different purposes and in a different, more extensive production environment then conventional agriculture. This further questions the dependency on conventional breeding programmes, since these programmes select breeding animals that perform best in intensive, high input production systems. Practice learns that on the whole these cows are genetically not well equiped to perform in an organic environment and this was sustained by research (see paper Genotype x Enviroment Interaction). So one can argue that organic farming has its own demands towards breeding, that may even differ with different farming strategies (see paper Different Strategies, Different Demands). Organic farming is highly diversified and organic farmers are known for their on-farm experiments, also with regard to breeding.

The question is not so much if selective breeding in organic dairy farming needs to be more in line with the intentions and principles of organic farming, all stakeholders agree on that, but to what extend and how to realize that. Then opinions diverge and different positions are taken (see Discussion paper).

Wytze Nauta explores this question throughout his PhD-thesis. He finally discusses the pro’s and con’s of three options that meet organic principles to a different extend: 1) a pragmatical one, i.e. using conventional breeding programmes, but with the exclusion of modern reproduction techniques, although an exception is made for AI; 2) a distinct organic breeding programme with distinct breeding goals and exclusion of modern breeding techniques and 3) a distinct breeding system based on natural mating.

The more exclusive, the more organic, but also the more difficult to realise. However, for an individual farmer it is more easy to decide to start breeding with a bull at the farm for natural mating. For option one and two more stakeholders need to come to an agreement. But all options imply a ‘system innovation’: radical change of practices at different levels of different actors in different positions lacking appropriate knowledge to come to a well grounded breeding system for organic farming. So, the ultimate recommendation of Wytze Nauta is not to impose a new breeding system, but to start joint learning processes involving organic farmers as well as other stakeholders based on the three options provided. This would best respect diversity organic farming.

Wytze Nauta (w.nauta@louisbolk.nl) is researcher Animal breeding at the Louis Bolk Institute.

Noorderlicht – nieuwe biologische kaasmakerij grensverleggend

Noorderlicht – zo heet de nieuwe biologische kaasmakerij van Kees en Maria van Gaalen in Noordeloos. De naam is zaterdag 16 mei onthuld door een trotse burgemeester van Giessenlanden tijdens een druk bezochte open dag.

Noorderlicht - nieuwe biologische kaasmakerij van Kees en Maria van Gaalen in Noordeloos

Noorderlicht - nieuwe biologische kaasmakerij van Kees en Maria van Gaalen in Noordeloos

Met hun nieuwe boerderij verleggen Kees en Maria de grenzen van wat in Nederland voor mogelijk wordt gehouden in het boerenkaasmaken. Bewonderingswaardig. Het nieuwe bedrijf is gebouwd volgens organische principes (daarvan getuigd o.a. de bouw van het huis), maar vooral ook vanuit eigen overtuiging over wat duurzame landbouw moet inhouden. En daar dan consequent voor durven kiezen.

Zoals het houden van Blaarkoppen. Een ras dat van oudsher voorkomt in de Rijnstreek (zie Blaarkoppen in het Groene Hart), maar dat niet mee kon komen in eisen van de moderne melkveehouderij. Maar Kees zijn voorliefde voor Blaarkoppen is niet louter nostalgisch. Blaarkoppen leveren, zo is bewezen, een betere kwaliteit kaasmelk dan op liters gerichte rassen. En Blaarkoppen gaan langer mee. Kees en Maria maken Wilde Weide Kaas, dat in 2005 werd bekroond als Streekproduct van het Jaar. Een bekroning op hun inzet om het boerenkaasmaken voor Nederland te behouden en op hoger peil te tillen.

Het ontbreekt Kees niet aan visie en lef om tegen gangbare opvattingen in te gaan. Zo heb ik hem eind jaren ’80 ook leren kennen. Samen met andere gedreven boerenkaasmakers wilde Kees het boerenkaasmaken nieuw elan geven. Door boerenkaas uit de veenweiden neer te zetten als een kwalitatief hoogwaardig, ambachtelijk product. Een product dat een eerlijk prijs verdiende en door een duurzame manier van produceren kon bijdragen aan het behoud van het karateristieke veenweidelandschap. De idee voor een veenweidekaas was geboren. Onder die werktitel werd het product in 1994 ook gelanceerd. Het trotseerde de gevestigde belangen op de boerenkaasmarkt, maar kon die ondanks alle potenties niet echt open breken. Veenweidekaas kreeg ook een ecologisch zusje: Wilde Weide Kaas.

Opslag Wilde Weide KaasKees en Maria maken nu zeker al een decennium lang Wilde Weide kaas, een Erkend Streekproduct, en zetten dat dus voort op hun nieuwe bedrijf. Het was op het oude bedrijf in Alphen aan de Rijn waar Kees, Bart Soldaat en ik begin jaren negentig samen het concept van streekeigen producten hebben uitgedacht. Dit heeft brede navolging gekregen, uitmondend in o.a. Groene Hart producten en Groene Hart Landwinkels. Streekproducten behoren nu tot een van de belangrijke pijlers van verbrede of multifunctionele landbouw. Op de oude lokatie in Alphen aan de Rijn, de prachtig gerestaureerde boerderij Landlust, hadden Kees en Maria ook als een van de eersten een Landwinkel. Ook dat is inmiddels uitgegroeid tot een landelijke keten.

Kortom: Kees en Maria lopen al jaren voorop, het zijn vernieuwers pur sang, die vast houden aan hun eigen principes en soms dwars tegen heersende opvattingen over wat kan en nodig is durven in te gaan. Ook hun nieuwe boerderij getuigd daar weer van. Proficiat! Ik hoop dat ze voor hun moed worden beloond.

Duurzaam boer blijven en kringloopdenken

Frank Verhoeven is oud-medewerker van onze leerstoelgroep. Hij heeft veel bijgedragen aan de kringloopgedachte en meer in het bijzonder de Plant-Dier-Mest kringloop. Met name in de Noordelijke Friese Wouden waar een groep boeren op zoek waren naar alternatieve vormen van mest aanwenden en beter benutten van organische mest. Samen hebben we gewerkt aan de ‘Atlas van vernieuwende melkveehouders’ met tal van ongewone, beloftevolle vernieuwingen van melkveehouders door het hele land heen. Daar ligt ook zijn passie. Tegenwoordig heeft Frank een eigen adviesbureau Boerenverstand, met o.a. een online Innovatiekaart met vele innovatieve boeren vanuit het hele land heen die tegenkomt. 

En Frank werkt voor ETC-Advies aan het programma ‘Duurzaam boer blijven‘, eerst in Drenthe en nu ook in Groene Hart en Gelderland. waar de plant-dier-mest kringloop ook een belangrijk onderdeel is, zoals hij zelf vertelt in een online-video clip :

 

Terugblik Dag van de Zorglandbouw

Dinsdag 21 april bezocht ik, in het kader van ons onlangs opgestarte onderzoek ‘dynamiek en robuustheid multifunctionele landbouw’, de Dag van de Zorglandbouw. Onderweg naar Apeldoorn kwam er via Radio 1 al een opwarmertje langs. Een Brabantse zorgboerin sprak in het interview haar zorgen uit over de gevolgen van de wijzigingen in de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Ook één van de Tweede Kamerleden gaf een voorproefje op de dag. Ik zat er al helemaal in en dat terwijl het programma nog moest gaan beginnen! Continue reading